Hester

Het leven van Hester is nogal ingewikkeld. Dat komt volgens haar omdat haar vader en moeder kunstschilder zijn. Ze hebben allebei een atelierwoning. In de lente en de herfst woont Hester met haar broer Thor bij haar moeder Charlotte. En als het te heet wordt bij Charlotte of juist te koud, verhuist het hele gezin naar het huis van vader Henk.

Tot zover is het nog wel te onthouden, vindt Hester. Maar als ze bij Charlotte woont, slaapt ze op zondag, maandag en dinsdag toch bij Henk, zodat Charlotte kan werken. Vanavond is het weer zover, dan loopt ze eerst vijf keer op en neer om Suzanne de pop, de knuffelschildpad, het beddegoed en Pippi Langkous over te huizen.

Haar kamer bij Charlotte is ,,meer van mezelf'', vindt Hester. Ze schommelt met haar schoolvriendje Léon in de hangmat. Léon vindt het stoer dat Hester een lui oog heeft, met een pleister ervoor. ,,Hester is een soort rover'', zegt hij. ,,Léon komt later bij mij wonen'', zegt Hester. ,,Misschíen'', twijfelt Léon. ,,Ik ga ook bij Nino wonen, die heeft een kotter. Hij wil met mij gaan varen als we groot zijn.'' ,,Daar weet ik niks van'', zegt Hester.