Heling en winstbejag in de oorlog

De voorlopers van de ABN Amro en ING-bank hebben miljoenen verdiend aan de handel in joodse bezittingen. Volgens historicus Gerard Aalders hebben banken omgerekend naar de huidige waarde hiermee honderden miljoenen guldens verdiend.

Negen jaar heeft historicus Gerard Aalders onderzoek gedaan voor `Roof. De ontvreemding van joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog'. Het boek verschijnt maandag. Aalders beschrijft de uiterst systematische manier waarop de Duitse bezetters Nederland leegroofde. De zwaarste klappen vielen volgens hem bij de joodse Nederlanders.

Zij werden gedwongen al hun bezittingen in te leveren bij de roofbank Lippmann, Rosenthal & Co (Liro). Eerst moest het geld, de waardepapieren worden ingeleverd, later ook sieraden, diamanten, kunstverzamelingen, meubilair, en gebitsvullingen.

Aalders schat dat er in totaal voor 1 miljard (ongeveer 14 miljard in huidige waarde) is geroofd van de joden. De effectenroof beslaat een derde deel van dat miljard. Aalders: ,,De megaroof van de Duitsers was op industriële leest geschoeid. Ze zetten de joodse bevolking geen geweer op het hoofd, maar gebruikten subtiele methoden. Ze getroostten zich veel moeite de plunderingen een volkenrechterlijk aanzien te geven en ze te rechtvaardigen met diverse Verordnungen. Door de roofbank Liro op te zetten, als filiaal van de gelijknamige, legale bank was een slimme zet. De legale bank was lid van de Vereniging voor de Effectenhandel (VvdE), waardoor de `nepdochter' vrije toegang kreeg tot de beurs. De VvdE heeft het argument dat de Liro-bank een normaal beurslid zou zijn altijd gebruikt om de verkoop van roofeffecten te verdedigen.''

De financiële instellingen meenden dat het geroofde bezit beter in Nederland verhandeld konden worden. Zo zouden ze niet naar Duitsland verdwijnen, en zou de restitutie ná de oorlog eenvoudiger zijn.,,Dat traceerbaarheidsargument gaat op voor de Nederlandse musea die aankopen bij Liro deden. Die instellingen zijn aan Nederland verbonden en de aankopen waren bestemd voor de musea zelf. Intentie tot doorverkoop was afwezig. Dat ligt anders bij de banken. De extra provisie van 1 procent bij de koop van roofeffecten, de mogelijkheid om gestolen effecten te bestellen, en het gebruik van stromannen om de werkelijke koper – de banken – buiten schot te houden doen het ergste vermoeden. Hier is sprake van heling en winstbejag.''

De Commissie Scholten, die in opdracht van het ministerie van Financiën onderzoek deed naar de handelswijze van de financiële instellingen in bezettingtijd, concludeerde vorig jaar december dat de banken zich niet schuldig hadden gemaakt aan `financiële beroving'. De commissie oordeelt zelfs dat de banken `passief verzet' hebben geboden. Hoe rijmt u dat met uw conclusies?

,,Ik kan en mag geen uitspraken doen over het werk van de commissies. Ik heb mijn informatie uit openbare archieven, onder ander bij het ministerie van justitie. Ik neem aan dat de commissies die archieven ook hebben doorzocht.''

Volgens u hebben de Duitsers 1 miljard gulden geroofd van de joodse bevolking. Maar nog eens 1 miljard gulden is `kwijt'?

,,De Zwitserse commissie die onderzoek doet naar het vooroorlogse vermogen in Europese landen, heeft beraamd dat er voor de oorlog twee miljard gulden aan Nederlands-joods kapitaal was. Een miljard is geroofd, rara waar is dat andere miljard gebleven. Het was voornamelijk zwart kapitaal, geld, goud en diamanten, dat nergens officieel geregistreerd stond. Gefortuneerde joden probeerden hun kapitaal al voor de oorlog onder te brengen bij banken in de Verenigde Staten. Zeker 400 miljoen gulden is via de Nederlandse banken weggesluisd. De banken schreven het kapitaal over op hun eigen naam, en maakten het over naar het buitenland. Aangezien de meeste rechtmatige eigenaars de oorlog niet overleefden, hebben de banken nog steeds de beschikking over dat geld. We tasten in het duister waar de rest is gebleven. Niet voor niets werd in 1945 de Fiscale Inlichtingen- en Opsporings Dienst opgericht. Zij moesten de verdwenen zwarte vermogens en de oorlogswinsten opsporen.''

Maar de Duitsers probeerden dat `zwarte' geld toch ook afhandig te maken?

,,De Duitsers wisten dat de joden niet alles inleverden. In hun ogen was dat zwart geld. Daar hadden ze een list voor bedacht. Joden konden hun `zwarte vermogen' ruilen voor een Sperrstempel. Voor zo'n stempel moest dertigduizend gulden aan harde valuta, sieraden of diamanten worden betaald, en dan waren ze – voorlopig – vrijgesteld voor deportatie. Het uitstel was bis auf weiters, tot nader orde. Het kon een half jaar of een halve uur duren, dan werden ze alsnog op transport gezet.

Het pijnlijke was dat de Nederlandse regering in ballingschap de joden verbood zo'n stempel te kopen. Het was immers een transactie met de vijand. Er was weinig begrip voor de benarde situatie.''

Op een symposium in Israël vorig jaar heeft u gezegd dat het rechtsherstel en de restitutie van geroofde bezittingen na de oorlog redelijk verliep. Vindt u dat nu nog steeds?,,Toen ik dat in Jeruzalem zei ben ik bijna gelyncht. Ik ben nu bezig met een tweede deel van dit boek, dat de restitutie en het rechtsherstel zal beschrijven. Al tijdens de oorlog werd er wetgeving voorbereid om restitutie te laten plaatsvinden. Na de oorlog was het een totale chaos, het was een onmogelijke opdracht de rechtmatige eigenaars terug te vinden. Restitutie gebeurde op een idioot bureaucratische, kille manier, maar het gebeurde. Het beleid heeft in dat opzicht niet gefaald.''

Jeuken uw handen niet om nu de archieven van ABN Amro en ING te lichten?

,,Jazeker. Het probleem is dat banken niet onder de archiefwet vallen. Ik weet niet of de bankdirecties na het verschijnen van dit boek extra beleefd zullen zijn, of juist extra terughoudend.''