GROTE HANDIGHEID VAN VROEGE HOMINIDE GERECONSTRUEERD

Bijna tweeëneenhalf miljoen jaar oud en toch al heel handig. Aldus luidt het oordeel van de Frans/Amerikaans/Keniaanse archeologenteam over de vroege mensensoort die de stenen werktuigen maakte die het team heeft gevonden in de Lokalalei-site bij het Turkanameer in Noord-Kenia (Nature, 6 mei). Het team baseert zijn oordeel op een unieke reconstructie van de wijze waarop de hominide, vermoedelijk een Australopithecus of een Paranthropus, scherpe `afslagen' sloeg van lavakeien om als mes te gebruiken. Zo rijk is de onderzochte site, dat 10 procent van de 3.000 stenen en fragmenten weer aan elkaar gepast kon worden. De `slagman of -`vrouw' blijkt een uitstekende materiaalkennis te hebben gehad en een uiterst geoefende hand. Het afslaan van bruikbare steenfragmenten vereist veel oefening. En dat allemaal door een nog chimpansee-achtig wezen met een herseninhoud van hooguit 6 à 700 cc.

Een andere belangrijke criticus van de basiskleurtermen is de linguïstisch geïnspireerde Amerikaanse antropoloog John Lucy, die tegenwoordig hoofd is van het Human development program van de Universiteit van Chicago. Hij was een van twee `officiële' dissenting voices die waren uitgenodigd op een groot `basiskleurcongres' in Californië in oktober 1992. Al die overzichtelijke woordenlijsten verdoezelen het feit dat woorden niet simpele aanduidingen van dingen in de werkelijkheid zijn, maar onderdelen van communicatie, zo hield hij de verzamelde kleurdeskundigen voor. Als je goed kijkt, voldoen de `basiskleurtermen' van niet-westerse volkeren helemaal niet aan de gestelde eisen. Ze worden meestal ook gebruikt om allerlei àndere zaken en eigenschappen aan te duiden, die niets met het westerse kleurbegrip te maken hebben. En dus wordt opeens een bruine boomwortel `groen' genoemd, omdat hij nat is. ``Dat zijn geen bijbetekenissen, maar directe en zuivere verwijzigingen'', aldus Lucy. ``Het gedoe met de Munsell-kleurkaart heeft weinig met het echte taalgebruik te maken.''