Een voorbeeld van verrijkt modernisme

De westelijke tuinsteden in Amsterdam zijn het magnum opus van de stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren. Als overtuigd modernist beschouwde hij het bouwen van steden als een wetenschap. Basis voor zijn ontwerp voor Amsterdam-West was een overvloed aan demografische en statistische gegevens en toekomstverwachtingen. Tientallen jaren, van de jaren dertig tot de jaren vijftig, werkte Van Eesteren aan Amsterdam-Nieuw-West, maar uiteindelijk was de reusachtige stadsuitbreiding voor lange tijd vastgelegd. Van Eesteren was een ontwerper met een `grootse visie': Amsterdam-West moest een ruim opgezette, groene voorstad worden met veel stroken flats die zo gunstig mogelijk ten opzichte van de baan van de zon waren geplaatst.

Maar van Van Eesterens toekomst is niet veel uitgekomen. De immigratie van gastarbeiders die later allochtonen werden, had hij bijvoorbeeld niet voorzien, net zomin als zoiets als `gezinsverdunning', die het aantal bewoners per woning de laatste decennia spectaculair deed dalen. Daardoor ontstond een vraag naar meer, andere woningen.

Door deze andere toekomst is Amsterdam-West, evenals overigens veel andere stadswijken uit de wederopbouwtijd, nu dan ook hard toe aan herziening. Maar dit gebeurt niet langer meer op basis van heel duidelijke toekomstverwachtingen en een bijbehorende `grootse visie'. Eigenlijk is de enige voorlopige zekerheid voor Amsterdam-West dat de bebouwing er wel wat dichter mag worden. Maar hoe dicht de westelijke tuinsteden uiteindelijk zullen worden, is niet zeker: de herziening van Amsterdam-West gebeurt op een pragmatische wijze. Er wordt eens een of ander woongebouw op een van de vele open gebieden gezet en als dit succesrijk blijkt, volgt de bebouwing van een ander open terrein.

Zo is het ook gegaan met het nieuwste gebouw aan het Koningin Wilhelminaplein in Amsterdam. Er waren hier de laatste jaren woongebouwen naar ontwerp van onder anderen Rudy Uytenhaak verrezen, en toen deze geliefd bleken, besloot de stadsdeelraad er nog een bij te zetten. Verschillende architecten werden uitgenodigd voor een besloten prijsvraag, die uiteindelijk werd gewonnen door Baneke, Van der Hoeven architekten.

Het gaat om honderdvijftien duurdere koopwoningen. Amsterdam-West kent niet veel van zulke dure koopwoningen en het was onzeker of ze zouden worden verkocht. Afhankelijk van het succes van deze woningen zou een volgend deel van het Koningin Wilhelminaplein veranderen in een straat. Wel moesten Baneke en Van der Hoeven al rekening houden met deze straat. Waarschijnlijk komt die er ook wel, want de woningen van Baneke en Van der Hoeven zijn een commercieel succes. Zelfs de ongebruikelijk lange woningen die de architecten in een deel van het woongebouw hebben gestopt, zijn vrij vlot van de hand gedaan.

Niet alleen commercieel, ook esthetisch zijn de 115 woningen een succes. De nu nog virtuele Carnapstraat heeft een mooie gevelwand gekregen en in de vorm van een lage losse hoektoren ook een kloeke afsluiting. Baneke en Van der Hoeven hebben een `contextueel' gebouw ontworpen. Maar anders dan in het centrum van Amsterdam is de omgeving hier niet oud en traditioneel, maar juist modernistisch. Recht tegenover het nieuwe woongebouw staat bijvoorbeeld het Confectiecentrum van Maaskant, gebouwd in de jaren zestig, de hoogtijdagen van het naoorlogse modernisme. Op het eerste gezicht hebben Baneke en Van der Hoeven hierbij keurig aansluiting gezocht met hun gebouw. Net als het confectiecentrum staat het woongebouw bijvoorbeeld op een sokkel. Ook het verdere voorkomen – een lange doos en een torenvormige doos – sluit aan op de modernistische dozentraditie. Maar Baneke en Van der Hoeven hebben hun dozen verrijkt. Met materialen als zink, hout, baksteen en glimmende glasplaten hebben ze een opvallend zorgvuldig gedetailleerd collage-gebouw gemaakt, dat onmiskenbaar dateert uit de jaren negentig. Zelfs de metalen roosters, bijna een must in elk hedendaags gebouw, komen er in voor. Dit keer doen ze dienst als afsluiting van de parkeergarage aan de achterkant van het gebouw, die grenst aan een plantsoen.

Baneke en Van der Hoeven hebben gebroken met het modernistische gebod van eerlijkheid. Niet alleen heeft de gevel ritmische (en niet strikt noodzakelijke) knikken gekregen, maar ook hebben ze het gebouw een klassieke indeling van sokkel, middenstuk en hoofdgestel gegeven. De sokkel valt nog functioneel te rechtvaardigen, omdat hierin langgerekte split-level drive-in-woningen zijn ondergebracht. Maar in de rest van de gevel zijn woningen verstopt achter verschillende materialen. Een bezwaar is dit zeker niet: met hun woongebouw aan het Koningin Wilhelminaplein hebben Baneke en Van der Hoeven juist aangetoond dat een herzien en verrijkt modernisme nog steeds mooie gebouwen kan opleveren.

Gebouw: 115 koopwoningen aan het Wilhelminaplein. Architect: Baneke, Van der Hoeven architekten. Opdrachtgever: woningbouwvereniging De Principaal. Ontwerp: 1996. Voltooid: 1999. Bouwkosten: 18 miljoen gulden.