Een paar kaarsenis altijd gezellig

De elektriciteitssector is sinds medio `97 bezig het millenniumprobleem in kaart te brengen en zo nodig te bestrijden. Ze staan daar nu bol van zelfvertrouwen – er kàn niets misgaan. Alhoewel, helemaal zeker kan je nooit zijn. Zo denken, tot irritatie van de sector, sommige grote afnemers, die het zekere voor het onzekere dreigen te nemen.

`Of wij ook zelf een noodstroomvoorziening hebben?' Ir. P.G.F.J. Ligtvoet, 2000-projectmanager van de landelijke netbeheerder Tennet barst in een smalende lach uit. ,,Wat dacht u, dat wij hier maar wat aan rommelden, dat wij ons door de eerste de beste eventualiteit lieten verrassen? Er is hier een accuvoorziening, er staan twee dieselaggregaten, er is een grote tank gevuld met olie. En die zijn er al jaren.''

Het was een vraag tegen beter weten in. Een week eerder had ing. E. Meijer, 2000-manager van het Energie Millennium Platform (EMP), op hetzelfde lommerrijke terrein in Arnhem, al uitsluitsel gegeven. ,,Continuiteit is the name of the game hier. Nergens in Europa is de beschikbaarheid van elektriciteit zo goed als in Nederland, gemiddeld genomen valt per jaar 18 minuten de stroom uit. Deze sector draagt van oudsher een broekriem èn een stel bretels.'' De elektriciteitssector ziet de millenniumnacht met vertrouwen tegemoet, is de boodschap. De aanpassing van de geautomatiseerde procesbesturing is nog niet helemaal rond, maar aangenomen wordt dat dit voor de overeengekomen datum van 1 juli wel zo zal zijn.

De meeste van de ruim 40 actoren binnen de sector zijn halverwege 1997 met de millenniumexercitie begonnen. In de loop van 1998 verenigden ze zich in het Energie Millennium Platform dat vooral bedoeld is om problemen en ervaringen uit te wisselen: om niet allemaal hetzelfde wiel uit te vinden.

,,Het is een hele klus geweest,'' zegt Ligtvoet van Tennet, die bijna klaar is. Het wordt in Utrecht beaamd door ir. M.P.P. Wesselman, 2000-manager van Una, een van de vier Nederlandse elektriciteitsproductiebedrijven, met centrales in Amsterdam, Utrecht, Velsen, Diemen en Purmerend. ,,We zijn in 1997 met de inventarisatie begonnen en hebben al snel een databank aangelegd van items die potentieel datumtijd gevoelig waren. Uiteindelijk hebben we daarin maar liefst 1600 verdachte items verzameld.''

Na de inventarisatie kwam het aanschrijven van de leveranciers (zoals Hartmann & Braun, Siemens en ABB) en het bestuderen van hun testrapporten. Tegelijk werd begonnen met de toekenning van prioriteitsklassen aan de verschillende objecten: wat betekent uitval van een object voor veiligheid, gezondheid en milieu en voor productieverlies, wat heeft het voor financiële consequenties. Wesselman: ,,We besloten dat voor objecten met de laagste prioriteit, zoals kopieerapparaten, een testrapport van de leverancier wel kon volstaan. Maar een object heeft binnen ons bedrijf al gauw een hoge prioriteit. Dat geldt niet alleen voor de procesbesturing, de turbineregeling of de generatorbeveiliging, maar ook voor zoiets als de brandmeldinstallatie. Bij een prioriteit 1 stel je de hoogste eisen aan de documentatie en testen van de leverancier en ga je ook zelf testen.''

Landelijk netbeheerder Tennet (vorig jaar afgescheiden uit de Sep), die voornamelijk meet- en regelprocessen uivoert, doorliep dezelfde procedure met Landis & Gyr, Siemens, ABB en Alcatel als voornaamste leveranciers. Het ging niet altijd even makkelijk: men beaamt er het bedekte verwijt van EMP's Meijer dat `niet alle leveranciers even snel van de sense of urgency doordrongen raakten', ja: dat er ook wel misbruik van de situatie is gemaakt. Niet onbegrijpelijk, vindt Ligtvoet van Tennet: ,,Sommige leveranciers hebben half Nederland geautomatiseerd, die hebben nu een groot organisatorisch probleem.'' De aansprakelijkheidskwestie komt daar nog bij. Van apparatuur die niet ouder dan 3 of 4 jaar is mag millenniumbestendigheid geëist worden.

Het millenniumprobleem is drieledig, noteren de diverse millenniumplatforms op Internet, maar in de E-sector bleek het eenledig. Zogenoemd `oneigenlijk gebruik' van de datumvelden (waarin op 9 september 1999 heel veel 9's verschijnen), doordat een programmeur een heel eigen betekenis toekende aan de notatie 99 of 9909, is er niet gevonden. Dat is meer iets voor de programma's die binnen de kantoorautomatisering gangbaar zijn, denken de ingenieurs, die sowieso niet de indruk wekken programmeursfoefjes in hun programma's te tolereren. Ook het misschien wat overbelichte schrikkeljaarprobleem (2000 is tòch gewoon een schrikkeljaar, al had een enkeling anders kunnen denken) dat op 29 februari actueel wordt bleek zich niet voor te doen. ,,Wat niet wegneemt dat we er wel naar hebben moeten zoeken,'' zegt Ligtvoet.

Er was dus de facto alleen het 99/00 probleem. Bij Una bleek dat zo'n 20 procent van de onderzochte systemen op enigerlei wijze hinder had van het millenniumeffect, 15 procent daarvan bleek eenvoudig op te lossen door bij voorbeeld wat instellingen te veranderen, voor 5 procent waren ingrijpende aanpassingen of zelfs vervangingen noodzakelijk. ,,Daarbij is overigens,'' zegt Wesselman, ,,niet naar perfectie gestreefd. In gevallen waar millenniumfouten alleen een cosmetische effect hebben hebben we dat gewoon laten zitten: dan verschijnt er in de hoek van een monitor een verkeerd jaartal of iets dergelijks, zonder dat de functie van het apparaat gevaar loopt.'' Vaak was het afdoende om eenvoudigweg de tijd met 28 (= 4 x 7) jaar terug te zetten. Daarbij blijven dag en datum wat ze moeten zijn en lopen ook de schrikkeljaren in de pas. Maar bij sommige programma's kan je niet verder terug dan tot 1980, daar moet een andere oplossing bedacht worden.

De zo gevreesde embedded systems, de in chips (EPROM's) vastgelegde programma's waarvan geen complete uitdraai meer is te krijgen, leverden geen al te groot probleem. Ligtvoet van Tennet: je kunt de systemen waarin ze zijn opgenomen laten tijdreizen om te kijken wat er gebeurt. Meestal gebeurt er niets bijzonders. Het geluk is dat onze sector au fond niet erg high-tech is. Bij de procesautomatisering ontwikkel je meestal niet zelf je eigen programma's, je koopt ze en voorziet ze van je eigen specifieke gegevens.

Dramatische millenniumgevoeligheid is bij Una en Tennet in geen enkel geval gevonden. De indruk is dat de systemen waarschijnlijk hadden doorgedraaid als helemaal niets aan het 2000-probleem was gedaan. Wel staat vast dat dan een flink aantal monitors `op grijs' was gegaan, de talrijke operators blind achterlatend. Het had dan van lokale bedrijfsvoering afgehangen of en wanneer de betreffende turbines of transformatoren uit bedrijf waren genomen.

De E-sector heeft haar 2000-management op eigen initiatief in zogenoemde audits laten controleren door de Kema, door de Duitse TÜV en enige andere adviesbureaus. Het ministerie van EZ zal binnenkort nog andere reviews (managementscontroles) laten uitvoeren. Tot nu toe zijn geen grote tekortkomingen ontdekt, maar toch beschikt de sector over een uitgebreide `contingency planning' om onvoorziene omstandigheden het hoofd te bieden. Om te beginnen zal men zoveel mogelijk productie-eenheden tegelijk in bedrijf nemen, of op zijn minst standby houden, en zullen geen delen van het hoogspanningsnet in onderhoud zijn. Met het buitenland (waaruit doorgaans gemiddeld zo'n 15 procent van de stroom wordt betrokken) zal slechts minimaal elektriciteit worden uitgewisseld. Grote delen van het personeel zal tussen 30 december en 3 januari worden geconsigneerd. Nog deze maand ontvangt men daarover schriftelijk mededelingen.

Het probleem is dat men niet alle risico's in eigen hand heeft, ook derden kunnen tekort schieten: de ketenafhankelijkheid. In de voornaamste `derde', de Gasunie die het gas voor veel centrales levert, bestaat voldoende vertrouwen. De Gasunie zit ook in het EMP en men heeft er volop in de keuken kunnen kijken. En andersom, want de Gasunie is ook weer van elektriciteit afhankelijk. Van steenkool voor de kolencentrales zijn voldoende voorraden aan te leggen.

Telefoonlijnen en lijnen voor de datacommunicatie heeft de E-sector voor een groot deel in eigen beheer. ,,Bovendien'', zegt Wesselman van Una, ,,kunnen wij ook lang draaien zonder centrale regeling vanuit Arnhem. Dan handhaven we gewoon het laatst gevraagde vermogen en richten we ons op frequentie-ondersteuning. Als de bedoelde 50 Hz frequentie in het net door onbalans tussen aabod en vraag daalt gaan wij extra `gas geven', zoals altijd onze eerste reactie is. Het is veel economischer als dat vanuit Arnhem wordt gestuurd, maar tijdens de jaarwisseling speelt economie geen rol.'' Alleen voor het contact met de buitenwereld, zoals de communicatie met het bevoegd gezag in geval van calamiteiten, is men afhankelijk van de gewone KPN-telefoonlijnen. Ook zijn er aansluitingen op het Nationale Noodnet, dat zich binnen de Tennet-gebouwen manifesteert als een stel rode telefoons. Binnen de E-sector bestaat gevarieerd vertrouwen in het noodnet. Ligtvoet van Tennet zegt het zo: ,,Wij hebben geen reden aan de 2000-bestendigheid te twijfelen, maar we willen wel graag eens hun testen zien.'' De sector heeft overal waar dat kon de oude inductortelefoons weer in gereedheid gebracht.

Onzekerheid bestaat er ook over het gedrag van grote stroomafnemers van het soort dat rechtstreeks contracten sluit met de stroomproducenten. Er zijn erbij die in grote moeilijkheden zouden raken als pardoes de stroom uitviel. Dat geldt in het bijzonder voor bedrijven waarin staal, aluminium of glas wordt gesmolten en voor de chemische industrie.

De sector hult zich wat het te verwachten gedrag van die afnemers betreft in stilzwijgen. Er is haar veel aan gelegen zoveel mogelijk volgens business as usual te opereren en berichten dat grote industriële ondernemingen tegen de jaarwisseling afhaken zijn een ongewenst signaal. Het heeft geen zin de geïnterviewden onder druk te zetten: zij kunnen of willen geen namen noemen van bedrijven die het met oudjaar voor gezien houden. Ligtvoet: ,,Er is nog volop overleg, ook met die aluminiumsmelter in Zeeland.'' Hoogovens legt een deel van het bedrijf stil, maar of het met het jaar 2000 te maken heeft is onbekend, zegt Una.

Ook binnen het eigen bedrijf moet de E-sector nog een aantal knopen doorhakken. Wàt te doen als er in de millenniumnacht toch monitors `op grijs' gaan? Het een half uurtje aanzien, of toch onmiddellijk systemen uitschakelen. Welke reserve-eenheden breng je al op voorhand in vol bedrijf (zonder koppeling aan het net) en welke houd je alleen `hot standby'? Moeten de gascentrales die technisch gezien ook olie kunnen verbranden al op voorhand op olie overgaan (omdat daarvan voorraden zijn aan te leggen? En, last but not least, moet de kerncentrale van Borssele van het net? De beveiligingssystemen zijn minimaal computerafhankelijk en uit-en-te-na getest. Maar in principe kan Borssele wel gemist worden. Uiteindelijk zal productiebedrijf EPZ daarover beslissen, zegt Ligtvoet.

Hoeveel vertrouwen heeft Ernst Meijer van het Energie Millennium Platform persoonlijk in een goede afloop? Overbodige vraag, natuurlijk. Anderzijds: je weet niet wat je niet weet, je kan altijd wat over het hoofd zien. ,,Ons landis wel erg verwend met zijn elektriciteitsvoorziening, de Nederlander houdt niets eens rekening met stroomuitval. Men realiseert zich niet dat ook de benzinepompen uitvallen als er geen stroom is, je zou voor de millenniumnacht per regio pompen met noodaggregaten kunnen uitrusten. Iemand met een tropisch aquarium hoort – nu al – een stevige accu in huis te hebben. In de meterkast hoorde altijd al een lantaarn te liggen.'' Ook een doos kaarsen? ,,Een paar kaarsen is altijd gezellig.''

Dit is het derde deel van een tweewekelijkse serie over het millenniumprobleem in diverse sectoren van de economie.