Dodelijk virus in Congo verwant met ebolavirus

Een besmettelijke ziekte in Congo waaraan de laatste weken minstens 52 mensen zijn overleden, is waarschijnlijk een uitbraak van de Marburgkoorts. Het veroorzakende Marburgvirus is nauw verwant aan het ebolavirus. Beide veroorzaken een ziekte waaraan de patiënt bloedend uit ogen, neus, oren, anus en andere lichaamsopeningen overlijdt.

Het Marburgvirus is voor het eerst geïsoleerd in Marburg (Duitsland) en Belgrado (Joegoslavië) bij dierverzorgers en onderzoekers die werkten met uit Oeganda geïmporteerde en als proefdier gebruikte apen. Het virus is daarna nog driemaal geïsoleerd, in 1975, 1980 en 1987 in Zimbabwe, Zuid-Afrika en Kenia.

Patiënten met Marburgkoorts krijgen eerste gewone griepverschijnselen: koorts, spierpijn, hoofdpijn, tranende ogen en een slap gevoel. Daarna volgen keelpijn, overgeven, diarree, huiduitslag en tenslotte de vaak dodelijke interne en externe bloedingen. Om besmet te raken is meestal direct contact met de lichaamsvloeistoffen van de patiënten nodig. Vandaar dat in het begin van een ebola- of Marburgepidemie vaak medisch personeel tot de slachtoffers behoren. Besmetting via de lucht, waardoor griepvirussen zo besmettelijk zijn, komt nauwelijks voor.

De kans op snelle en grootschalige epidemieën van deze ziekte is niet groot, als de patiënten strikt geïsoleerd worden verpleegd en zolang het virus niet muteert tot een soort die zich wel via waterdruppeltjes in de lucht kan verspreiden.

De Wereldgezondheidsorganisatie, het Franse Institut Pasteur en het Amerikaanse Centers for Disease Control, de organisaties die wereldwijd als waakhonden voor infectieziekten optreden, sturen medische teams naar het gebied om hulp te bieden en de besmettingsbron op te sporen.

Waarschijnlijk houden de Marburg- en ebolavirussen zich op in dieren die zelf van het virus niet ernstig ziek worden. Het vermoeden is dat vleermuizen of ratten, die volop aanwezig zijn in de mijnen in het gebied, het natuurlijk reservoir zijn.