Bouwplaats

. Dit is waarschijnlijk de enige plaats in Europa waar nog ouderwetse kathedralenbouw plaatsvindt: al sinds 1883 wordt hier aan de Sagrada Familia gewerkt. Zo nu en dan staat de bouw een jaar of twintig stil wegens geldproblemen of een nare dictator, maar dan zwieren de kranen weer boven de torens van de Twaalf Apostelen, de façades van Geboorte, Hartstocht en Dood, de portalen van Geloof, Hoop en Liefde. In Moskou hebben ze een immense basiliek in een paar jaar van de grond af herbouwd, hup, daar staat-ie weer. Hier is het bouwen zelf een bedevaart, een eindeloos proces dat de hele stad doormaakt.

De grote bouwmeester, Antoní Gaudí, woonde vanaf 1910 als een kluizenaar op de bouwplaats, bezeten van zijn bossen van zuilen en torens. In 1926 kwam hij onder de tram. De neergang van zijn bloeiende, vrije, internationale stad bleef hem bespaard. Veertig jaar lang zou het feodale, in zichzelf gekeerde, anti-moderne Spanje de overhand hebben. Zo vocht het land meer dan anderhalve eeuw lang met zichzelf, in een voortdurende slinger tussen absolute monarchisten en vrije burgers, tussen Carlisten en liberalen, tussen niets veranderen en alles veranderen. De oorlog van 1936 was niet de eerste, maar de vierde burgeroorlog binnen één eeuw. Pas na de dood van Franco begon die felle innerlijke strijd te doven.

De Sagrada Familia is een gebouw van grote schoonheid en ontroering ondanks alle onafheid – of misschien wel juist daarom. Alles moet afgemaakt worden aan het eind van de eeuw, maar niet dit monument. Dat moet misschien maar oneindig blijven, voor altijd.