Anna

Anna uit Tbilisi woont op de Picassolaan in Alkmaar. Met haar ouders en broertje deelt ze een flat met een ander gezin, uit Irak. Als ze iemand in de keuken tegenkomt, zegt ze `dag', maar verder niks. Zij spreken toch geen Russisch, Georgisch of Nederlands.

,,Anna is moeilijk'', vindt haar moeder Viktoria. ,,Net als alles. Zoals het leven. En zoals haar vader.'' Anna staat achter de deuropening. Ze zet een stap over de drempel, maar trekt haar voeten toch weer terug. Ze kijkt naar haar moeders gezicht. Kan ik binnenkomen of beter nog niet?

Later huppelt ze de flat uit, met lichte sprongen naar de speeltuin toe. Bij het kabelbaantje staat een groepje: ,,Hoi Jurjen!'' Jurjen slingert aan de kabel heen en weer. Anna durft ook wel – eerst goed kijken hoe Jurjen het doet – maar niet zo hard.

Als ze later die middag thuiskomt, ligt haar moeder te slapen. Ze is moe, moe van het wachten.