VN terug in Kosovo

OP DE PETERSBERG aan de Rijn zijn het Westen en Rusland elkaar gisteren, op de 44ste dag van de NAVO-bombardementen op Joegoslavië, in de armen gevallen. In betrekkelijk korte tijd was men het eens over de beginselen van een overeenkomst voor Kosovo die in een nog goed te keuren resolutie van de VN-Veiligheidsraad zouden moeten worden opgenomen. Over het grootste deel van de tekst, zoals die is gepubliceerd, bestond al veel langer overeenstemming. Het sleutelwoord is `effectief': er moet een effectieve, internationale troepenmacht in Kosovo komen, goedgekeurd en aanvaard door de Verenigde Naties.

Vanzelfsprekend gaat nu de eerste belangstelling uit naar wie `gewonnen' heeft. Van een door de NAVO geleide vredesmacht, of een vredesmacht met een NAVO-kern – NAVO-jargon – is in de overeengekomen tekst geen sprake. Anderzijds kan, in de gebruikelijke uitleg, effectief alleen maar betekenen dat het om een `robuuste' vredesmacht gaat, die teruggekeerde vluchtelingen afdoende bescherming biedt en in staat is het UÇK te ontwapenen. Zoals in de door Miloševic getorpedeerde en door het UÇK getekende overeenkomst van Rambouillet was voorzien. Het Petersberg-akkoord laat, zacht gezegd, ruimte voor interpretatie. De deelnemers aan het overleg maakten na afloop dan ook onmiddellijk gebruik van die ruimte.

DE OVEREENKOMST werd gesloten op een bijeenkomst van de G8, de G7 van rijke, geïndustrialiseerde landen plus Rusland. Het gezelschap had

igzins het aanzien van een uitgebreide Contactgroep (Japan en Canada waren aanwezig) dan wel een gemankeerde Veiligheidsraad (China ontbrak). Maar het was nu eenmaal de eerste internationaal-representatieve groep die voor de voorlopige afsluiting van de vredesmissie van Tsjernomyrdin beschikbaar was. Bovendien staat de G8 momenteel onder Duits voorzitterschap en was president Clinton in de Bondsrepubliek op bezoek. Alles bijeen was het een goede gelegenheid om het weifelende en verdeelde Duitse publiek te laten zien dat de NAVO niet alleen in militair geweld handelt - al was de organisatie zelf dan niet op de Petersberg vertegenwoordigd.

Sinds de bijeenkomst in Oslo midden vorige maand van de ministers Albright en Ivanov was het duidelijk dat het Westen en Rusland, ondanks het diepgaande meningsverschil over de luchtoorlog van de NAVO tegen Joegoslavië, elkaar niet hadden losgelaten. Nu is er dan een begin van een overeenkomst die ook de Verenigde Naties weer terug in het spel brengt, niet alleen een eis van Moskou, maar ook een vurige wens van met name de Franse en Duitse regeringen. Dat de luchtoorlog zonder mandaat van de Veiligheidsraad wordt gevoerd, wordt in Bonn en Parijs eerder als onvermijdelijke uitzondering dan als veelbetekenend precedent gezien. De bombardementen worden voortgezet, maar de diplomatie heeft gisteren iets aan terrein teruggewonnen.