Verkoop UNA

Het interessante artikel `De veiling van het openbaar nut' van J. Alberts en K. Berkhout (NRC Handelsblad, 24 april), geeft uitvoerig de historie en achtergrond weer van de komende verkoop van de UNA-aandelen aan Reliant. Toch blijft een aantal zaken onvoldoende belicht.

Als woordvoerder van de VVD-Statenfractie van de provincie Noord-Holland heb ik in de statenvergadering van januari 1999 een motie ingediend, waarbij de VVD aandrong om definitieve voorwaarden en de prijs van de overname in de Staten te behandelen. Deze motie heeft destijds geen steun gekregen van de overige fracties. De Staten hebben aldus hun uiteindelijke goedkeuring uit handen gegeven. De geuite zorg om de milieuproblematiek staat los van het eigendom van het bedrijf. Dat kan en wordt anderzins wettelijk geregeld.

Dat de verkoopprijs van 3,3 miljard gulden (exclusief de aandelenuitgifte van een extra 1,1 miljard gulden) alle verwachtingen overtroffen zou hebben is wellicht juist voor het ministerie van EZ. In vergaderingen van de statencommissie Milieu, Water en Energie heb ik echter verschillende malen de mening uitgesproken dat de waarschijnlijke opbrengst vele miljarden zou bedragen. In deze branche is een verkoopprijs van 15-20 maal de genormaliseerde netto winst te verwachten, waarbij de winst aanzienlijk zal stijgen boven de 125-150 miljoen gulden door `efficiencyslagen' (lees personeelsreducties). Dat de Tweede Kamer nu aandringt om een deel van de `baksteen'-kosten op de bedrijven of de aandeelhouders te verhalen, geeft daarom geen pas. UNA zelf is niet armer of rijker geworden. En wat de aandeelhouders betreft, de spelregels kunnen natuurlijk niet gedurende de rit gewijzigd worden. De nieuwe elektriciteitswet staat verkoop van aandelen toe (in eerste instantie tot 49 procent).

De zorg die uit het artikel blijkt om het consumentenbelang, vooral t.a.v. elektriciteitsprijzen lijkt op zich redelijk. Het artikel vermeldt echter helaas niet dat een nieuw toezichthoudend orgaan (DTe: Dienst uitvoering en toezicht Electriciteitswet, een kamer van de NMa) de elektriciteitsmarkt zal gaan bewaken. Wij rekenen erop dat het netto effect zal zijn dat voor burgers en bedrijven elektriciteitstarieven lager worden en dat voor de elektriciteitsbedrijven een Europees `level playing field' ontstaat in een gemengd gereguleerde én geliberaliseerde markt.