SFOR kan precedent zijn

Rusland en de NAVO zijn het niet eens over de samenstelling en het commando van een internationale vredesmacht in Kosovo en in de G8-verklaring van Bonn ontbreken dan ook details op dat punt. Maar er bestaat een precedent: in Bosnië is een door de NAVO geleide vredesmacht waaraan niet-NAVO-landen, inclusief Rusland, deelnemen.

De vredesmacht SFOR (Stabilization Force) werd in 1996 in het leven geroepen op basis van het vredesakkoord van Dayton, als opvolger van de VN-vredesmacht IFOR. Het vredesakkoord dat de oorlog in Bosnië beëindigde werd op 14 december 1995 getekend.

SFOR wordt geleid door de NAVO. Van de negentien huidige NAVO-leden leveren er achttien militairen voor de vredesmacht (IJsland heeft geen eigen leger). Bijna eenderde van de vredesmacht in Bosnië bestaat echter uit militairen uit niet-NAVO-landen: bijna zevenduizend van de dertigduizend man. In totaal leveren dertig verschillende landen troepen voor SFOR. Rusland levert 1.400 man. Tijdens de bombardementsacties van de NAVO tegen Joegoslavië heeft Moskou vorige maand even gedreigd uit protest die Russische manschappen terug te trekken, maar uiteindelijk besloten ze die in Bosnië te handhaven. Ook de Oekraïne heeft een contingent van rond duizend man bij de vredesmacht in Bosnië. Kleinere contingenten komen uit allerlei landen, van Egypte tot Jordanië, en van Roemenië tot de Baltische landen.

Het mandaat van SFOR is in de loop van vier jaar aangepast. De belangrijkste taak is de handhaving van de vrede in Bosnië. SFOR patrouilleert in crisisgebieden, heeft de gewapende partijen ontwapend en controleert hun wederopbouw. Daarnaast ziet SFOR toe op de terugkeer van vluchtelingen. Maar militairen van SFOR hebben ook verdachten van oorlogsmisdaden gearresteerd. De vredesmacht in Bosnië wordt bijgestaan door een VN-politiemacht , UNMIBH, bestaande uit 1985 man.