`Orient House' brengt Netanyahu geen winst

Op 17 mei kiest Israel een parlement en een premier. De zittende premier Netanyahu denkt kiezers te winnen met een harde lijn tegen de Palestijnen, maar deze `verkiezingstruc' blijkt niet te werken.

In de tuin, onder de bloeiende bougainville, wachten Palestijnse notabelen en medewerkers van Orient House vandaag voor de derde achtereenvolgende dag op het besluit van de Israelische regering om hun kantoren te sluiten. De portiers die alle bezoeker op wapens controleren, hangen met hun oor aan de Israelische radio. Op straat staat al dagen een witte auto met Israeliërs in burger die foto's nemen van iedereen die Orient House, het PLO-hoofdkwartier in Oost-Jeruzalem, betreedt. Faisal Husseini, hoofd van Orient House, slaapt in het gebouw, mocht de Israelische politie ineens een inval plegen.

Maar er gebeurt niets. De sfeer is eerder gezellig dan dreigend, met de klaaglijke Jeruzalem-liederen van de Libanese zangeres Fayrouz zachtjes over de luidspreker. De Palestijnen beschouwen de aankondiging van premier Netanyahu om hier drie kantoren te sluiten, twee weken geleden, als een provocatie, maar ze hebben besloten om niet met een provocatie te antwoorden. ,,Netanyahu's besluit is een verkiezingstruc,'' zegt Husseini die er, gebruind en in opgerolde hemdsmouwen, ontspannen uitziet. ,,Wij gaan hem niet het genoegen doen om te happen.''

De affaire-Orient House demonstreert hoezeer Netanyahu, die volgens peilingen steeds verder achterloopt op zijn rivaal van Israel Eén, Ehud Barak, probeert om het vredesproces in zijn verkiezingscampagne te gebruiken – en een case-study van hoe hij daarin faalt. Hij wil, zeggen analisten, rechtse kiezers tonen dat hij hard is tegen de Palestijnen, en dat ze daarom op 17 mei op hem moeten stemmen. Maar de reactie van de kiezers op zijn plotselinge kruistocht tegen Orient House is lauw. ,,De meeste Israeliërs,'' zegt Asher Arian, hoogleraar politicologie aan de universiteit van Haifa, ,,zijn de problemen met de Palestijnen beu. Orient House is voor hen even ver weg als Holland. Driekwart steunt de stichting van een Palestijnse staat.'' Even typerend is de Palestijnse houding in dit conflict. PLO-leider Yasser Arafat rept met geen woord over Netanyahu's dreigement om Orient House deels te sluiten. Zijn veiligheidschefs hebben strikte orders om elke Israelische provocatie te negeren. Arafat wil Netanyahu geen aanleiding geven om Palestijns geweld vlak voor de verkiezingen in zijn voordeel uit te buiten. Volgens ingewijden moedigen de Verenigde Staten, die Netanyahu evenmin graag als premier zien terugkomen, hem in die afzijdigheid van harte aan. Arafat geeft, ondanks Netanyahu's bewering van het tegendeel, Israelische Arabieren geen stemadvies voor de 17de mei. Bij Orient House is geen spoor van de shebab, jongeren die soms opgetrommeld worden om stenen te gooien. Gevolg is dat Netanyahu's minister van Politie, Avigdor Kahalani, die zijn agenten naar Orient House moet sturen om de kantoren te sluiten, daar openlijk niets voor voelt.

Netanyahu zei twee weken geleden dat hij de kantoren wil sluiten omdat zij ,,voor de Palestijnse Autoriteit'' (PA) werken. Israel, dat Oost-Jeruzalem in 1967 annexeerde, beschouwt elke aanwezigheid van de PA in de stad als aanslag op zijn soevereiniteit. De Palestijnen zeggen dat de kantoren voor de PLO werken, en niet voor de PA. In Orient House, een Palestijns-politiek bolwerk in de jaren dat PLO-leider Yasser in ballingschap in Tunis woonde, huizen onder andere de Arab Studies Society, het Landkaartenbureau en niet-gouvernementele organisaties die zich bezighouden met sociale, economische en politieke zorg voor Palestijnen. Nu Arafat in Gaza en steden op de Westelijke Jordaanoever zijn zelfbestuur heeft gevestigd, gaan buitenlandse ministers voor overleg naar de PA, niet meer naar Orient House. ,,Orient House nú sluiten,'' zei een Palestijn, ,,is het idiootste wat ik ooit heb gehoord. Er gebeurt hier minder dan ooit!''

Ineens nam Netanyahu ook aanstoot aan de buitenlandse diplomaten die al jaren ongestoord met Husseini vergaderen. Deze week verbood de Israelische premier ,,de vergadering morgen tussen diplomaten en Husseini''. Er was helemaal geen vergadering gepland, de volgende dag. Toen Husseini later een protestbijeenkomst organiseerde – met bezoekers wier gemiddelde leeftijd ten minste rond de 50 lag – keken de diplomaten toe vanuit de tuin van een belendend pand, om geen aanstoot te geven. Onder druk van de Amerikaanse regering en sommige Israelische ministers gaf Netanyahu de stoelendans daarop een nieuwe wending: hij bood een compromis aan. Twee kantoren moesten verhuizen, het derde, dat van Husseini zelf, mocht open blijven, op voorwaarde dat hij er niet meer over politiek zou praten. De Palestijnen wezen het af.

Nu, op de derde dag, proberen de Israeliërs te onderhandelen met Husseini, opnieuw met het dreigement van onmiddellijke sluiting als drukmiddel. Maar minister Kahalani droeg zijn onderhandelaars vandaag op om ,,niet hoekig'' te zijn. Het lijkt erop, zeggen analisten, dat Netanyahu ,,uit de hoge boom wil''. Vanwege de Amerikaanse druk? Vanwege de lauwe Palestijnse reactie die hij niet had verwacht? Onder druk van zijn eigen ministers? Of omdat hij Husseini meermalen heeft benaderd voor geheime onderhandelingen, en bang is dat Husseini die toenaderingspogingen openbaar maakt, wat hem juist rechtse stemmen kan kosten?

Eén ding is duidelijk: mede dankzij Arafats besluit om zich niet als speelbal te laten gebruiken in de Israelische verkiezingen, zal Orient House Netanyahu's zo vurig gewenste zege op 17 mei niet dichterbij brengen.