Moraal

Als Louis Paul Boon het even niet meer wist, gooide hij een pijltje in een krant. Over het woord waarin het pijltje was blijven steken, schreef hij dan een stukje. Ik geloof dat hij van zichzelf alleen maar over mocht gooien als zijn pijltje in een lidwoord terecht was gekomen. Als Simon Carmiggelt het even niet meer wist, liet hij de lezers aan het woord of nam hij een citatenboekje ter hand.

In een van de dozen die ik onlangs erfde, vond ik een Prisma-

citatenboekje, samengesteld door Cees Buddingh'. Daar kom ik straks op terug.

Hoe lang is de oorlog in Kosovo nu aan de gang? Zo'n veertig dagen, schat ik. Ik houd het niet echt bij. Het probleem van deze oorlog is dat ik nog steeds geen afgerond moreel oordeel heb over de gang van zaken. Dat komt omdat ik mijn oordeel laat afhangen van het resultaat. Winnen de geallieerden en keren de Kosovaren terug naar hun land, dan is er een rechtvaardige oorlog gevoerd en zijn de doden niet helemaal voor niets gevallen. Maar komen de geallieerden er niet doorheen en moeten zij een compromis sluiten waarbij alleen Miloševic baat heeft, dan is de oorlog zinloos geweest en zijn er zinloze doden gevallen.

De afgelopen weken hebben opnieuw geleerd dat Nederlanders graag een gebaar willen maken. De behoefte om goed te willen doen is bij ons zo ver ontwikkeld, omdat de moraal hier los staat van de werkelijkheid. Onze moraal is in wezen een theologische en geen politieke. De oorzaak daarvan ligt natuurlijk in het feit dat Nederland geen enkele militaire traditie kent. Met inzet van hun laatste krachten marcheert het front der oud-strijders op bevrijdingsdag door de straten en de Nederlandse televisie maakt er een reportage van alsof het een parade is van demente oudjes. Vroeg Maartje van Weegen niet of het neerschieten van een vijandelijke piloot niet

eigenlijk moord was?

De Engelsen hebben van dit soort overwegingen heel wat minder last. Van de Europese landen stellen zij zich het hardst op tegenover Miloševic. Zij zijn het gewend. Ze hebben in deze eeuw al een paar maal voor ons de kastanjes uit het vuur gehaald.

Wij Nederlanders hebben neutraal met de handen over elkaar gezeten en toen er toch oorlog kwam, is die ons overkomen. Onze mening heeft nooit veel te betekenen gehad en vandaar dat wij ons ook gemakkelijk de moraal van de schone handen kunnen permitteren.

Alweer op de Nederlandse televisie zag ik een Nederlandse moraaltheoloog zijn verbazing uitspreken over het feit dat Margaret Thatcher het opneemt voor Pinochet. Daar kon hij met zijn verstand niet bij.

Ik begrijp dat heel goed, want voor Thatcher is Pinochet het morele resultaat van het regime dat aan hem voorafging. Het was Allende die met een minderheidsregering dacht te kunnen doorregeren en daarmee de democratie aan zijn laars lapte. Het was Allende die door zijn compromisloze halsstarrigheid de chaos veroorzaakte waarvan Pinochet kon profiteren. ,,Niemand'', heeft Margaret Thatcher ooit gezegd, ,,zou zich de barmhartige Samaritaan herinneren als hij alleen maar goede bedoelingen had gehad. Hij had ook geld.''

Ach, het Prisma-citatenboekje! Ik zit over de doos gebogen en pak het Prisma-citatenboekje eruit: ruim 3000 aforismen, thematisch gerangschikt. Ik zoek het lemma moraal op en doe een verrassende ontdekking. Bijna alle aforismen over de moraal zijn negatief.

H.L. Mencken, Marcel Proust, Mark Twain, Voltaire en natuurlijk Oscar Wilde, allemaal hadden ze een gloeiende hekel aan wat in Nederland zo hoog in aanzien staat: de moraal.

Een waar woord werd gezegd door Clarenske Day, iemand van wie ik nooit had gehoord, maar die volgens de index een Amerikaans schrijver en zeeman was: ,,Te veel moralisten beginnen met een afkeer van de werkelijkheid – en afkeer van de mens zoals hij is.''

Wie zijn afkeer laat vallen, kan misschien ook begrijpen waarom er bommen worden gegooid op het afkeerwekkende hoofd van Miloševic. Niet onmiddellijk om de wereld te verbeteren, maar om de oorlog te winnen.