Metabletica

Een van de eigenaardigste geschiedschrijvers uit het Nederlandse taalgebied is Jan Hendrik van den Berg. Oorspronkelijk fenomenoloog en zielkundige, kwam Van den Berg tot de conclusie dat een zo zakelijk mogelijke beschrijving der dingen de geschiedenis geen recht doet. Er bestaat immers ook zoiets als individuele geest en vooral tijdgeest. Sindsdien stelde hij zijn leven in dienst van de metabletica, zoals hij het noemde, de leer van de dwarsdoorsnede, van de synchrone blik. Dat heeft een merkwaardig fascinerend oeuvre van meer dan dertig titels opgeleverd. Vooral sinds Hooligans (1989) volg ik zijn werk gretig. Pest Syphilis Aids (1991), De dingen en andere essays (1994), Metabletica van God (1995), Geen toeval (1996), Het gestoorde contact (1997) en ook het recente Twee wetten las ik met rode oortjes.

In al deze werken is de docent aan het woord die Van den Berg jarenlang is geweest. Erudiet, maar in eenvoudige taal die men bijna helder zou noemen. Van den Berg vertoont een verbijsterende bontheid van gegevens en een even verbijsterende, creatieve betrekkingswaan. Een mooi voorbeeld uit het genoemde Hooligans was het verband tussen de in 1871 ontstane mode van de cul-de-Paris (het op de vrouwenbillen gebonden kussentje dat de rok doet huiven) en de vernietigende Franse nederlaag bij Sedan in de Frans-Duitse oorlog van datzelfde jaar. In zijn jongste studie Twee wetten zien we een horizontale correspondentie tussen beide wetten: de uitvinding van de fotografie, de kunst der pre-Rafaëlieten, massa-broodmaaltijden, Robespierre, zuurstof in het bloed en kanonfabricage.

Aan de hand van de docent in Van den Berg kan ik de verklaring van de twee thermodynamische hoofdwetten als alpha-lezer net volgen. Simpel geformuleerd: `handenwrijven geeft warmte zonder energieverlies' – dat is de eerste wet. `Als je in de huiskamer stookt wordt de gang altijd warmer, dankzij dissipatie' – de tweede wet.

Dat het juist Van den Berg is die zich over de formulering van deze wetten boog is geen toeval: ze werden allebei min of meer synchroon door verschillende fysici opgesteld. `Gefundenes fressen' voor de metableticus. Om een antwoord te vinden op deze algemene vraag – waardoor wordt een ontdekking zo dikwijls door verschillende auteurs, onafhankelijk van elkaar, gelijktijdig gedaan? – dient men buiten het betreffende vakgebied te zoeken naar gelijktijdigheden in zo mogelijk alle gebieden van menselijke activiteit.

De keuze van die gelijktijdigheden blijft natuurlijk een delicate kwestie. Wie bijvoorbeeld metabletisch onderzoek zou willen doen naar de dood van Multatuli in februari 1887, ziet een baaierd aan synchrone gebeurtenissen. In dezelfde maand werd een tentoonstelling ingericht van het beroemde `Panorama De Ondergang Van Pompei'. Precies twee maanden later opende het parasol-seizoen. Volgens de methode Van den Berg zou er een verband kunnen bestaan, vergelijkbaar met de link cul-de-Paris/nederlaag bij Sedan. Wellicht ook zou Van den Berg juist zeggen dat dat panorama noch parasol-seizoen ter zake doet in Multatuli-verband. Het kan zelfs zijn dat hij Multatuli's dood niet van belang acht, want zijn aandacht is op iets anders gericht.

Jan Hendrik van den Berg is een historicus van protestants-christelijken huize, die zich zorgen maakt over de vervlakking in cultuur en moraal, ingezet met het gelijkheidsprincipe van de Franse revolutie. Adel en geestelijkheid zijn door `hooligans' als Robespierre en Danton uitgebannen. Overgebleven is het vlakke burgerdom, dat slechts oog heeft voor de zakelijkheid der dingen en de geest uit het oog verliest. Voor ontdekkingen – hoe zakelijk ook – is echter een ziener nodig, zegt Van den Berg. Een `singulier individu' – zeker geen burger – gevoed door tijd en omstandigheden. Andere singuliere individuen voeden zich met hetzelfde, wat het mogelijk maakt dat ze synchroon hetzelfde uitvinden.

Centrale voorwaarde voor de ontdekking(en) van de twee wetten is het revolutionaire égalité-principe. Zonder de Franse revolutie was de blik op ijzer, brood en water nooit zo egalistisch (lees: wetmatig) geweest, zegt Van den Berg. Dat Rumford, de eerste uitvinder van de eerste wet, ook massa-maaltijden organiseerde waar `gelijkheidsbrood' werd verstrekt is dan ook verre van toevallig, dat de scheepsarts Mayer op thermodynamische gedachten kwam aan de hand van de invloed van tropenhitte op de kleur van bloed evenmin. Alle mensen gelijk? Als je het zakelijk, natuurwetenschappelijk ziet, zegt Van den Berg, maar er is méér.

Er kleven bepaald reactionaire aspecten aan Van den Bergs visie. Hij wil terug naar de pre-revolutionaire mentaliteit. In tegenstelling tot de platte, revolutionaire hooligans wil de metableticus pieken en punten zien. Interessant is hoe Van den Berg de tweede thermodynamische hoofdwet koppelt aan de volheid van de wereld (aan de hand van fotografie en de kunst van de pre-Raphaëlieten, eveneens `veel te vol'). Waarmee deze natuurwet plotseling een metafysische lading krijgt. De wereld is een massa geworden, zegt Van den Berg, waarin de geest uit de huiskamer naar de gang dissipeert. lAls we de hooligans hun gang laten gaan, zal de hele wereld nog eens dissiperen. Waarmee een zekere eindtijd-bevindelijkheid in Van den Bergs protestants-christelijke opvattingen sluipt.

Wie deze weergave van Van den Bergs sombere opvattingen diffuus vindt: aan hetzelfde euvel gaat zijn metabletica mank. Er zit ook een rare kronkel in Twee wetten. Zonder het verfoeide gelijkheidsbeginsel der revolutionaire hooligans zouden ze niet tot stand zijn gekomen, terwijl vooral de tweede wet zo mooi formuleert wat Van den Berg in geestelijk opzicht vreest en verfoeit: dissipatie. Wat de metableticus verder als bewijzen meent aan te voeren, zijn in werkelijkheid niet meer dan subjectieve, moralistische argumenten in een essayistische onderkast-wetenschap. Maar wel zéér innemend, vol prachtige beschrijvingen, schitterende anekdotes, aandoenlijke manipulatie met jaartallen (omwille van de gelijktijdigheid) en bizar belichte dwarsverbanden in een metafysica die als geheel mistig en raadselachtig blijft.

Jan Hendrik van den Berg: Twee wetten. De hoofdwetten van de thermodynamica. Pelckmans/Agora, 64 blz. ƒ19,90