Man met twee levens

Dankzij `één grove leugen' had Hans Schwerte voor zichzelf nog `een aardige biografie mogelijk gemaakt'. Maar niet voor eeuwig. In april 1995 werd Hans Schwerte (inmiddels 85 jaar) toch ontmaskerd. Enkele dagen voor de herdenking dat nazi-Duitsland vijftig jaar eerder capituleerde, onthulde het tv-programma Brandpunt met behulp van Simon Wiesenthal, dat de gerespecteerde germanist en ex-rector van de Technische Hochschule in Aken tot 1945 Hans-Ernst Schneider had geheten en een overtuigde nazi was geweest.

Schneider, die in 1909 in Königsberg was geboren, was van 1939 tot 1945 lid van de persoonlijke staf van Heinrich Himmler, werkzaam bij de afdeling `Ahnenerbe', onderdeel van het `Rasse- und Siedlungshauptamt' van de SS. Van 1940 tot 1942 werkte Schneider als assistent van de SS'er Hans Rauter mee aan de `Eindeutschung' van het `germanische Randland' Nederland. Schneider haalde in 1942 medische apparatuur bij de universiteiten van Leiden en Utrecht weg die vervolgens werd gebruikt voor medische experimenten op gevangenen in het concentratiekamp Dachau. Schneiders chef werd mede daarvoor in 1948 ter dood veroordeeld. Van 1942 tot het eind van de oorlog leidde Schneider vervolgens de `Germanische Wissenschaftseinsatz' van de SS die ten doel had de bevolking in de Randländer `op te voeden' in de nazi-leer.

In 1945, de Russische troepen waren in aantocht, vluchtte SS-Hauptsturmführer Schneider, destijds 35 jaar oud, uit Berlijn naar Lübeck. Hij verschafte zich daar valse identiteitsbewijzen, nam de naam Schwerte aan en liet zich door zijn vrouw dood verklaren. In 1947 hertrouwde hij met zijn `weduwe' en kreeg een baan als assistent germanistiek aan de universiteit van Erlangen. Dat was het begin van een glanzende carrière. Hij werd uiteindelijk hoogleraar aan de Technische Hochschule in Aken waar hij van 1970 tot 1973 rector was. In de jaren zeventig, tot zijn pensionering in 1978, was Scheider/Schwerte door de deelstaat Noordrijn-Westfalen belast met de bevordering van wetenschappelijke samenwerking met universiteiten in Nederland en België.

Bij het honderdjarig bestaan van de Akense universiteit sprak rector Schwerte mooie woorden over de opgave voor de volgende eeuw: `te leren hoe deze wereld in de toekomst tot het tehuis van alle mensen kan worden gemaakt, waarin iedereen zonder angst, zonder honger en in de onaantastbare waarde van zijn menszijn kan leven.' De uitspraak paste bij de reputatie die Schwerte zich in de jaren zeventig had verworven: een sensibele linkse liberaal, populair bij de studenten van de '68-generatie. De onthulling dat rector Schwerte de nazi Schneider was, veroorzaakte een schok. Premier Johannes Rau van Noordrijn-Westfalen bood Nederland excuses aan en president Roman Herzog ontnam Schneider het Bundesverdienstkreuz dat hem in 1983 was toegekend.

Over het geval-Schneider zijn in Duitsland talrijke publicaties verschenen. Vijftien auteurs, merendeels historici, hebben de belangrijkste gegevens samengevat in een boek getiteld Verwandlungspolitik onder redactie van Bernd Rusinek, een historicus uit Düsseldorf die in opdracht van de deelstaat Noordrijn-Westfalen een wetenschappelijk onderzoek instelde naar het fenomeen van de nazi die een geacht wetenschapper werd. De titel van het boek verwijst naar wat Rusinek het naoorlogse beleid van `collectief verzwijgen' noemt waardoor de reïntegratie van de nazi's mogelijk werd. Volgens een schatting van het ministerie voor Familiezaken uit 1954 waren er 60.000 Duitsers die in 1945 als een U-Boot waren ondergedoken om later, al dan niet ondere andere naam, weer boven te komen. Sommigen maakten in de nieuwe Bondsrepubliek politiek carrière, zoals Globke, Oberlander en Filbinger.

Het geval-Schwerte is echter uniek: hoe kon Schneider 50 jaar lang onontdekt blijven? In zijn bijdrage waarin hij de levensloop van Schneider samenvat, stelt Rusinek allereerst vast dat Schneider een typische `Schreibtischtäter' was. Nadat zijn ware identiteit was onthuld, zei Schneider zelf dat hij `direct nergens en nooit deelgenomen' had aan vervolging en dat hij evenmin wist wat er met de uit Leiden gestolen medische apparatuur in Dachau gebeurde. Leugens, aldus Rusinek. In zijn hoge functie bij Himmlers hoofdkwartier moet Schneider daarvan alles geweten hebben. Maar harde bewijzen zijn er niet. Er zijn geen documenten over Schneider uit de nazi-tijd teruggevonden: hij vernietigde ze voor hij naar Lübeck vluchtte.

Er zijn volgens Rusinek geen aanwijzingen dat Schneider hulp van vroegere kameraden kreeg, noch bij het aannemen van de nieuwe identiteit, noch bij de universiteit van Erlangen, waar hij in 1947 aan zijn nieuwe carrière als wetenschapper begon. `Deze eerste aanstelling in Erlangen is', schrijft Rusinek, het alles beslissende scharnier tussen het `eerste' en `tweede' leven. `Er moest eerst veel tijd vergaan', zei Schneider later zelf. De auteur van Faust und das Faustische (1958), een studie die in vakkringen goed ontvangen werd, was en bleef voorzichtig. In een bundel over Nürnberger Gespräche, een democratisch forum van intellectuelen, uit 1966 ontbrak bij de foto's van de deelnemers alleen die van Schwerte.

Schneider was heel lang een man op de achtergrond, in de nazi-tijd, tijdens de Verwandlung en nog vele jaren daarna in Erlangen. Twee keer, in 1949 en in 1954, werd de mogelijkheid van amnestie aan voormalige nazi's aangeboden. Maar Schneider/Schwerte maakte er geen gebruik van. Pas toen hij eenmaal in Aken doceerde, doken geruchten op over zijn nazi-verleden. Daar stond tegenover, schrijft Rusinek, dat er altijd geruchten circuleerden, al dan niet via `Ostzonepropaganda', en dat Schwerte in de jaren zestig/zeventig als een `overtuigde antifascist' gold die `te links' was voor het establishment van de Akense universiteit.

Nadat zijn ware identiteit was achterhaald, had Hans Ernst Schneider, toen 84 jaar oud, zelf weinig te melden over het mysterie van zijn dubbelleven. In een gesprek met de Duitse televisie minimaliseerde Schneider zijn eerste leven als nazi koel en zonder schaamte. `Men moet in de kern van de tornado leven om niet gegrepen te worden' en `taalmaskers' gebruiken om `in te voegen. (...) Misschien ben ik wel een levenskunstenaar', zei hij. Een koele gewetenloze opportunist was hij echter niet, concludeert Peter Tepe, een van de auteurs uit deze bundel. `Zijn levensweg kan ook beschouwd worden als een geslaagde individuele overwinning van een schuldprobleem.' Eigenlijk wilde hij volgens Tepe niet meer Schneider zijn, maar erkend worden als degene die hij, dank zij de leugen, feitelijk geworden was: Schwerte – en dan niet zozeer de man, maar de `levensvorm' die in vijftig jaar tenslotte een `aardige biografie' had opgeleverd.

Wilfried Loth & Bernd Rusinek (red): Verwandlungspolitik. NS-Eliten in der Westdeutschen Nachkriegsgesellschaft. Campus Verlag, 366 blz. ƒ65,60