Je moet je verdiepen in het wezenlijk andere

Het boek De Phoenix van de Vlaamse schrijver Paul Claes moest op een Botticelli-schilderij lijken: houterig en ingehouden gestileerd. Het is genomineerd voor de Libris-prijs.

Nee, hij was niet verbaasd toen hij twee maanden geleden voor de Libris-prijs werd genomineerd. Niet omdat Paul Claes ervan overtuigd was dat hij een van de beste zes romans van 1998 had geschreven – De Phoenix is meer een stijloefening dan een magnum opus – maar omdat hij de jury goed had ingeschat. ,,Bij twee hoogleraren literatuur en twee critici met belangstelling voor de geschiedenis ligt een historische roman over een filosoof er niet bij voorbaat uit. Ik kan me een slechtere jury voorstellen, bijvoorbeeld één van lezers die zichzelf willen herkennen in een romanfiguur. Daar schrijf ik niet voor; ik wil juist dat de lezer alles opzij schuift en zich openstelt voor een andere wereld. Als je tijdens het lezen van De Phoenix zou denken: ik identificeer me met de hoofdpersoon, dan is het boek eigenlijk mislukt. Je moet juist denken: wat is die man vreemd. Anders krijg je een historische roman à la Margriet de Moor – een nepboek waar geschiedkundig niets van klopt.''

Over de boeken van zijn medekandidaten voor de Libris-prijs, die maandag wordt uitgereikt, heeft Paul Claes een minder onderbouwd oordeel. ,,Ik heb geen tijd om de Nederlandse literatuur bij te houden. Mijn vrouw heeft mij stukken Nooteboom voorgelezen – veel te wollig naar mijn smaak. De Procedure van Mulisch heb ik doorgebladerd, omdat het in recensies met mijn eigen boek werd vergeleken. Ik kreeg het idee dat het niet zijn beste was, maar Mulisch is een vakman en anders dan Claus schrijft hij nooit een echt slecht boek. Beiden behoren trouwens tot de monumenten, schrijvers van wie elk nieuw boek in grote aantallen wordt verkocht, ongeacht de kwaliteit of de kritiek.''

Het laatste zegt Claes zonder merkbare spijt of jaloezie. De 55-jarige Leuvenaar is bekend om zijn essays (vooral over het werk van Hugo Claus) en zijn vertalingen van onder meer Catullus, Rimbaud en Joyce (waarvoor hij in 1996 de Nijhoff-prijs kreeg); maar niet om de drie romans die hij de afgelopen jaren schreef. Hij maakt het zichzelf en de lezer dan ook niet gemakkelijk. Met De Sater, dat in 1994 genomineerd werd voor de Libris-prijs, schiep hij een Grieks-Romeinse avonturenroman in de stijl van Satyricon. In De Zoon van de Panter (1996) reconstrueerde hij op vogelvrije wijze het zogenaamde Evangelie van de Twaalf, de getuigenissen van Jezus' twaalf discipelen over het leven van hun meester. En in De Phoenix herschreef hij het leven van de vijftiende-eeuwse denker Pico della Mirandola als een speurdersroman gedrenkt in renaissance-symboliek. Alledrie de boeken zitten vol met pastiches van de klassieken, literaire verwijzingen en intertekstuele grapjes – typerend voor een schrijver die ooit een essaybundel met de titel Echo's echo's publiceerde. Alledrie de boeken waren in Nederland en Vlaanderen matige verkoopsuccessen.

Misschien moet Claes het meer van Duitsland hebben, net als de door hem versmade Nooteboom. ,,Ik voel me eerder een Europees dan een Vlaams schrijver'', zegt hij, en om te onderstrepen dat hij niet de enige is die dat vindt, vertelt hij trots wat hem onlangs gebeurde. In de Frankfurter Allgemeine Zeitung verscheen een laaiend enthousiaste recensie – van de Nederlandse editie van De Phoenix – waarin hij tot de nieuwe Umberto Eco werd gebombardeerd. Onmiddellijk begonnen de uitgevers tegen elkaar op te bieden, en toen ze bij 80.000 mark waren, koos Claes voor Fischer Verlag. ,,Al was het alleen maar omdat het werk van Thomas Mann daar ook zit.''

Boterham met kaas

Om geld is het Claes niet te doen. Hij woont in een bescheiden split-levelwoning in een buitenwijk van Leuven, een kwartiertje rijden van de universiteit die hem in dienst heeft als docent vertalen. Het huis is simpel, bijna ascetisch ingericht, net als de studeerkamer waar we ons na een on-Belgische boterham met kaas terugtrekken. ,,Natuurlijk had ik van De Phoenix best een razend spannende thriller kunnen maken'', zegt Claes in zijn zeer zachte Vlaamse tongval. ,,Wat snelle dialogen, wat langer uitschrijven, en hop: je hebt een populair boek. Maar dan lees je het in hoog tempo uit en gaan alle finesses verloren. Ik wilde nu eenmaal geen twintigste-eeuwse roman schrijven. De Phoenix moest de eigenschappen hebben van het Botticelli-schilderij La Primavera dat in het eerste hoofdstuk beschreven wordt: een beetje houterig, maar ingehouden gestileerd.''

In De Phoenix, genoemd naar een van de bijnamen van de hoofdpersoon, volgen we Graaf Pico della Mirandola, de erudiet die hoopte het Platonisme te verzoenen met de leer van Aristoteles, in de moeilijke laatste maanden van zijn leven. De Franse koning staat voor de muren van Pico's geliefde Florence (1494) en dwingt de 31-jarige filosoof te kiezen tussen hem en de paus in Rome. Pico's voormalige beschermer, de boeteprediker Savonarola, probeert hem het klooster in te krijgen om zijn ketterse ziel te redden. En in een landhuis sterft onder geheimzinnnige omstandigheden Pico's beste vriend, de dichter Angelo Poliziano. Pico is ervan overtuigd dat Poliziano is vergiftigd en gebruikt zijn scholing als logicus en jurist om de moordenaar te vinden – iets wat hem pas lukt wanneer hij zelf als slachtoffer van moord op zijn sterfbed ligt.

Een pre-moderne filosoof die een misdaad onderzoekt – dat klinkt bekend. Maar hoewel Claes naar eigen zeggen niet kan loochenen dat hij De naam van de roos gelezen heeft, ontkent hij dat De Phoenix daardoor beïnvloed is. ,,Anders dan William van Baskerville [de hoofdpersoon van Eco's roman PS] is Pico geen wandelend anachronisme dat zich bezighoudt met de laat-middeleeuwse equivalenten van sporenonderzoek en semiotiek. Pico is een historische figuur, en het speurdersgegeven is mij door de geschiedenis aangereikt. Volgens zijn biograaf is Pico vermoord; Poliziano stierf twee maanden vóór hem. Dat brengt een verhaal op gang, een detective, want daarin kun je heel mooi de praktijk van Pico's denken laten zien. Er is nauwelijks iets in mijn boek verzonnen, zelfs de weersomstandigheden zijn gecheckt. Ik voel mij historicus. Er wordt wel gezegd dat je de geschiedenis moet kennen om je eigen tijd te leren begrijpen, maar het gaat er juist om dat je jezelf in het wezenlijk andere verdiept. Die ervaring kan helpen om andere soorten vreemdheid onze eigen wereld te interpreteren – zelfs zoiets als de fatwa. Misschien ligt daarin het nut van de geschiedenis.

,,Het is onthutsend om te zien dat een geleerde als Pico, de verstandigste man van zijn tijd, een rationalist die zich met hand en tand tegen de astrologie verzette, wel heilig geloofde in de kabbala [occulte joodse geschriften PS] en allerlei soorten getallenmystiek. Maar vergeet niet, wij zijn net als Pico: we weten heel veel en nemen tegelijkertijd dingen klakkeloos aan die nergens op slaan. Zoals alle renaissance-geleerden worstelde Pico met de tegenstelling tussen de klassieke en de moderne inzichten; hij was nog heel gevoelig voor het middeleeuwse idee dat de waarheid in de woorden zat. Later kwam de werkelijke kanteling van het wereldbeeld: de vaststelling dat er een wereld van woorden is die min of meer los staat van de werkelijke wereld, die je met behulp van experimenten moet onderzoeken.''

Paard op hol

Claes' liefde voor Italië en zijn kennis van het Quattrocento (,,ik zocht naar een onderwerp waarover ik niet steeds alles hoefde op te zoeken'') maakten van De Phoenix een boek dat niet alleen over de Renaissance gaat, maar dat ook in de vorm doet denken aan de kunst uit de Renaissance. ,,Ik wilde een boek schrijven waarin alle gebeurtenissen een symbolische betekenis hadden; net als de gedichten van Petrarca of de schilderijen van Botticelli moest je De Phoenix op twee niveaus kunnen lezen. Als Pico's paard op hol slaat, tekent dat het moment dat hij de zaken op rationeel niveau niet langer onder controle heeft. Als hij in bed ligt met dodelijke koortsen kun je denken aan het brandende nest waarin de oude feniks verbrandt voordat hij uit zijn as herrijst.''

Volgens de overlevering beleefde de vogel Phoenix, die door sommige middeleeuwse schrijvers werd gezien als een symbool van Jezus Christus, elke 1461 jaar een wedergeboorte. In De Phoenix wordt berekend dat dit precies de tijdspanne is tussen de dood van Jezus (33) en het jaar waarin Pico leeft (1494). Suggereert Claes dat Pico een nieuwe Christus is?

Claes: ,,Het is natuurlijk in de eerste plaats een bewijs dat je met getallen alles kunt doen. Maar die religieuze suggestie is heel toepasselijk in een boek over Pico, die de mens bijna goddelijke eigenschappen toedichtte. In zijn beroemde `Rede over de waardigheid van de mens' plaatste hij de mens in het midden van de kosmos; hij kon kiezen voor het lage, het dierlijke, of voor het hogere om zo tot het goddelijke op te stijgen. Het is een mooi wereldbeeld, en heel typerend voor de Renaissance, maar het heeft tegenwoordig helemaal afgedaan. Sinds Darwin, Freud en Marx weten we dat we niets goddelijks hebben: we stammen af van de aap, we zijn overgeleverd aan onze instincten en ons handelen wordt bepaald door materiële omstandigheden. De mens is steeds knapper geworden, maar hij denkt niet langer dat hij de wereld kan maken. Het eind van De Phoenix loopt daar al op vooruit. Pico ligt ziek in bed, hij weet alles maar het baat hem niet. Zie daar de situatie van de moderne mens: geen controle over zichzelf en al helemaal niet over de wereld.''

Net als de eerdere romans van Claes bevat De Phoenix geen autobiografische elementen (,,alleen de sandalen die Pico draagt zullen mijn vrienden bekend voorkomen''). Maar we mogen zijn boeken niet beschouwen als een statement tegen het doorgevoerde autobiografisme dat in de Nederlandse literatuur steeds populairder wordt. Claes: ,,Iedereen schrijft zoals hij is. Er zijn veel goede autobiografische romans, al geloof ik dat de gemiddelde mens er maar één kan schrijven zonder zichzelf te recycleren. Kijk maar naar Herman Brusselmans: bepaald geen slechte schrijver, maar hij vergooit zijn talent. Waarom zou je je beperken tot jezelf als er zoveel is om over te schrijven?''

Limietboek

Als ik Claes vraag naar zijn favoriete roman, en daarbij opmerk dat dat waarschijnlijk Ulysses zal zijn (de roman van James Joyce die Claes een paar jaar jaar geleden samen met Mon Nys vertaalde), antwoordt hij dat Ulysses meer is dan een ideale roman. ,,Ik noem het een limietboek. Joyce hanteerde alle mogelijke stijlen en dreef zo de techniek van het schrijven tot het uiterste. Verder kun je eigenlijk niet gaan, zonder onleesbaar te worden; kijk maar hoe Joyce zelf strandde in Finnegans Wake. Het is net als in de abstracte schilderkunst: als je het doek helemaal wit laat, is het gedaan. Dan kun je er hoogstens nog een snee in maken.

,,Schrijvers na Ulysses zijn aan het eind van hun mogelijkheden. Salman Rushdie herschrijft in zijn laatste boek de Orpheusmythe, maar hij is een dwerg vergeleken met Joyce. Het meeste soelaas biedt nog het postmodernisme – onder het motto: we kunnen niets nieuws meer uitvinden, dus we gaan met de bestaande literatuur spelen. Dat doe ik ook in mijn romans, maar ik heb niet de illusie dat ik mijn voorgangers en voorbeelden zal overtreffen.''

Paul Claes: De Phoenix. Uitg. De Bezige Bij, 167 blz. Prijs: f32,50. De Libris-prijs, waarvoor naast Claes ook Harry Mulisch, Cees Nooteboom, Nanne Tepper, Hans Maarten van den Brink en Ernst Timmer genomineerd zijn, wordt maandagavond 17 mei uitgereikt tijdens een deels live door de NPS uitgezonden diner in Amsterdam. Komende vrijdag verschijnt in Boeken een beschouwing over alle genomineerde titels.