Je kunt niet aan de tijd ontsnappen

De beeldend kunstenaars Luc Tuymans en Narcisse Tordoir verdedigen de schilderkunst met een tentoonstelling waar ook sculpturen, foto's en films te zien zijn. Ze leggen uit waarom.

,,De virtuele wereld is ontworpen en uitgedacht door mensen die teveel pot hebben gesmoord.'' De Belgische schilder Luc Tuymans zegt het met de pertinentie die al zijn beweringen stut. ,,Het is een psychedelische wereld die is ontstaan vanuit het hippiedom en die nu geïncorporeerd is in een concern dat daar veel geld mee verdient. Zo is het met veel dingen uit de jaren zestig gegaan. Ik haat die tijd.''

De virtuele wereld komt ter sprake in een lang gesprek dat ik met hem en zijn collega Narcisse Tordoir voer. Aanleiding is een door hen beiden in het MUHKA, het Museum voor Hedendaagse Kunst in Antwerpen, en het Nieuw Internationaal Cultureel Centrum of NICC, samengestelde tentoonstelling over schilderkunst, TroubleSpot.Painting. De twee welbekende, niet meer zo heel jonge schilders (Tuymans is 40, Tordoir 45) stellen met nadruk dat de tentoonstelling niet als verdediging van de schilderkunst is bedoeld, maar ze erkennen wel dat de schilderkunst haar prominente positie heeft verloren. Vooral jonge tentoonstellingsmakers en critici zeggen tegenwoordig dat schilderkunst niet meer in staat is om uitdrukking te geven aan de tijd waarin we leven. Technologische media als fotografie, video en computer zouden daar veel geschikter voor zijn. Het kunstblad Metropolis M heeft de schilderkunst om die reden vrijwel geheel uit zijn kolommen verbannen. En de samenstelster van de laatste Documenta, Catherine David, noemde de schilderkunst van nu zelfs `in het beste geval academisch en in het slechtste geval reactionair'.

TroubleSpot.Painting moet aan de hand van kunst van 65 kunstenaars laten zien dat schilderkunst nog steeds kan vlammen, vooral als kunstenaars het heft in eigen handen nemen. Dat is hier gebeurd op initiatief van het NICC, een cultureel centrum dat uitsluitend door kunstenaars wordt gerund. Het is, zoals Tuymans zegt, ,,een denktank van kunstenaars die inhoudelijk weerstand biedt tegen het belachelijke discours van critici en op de kunst parasiterende lieden''.

Ik ben gewaarschuwd.

Pur sang

Tordoir: ,,De tentoonstelling is met onze kennis en ervaring als kunstenaar gemaakt. Hij is niet wetenschappelijk verantwoord en grotendeels subjectief. Het accent ligt op het visuele.''

Tuymans: ,,En op de verschillende betekenisniveaus. Niet alles wat getoond wordt is schilderkunst pur sang, maar alles heeft wel met schilderkunst te maken. Onze manier van denken is compleet anders dan die van curatoren die schilderijen bij elkaar stapelen en achter elkaar aan de muur hangen. Wij willen dat de dingen op elkaar inwerken, zodanig dat iedere ruimte een mindblow is.''

Schilderkunst blijkt bij TroubleSpot.Painting een tegen de muur bevestigde pingpong-tafel te kunnen zijn, een plat op de grond liggende hond van was, een foto van een straat vol auto's, een film van een zwijgende vrouw of een maquette met oorlogsspeelgoed.

Tuymans: ,,Schilderkunst is veel meer dan het smeren van verf op doek. Het is een manier van denken over beelden, over het maken van beelden en uiteindelijk over het laten verschijnen van beelden in een ruimte. De schilderkunst is deze eeuw zo geëvolueerd dat het beeld zich nu los kan maken van het platte vlak en een ding worden, een object dat kan worden gebruikt of op een andere fysieke manier ervaren.''

Hoe die evolutie is verlopen krijgen we als terloops te zien, want de tentoonstelling is niet educatief opgezet, maar volgt wel een paar uitgezette lijnen. Eén lijn begint direct bij de entree van het museum met een schilderij, of beter een foto van een schilderij van Robert Rauschenberg uit 1951. Het is een wit, leeg veld, geschilderd met muurverf op krantenpapier.

Tordoir: ,,Rauschenberg kleedde de kleur, het materiaal en de drager uit tot op het bot om zo de schilderkunst te relativeren. Op die kale fundamenten probeerde hij een schilderij opnieuw op te bouwen. Uiteindelijk kwam hij uit bij de samengestelde werken waarmee hij beroemd is geworden, de combine-paintings.''

De Rauschenberg zou volgens sommigen ook nagemaakt mogen worden en de twee schilders zouden dat zeker hebben gedaan als ze bevestiging van die bewering hadden kunnen krijgen. Nu blijft het bij een foto als document.

Tuymans: ,,Authenticiteit is voor ons een leeg begrip. Daarom hebben we bij de Rauschenberg een zelfportret van El Greco opgehangen dat nog niet zo lang geleden is ontmaskerd als een vervalsing. Ons interesseert dat niet. Dat is een discussie voor cultuurambtenaren. Wij vinden dat een goed schilderij, onverschillig of het echt is of vals. We gebruiken het zelfs op folders en affiches als representatief voor de tentoonstelling: een schilder met prangende blik en palet.''

Dat palet kan ook een spuitbus zijn en als die wordt leeg gespoten op de grond,zoals hier in het MUHKA voor de gelegenheid is gebeurd, is als vanzelf een Lawrence Weiner ontstaan. Namaak geen probleem, want Weiner, die dit idee in het begin van de jaren zestig op papier stelde, wilde juist dat ieder voor zich het werk uitvoerde, echt of in gedachten.

Het schilderen zelf

,,Het gaat over de handeling van het schilderen zelf'', licht Tordoir toe.

,,Ik vind het zo illustratief'', zeg ik, ,,puur theoretisch vertoon. Typisch kunst uit de jaren zestig.'' Tuymans: ,,Heb je soms een hekel aan die tijd?''

We staan stil bij een video met Jackson Pollock. De ritmische beweging van zijn lichaam stort zich via de oververzadigde kwast in zijn hand uit op het doek. Maar het blijft niet bij de kwast. ,,Sometimes I paint with a brush, sometimes I paint with a stick, and sometimes I just pour the paint straight from the can'', zegt hij tegen de interviewer.

Tordoir: ,,Iedere schilder moet zijn houding bepalen ten opzichte van de fundamenten van de schilderkunst: kleur, materiaal, schildersgebaar en drager. In welke onderlinge verhouding wil hij ze stellen? Hoe abstracter of formeler een werk is, des te belangrijker worden materiaal en drager. Op de tentoonstelling zie je dat in allerlei gradaties.''

Carla Arrocha, een jonge in Antwerpen en Chicago wonende Venezolaanse, is zo'n formele schilder. Ze snijdt golvende motieven uit lappen vinyl of een felkleurig soort suède, en plakt ze op. Het oog glijdt als een hand over de oranje, rode en witte stof en tast de gloed af. Red Hot, het is hier een titel als tintelende vingers.

Tordoir moet zich verwant met haar voelen. Een vroeg werk van hem bestaat uit een lap stof waarop vierkanten, rechthoeken en cirkels van verschillend formaat naast elkaar op een rij zijn geschilderd. Een soort scherf en een andere restvorm staan er als allochtonen tussen. Pal onder het doek staat de rij nog een keer, maar nu los op de grond. Het is alsof de vormen van het doek zijn afgegleden en er een scherp gesneden nabeeld op hebben achtergelaten, plat als een schaduw.

Het schilderij groeit hier uit tot een object: wat is het verschil met sculptuur? Tuymans: ,,De schilderkunst ontwikkelt ruimte en diepte op een wezenlijk andere manier dan sculptuur. Sculptuur ontwikkelt de ruimte eigenlijk niet, die is er in principe al. Bij schilderkunst ontstaat alles uit een heel bijzonder diepte, een diepte die als het ware naar voren beweegt uit een achterste ruimte, naar het platte vlak van het doek toe, het twee-dimensionale beeld in. De schilderkunstige ruimte is een mentale ruimte. Je maakt hem zelf.''

De beweging naar voren is, volgens de beide schilders, niet opgehouden bij het platte vlak. Ze heeft het twee-dimensionale beeld en alles wat daaraan vastzit ook nog van het doek af geduwd, de wereld in. De consequentie is dat we nu een echte pingpong-tafel aan de muur zien hangen, topzwaar en kantelend, of hij op het punt staat te bezwijken onder de dikke laag rode verf waarmee de Fransman Bertrand Lavier hem heeft ingesmeerd.

Lavier zet al jaren de meest uiteenlopende dingen vet in de verf. Hij wil ermee zeggen dat alles nu als drager kan functioneren. Zijn handeling voert in feite terug op schilders die in de jaren zestig en zeventig ieder aspect van de schilderkunst een eigen waarde wilden gegeven. Zo'n schilder is de Belgische Marthe Wéry. Zij plaatst rechthoekige houten platen van verschillend formaat schuin tegen de muur. Iedere plaat is zorgvuldig in één kleur beschilderd en in nuance afgestemd op de andere. Wanneer je het geheel overziet is het of een laboratoriumanalist een veelkleurig abstract schilderij in al zijn kleurnuances heeft ontleed en apart gezet.

Tuymans: ,,De Braziliaan Hélio Oiticica heeft als een van de eersten de kleur als zelfstandig element fysiek gemaakt. We hebben een kast van hem waar je in kunt gaan staan. Je staat dan middenin een fel oranje kleur.''

Ook het beeld als representatie van de wereld zit niet meer aan het schilderij vast. Zo heeft de Amerikaan Robert Gober de kat die op een zak met kattenkorrels staat afgebeeld, nauwgezet overgeschilderd. Het is een schilderkunstige vorm van retoriek: een afbeelding van een afbeelding.

Reproduceren

Die retoriek, die op de tentoonstelling in allerlei gedaantes opduikt, hangt samen met het belangrijkste probleem van de schilderkunst van deze eeuw: ze kan de wereld niet meer exact reproduceren. Dat heeft niets met techniek te maken, en alles met het idee dat kenmerkend is voor de moderne kunst, het idee dat er niet één werkelijkheid bestaat, maar dat de werkelijkheid vele niveaus kent.

Ik zeg dat het de schilderkunst van nu wordt aangewreven dat ze niet, zoals fotografie en film, direct ingaat op de tijd waarin wij leven.

Tuymans: ,,De tijd klinkt altijd in de kunst door. Je kunt als kunstenaar niet aan de tijd ontsnappen.''

Een kunstenaar als Thierry de Cordier probeert dat wel degelijk.

Tuymans: ,,Ja, maar zijn opstelling tegenover de huidige tijd verbindt hem er juist mee. Niemand gaat mij aanpraten dat de verbeelding sterker is dan de werkelijkheid. De werkelijkheid neemt altijd een superpositie in ten opzichte van de verbeelding. Het is niet de verbeelding die de werkelijkheid voortbrengt, maar andersom. We zijn niet zo dom als de patjakkers van de jaren zestig met hun kreet: de verbeelding aan de macht.''

Tordoir: ,,Wat men ook nauwelijks beseft is dat kunst, vooral schilderkunst, zich binnen een ander tijdsgegeven afspeelt. Het geschilderde beeld kent een ander verloop in de tijd dan het fotografische en gefilmde beeld. Het geschilderde beeld is een beeld dat gemáákt moet worden. Dat wil zeggen dat het eerst moet worden gedacht. Daardoor is het geen direct beeld, maar levert het een mentaal beeld op van de wereld waarin je leeft, je gevoelens, je herinneringen. Het is een heel ander type beeld en hoe die beelden zich ontwikkelen en verschijnen willen we hier tonen. Dat onderzoeken we hier ook in relatie tot die beelden die een directer beeld van de werkelijkheid opleveren.''

Tuymans wijst op het filmpje van de Rus Aleksandr Sokoerov. Vijfendertig minuten lang kijk je naar een vrouw die geen woord zegt. Er is alleen een stem die een monologue intérieur suggereert. ,,Dat is schilderkunst'', zegt hij, ,,net als de video-installatie van Diana Thater. Zij heeft op vier muren de tuin van Monet geprojecteerd.''

Leg het me uit, zeg ik.

Tuymans: ,,De beweging is als beweging zeer gestructureerd. Er is een voortdurend besef van het kader waar het beeld uit ontsnapt en weer naar teruggaat. Dat is een schilderkunstig besef.''

Het is een vrij statische opvatting van film.

Tordoir: ,,Het snelle beeld is altijd een oppervlakkig beeld. Het is eenvoudig opgebouwd anders zou het niet zo snel herkenbaar zijn. Het schilderkunstige beeld is complex. Het werkt langzaam door.''

Tuymans: ,,Bij film probeer ik altijd één beeld te vinden dat de hele beeldenreeks voor me samenbundelt. In die zin bestaat er voor mij geen verschil tussen het proces om tot een beeld te komen in een film en bij een schilderij. Voor mij is een schilderij goed wanneer het meer dan één beeld in zich heeft opgenomen. Of het dan pure abstractie wordt of juist een veelheid van beelden doet er niet toe, als het die complexiteit maar heeft. Bij film gaat het er juist om om het grote aantal beelden terug te brengen tot wat ik als de kern ervaar. Die twee bewegingen zijn vergelijkbaar, maar de psychische impact is anders. Het gevecht dat nu wordt geleverd tussen schilderkunst en film draait precies om dit punt.''

Tordoir: ,,Bij schilderkunst gaat het niet om `klik', en het beeld is klaar. Schilderkunst loopt een beetje achter op de snellere nieuwe media. Maar doordat ze afstand neemt kan ze ook vooruitkijken. Daar zit het moment van reflectie, daar zit ook de kritische houding die de schilder kan aannemen ten opzichte van de wereld waarin hij leeft.''

We staan stil in een zaal waar een schilderij van de Afro-Amerikaanse kunstenaar Kerry James Marshall naast een goudkleurige Yves Klein hangt. Marshall heeft in een strakke, bijna naïeve stijl twee gitzwarte koppen geschilderd die met grote, wezenloze ogen naar het landschap om hen heen kijken, titel: Lost boys. Het goud van Klein wordt er bijna cynisch door. En bourgeois. Ik heb er moeite mee, zoals ik me ook onbehaaglijk voel als ik de bijna sacrale stilte van een doek van Jan Andriesse zie hangen naast een blondje-met-grote-borsten-schilderij van John Currin.

Tuymans: ,,We hebben geprobeerd tegen te gaan dat kunstenaars vastgepind worden op één visie. De inhoudelijke betekenis ligt niet muurvast. We vermoeden intuïtief dat er tussen deze werken een verband bestaat en dat dergelijke botsingen visueel een klap kunnen opleveren. We willen dat het spannender wordt dan een Andriesse die alleen aan de muur hangt. Beide schilders pureren ieder op een totaal andere manier iets uit, zuiverheid, onzuiverheid, reductie, voorstellingsdrang. In de combinatie komt dat sterker naar voren. De tentoonstelling is zo opgebouwd dat geen kunstenaar een ruimte voor zichzelf alleen heeft. Altijd is er de confrontatie. Op die manier willen we van ieder werk een intentioneel moment maken, een moment dat ertoe doet. Dat geeft aan deze tentoonstelling zo'n dramatische ondertoon.''

TroubleSpot.Painting. MUHKA, Leuvenstraat 32 Antwerpen. NICC Pourbusstraat 5, Antwerpen. Van 9 mei tot 20 augustus. Vernissage 8 mei om 11.00 uur. Open van di t/m zo van 10 tot 17 uur. Tel: 0032-3-238 5960.