Instellingen prijzen Raad voor Cultuur

Het advies van de Raad voor Cultuur om zo snel mogelijk een `centrum voor foto-, film- en mediatechnologie' op te richten in Rotterdam is door de meeste betrokken partijen positief ontvangen.

,,We zijn vooral blij dat de raad zo positief is over het idee van een instituut voor beeldcultuur; dat was onze droom'', zegt F. Bool, directeur van het Nederlands Fotoarchief. Hij was vorig jaar degene die het initiatief nam tot gesprekken over samenwerking tussen het Filmmuseum in Amsterdam, het centrum V2 voor nieuwe media in Rotterdam en drie Rotterdamse foto-instellingen.

Directeur L. van der Molen van het Nederlands Foto Instituut zegt zich goed te kunnen vinden in de argumentatie van de Raad voor Cultuur, die het Amsterdamse aanbod gisteren ,,onuitgewerkt'' noemde en het Rotterdamse ,,helderder en een aantal belangrijke fasen verder''. Amsterdam had voorgesteld het instituut voor beeldcultuur te vestigen in het gebouw van het Sweelinck Conservatorium in de Van Baerlestraat. Rotterdam bood twee panden aan: het oude pakhuis Las Palmas op de Kop van Zuid en het voormalige gebouw van het gemeentearchief aan de Mathenesserlaan. Bool: ,,Wij hadden een gigantische waslijst met vragen over het Amsterdamse plan. Het Rotterdamse plan was duidelijker.''

Rotterdam is ,,natuurlijk erg verheugd'' over het advies van de Raad voor Cultuur, zegt C. Weeda, hoofd Culturele Zaken van de gemeente. De raad prijst Rotterdam onder meer om zijn culturele klimaat en noemt de gemeente ,,een bevlogen partner van instellingen''. Weeda: ,,We hebben het allemaal een beetje bedremmeld zitten lezen.''

In afwachting van een besluit van staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur), dat eind juni verwacht wordt, is Rotterdam al bezig de plannen uit te werken. ,,We hebben vijf, zes architecten geselecteerd.''

Ook Amsterdam gaat door met het maken van plannen, zegt cultuurwethouder S. Bruines, die het ,,natuurlijk jammer'' vindt dat de Raad voor Cultuur voor Rotterdam kiest. Ze is vooral verbaasd over de kritiek van de Raad dat het Amsterdamse plan onuitgewerkt is. ,,We hebben juist geen heel uitgewerkt plan gemaakt omdat we vinden dat het een dynamisch proces is, waarbij de instellingen een belangrijke rol moeten spelen. Ons was gevraagd een gebouw te leveren en de randvoorwaarden aan te geven. Dat hebben we gedaan.''

Paul Huf, fotograaf te Amsterdam en mede-initiatiefnemer van het in Amsterdam op te zetten PhotoPlaza, heeft geen enkel vertrouwen in de fusieplannen. ,,Wat een flauwekul om foto en film bij elkaar te zetten, dat wordt één grote brij in één gebouw. Het enige waar wij voor vechten is de fotografie en daar gaan we mee door. Het centrum van de fotografie is nu eenmaal Amsterdam, fotografen en publiek zitten hier.''

Cruciaal voor het slagen van de fusieplannen is de bereidheid van het Filmmuseum om van Amsterdam naar Rotterdam te verhuizen. Woordvoerder R. Wolf toont zich ,,aangenaam verrast'' door de inhoudelijke kwaliteit van het raadsadvies, de voorgestelde vorm van samenwerking noemt hij ,,aantrekkelijk en in overeenstemming met de oorspronkelijke ideeën hierover van het Filmmuseum''. Een beslissing is echter nog niet genomen, want eerst moeten directie en bestuur overleggen en alle ,,personele en logistieke consequenties doorrekenen''. Wolf verwacht dat, ook bij een verhuizing naar Rotterdam, een deel van de publieksactiviteiten, in het bijzonder de filmvertoning, in Amsterdam behouden zal blijven.

Een nieuw element in het advies is de beoogde samenwerking van het toekomstige centrum met het Nederlands Audiovisueel Archief (NAA) in Hilversum, het `televisie-archief'. Tot nog toe speelde tv geen rol in de plannen. NAA-directeur E. van Huis spreekt van een goed advies, dat inspeelt op de doelstelling van het NAA, namelijk hergebruik van het audiovisuele erfgoed. Van Huis verwacht geen veranderingen bij het in 1997 via fusie tot stand gekomen NAA, slechts uitwisseling van expertise en eventueel bestuursleden met het nieuwe centrum.

Het Prins Bernhard Fonds, dat het legaat van 25 miljoen gulden beheert dat oud-hoogleraar H. Wertheimer naliet voor de oprichting van een fotomuseum, kon vanmorgen nog geen commentaar geven.