`Hockey mag geen ouwe-wijvensport zijn'

Met negen doelpunten uit drie wedstrijden is Remco van Wijk (26) de onbetwiste smaakmaker van de hockey- play-offs. Morgen kan de 154-voudig international met Bloemendaal de landstitel veilig stellen.

Als de training bijna ten einde is, verheft Remco van Wijk zijn stem. ,,Koppen dicht, hockeyen'', luidt het welgemeende devies aan zijn medespelers. Niemand die de balvaardige aanvaller tegen durft te spreken. ,,Je moet ze soms bij de les houden, want voor je het weet verslapt de aandacht'', zegt Van Wijk even later in het clubhuis.

Bloemendaal kan morgen voor eigen publiek de landstitel veilig stellen in het tweede finaleduel tegen Oranje Zwart. Gemakzucht is wellicht de grootste vijand van de winnaar van de reguliere competitie, beseft Van Wijk. Tekenend was de eerste halve finale tegen HGC. Na rust kreeg de ploeg uit Wassenaar gelegenheid terug te komen van 1-5 tot 4-5. ,,Typisch voorbeeld van Bloemendaalse nonchalance'', bromt Van Wijk. ,,Te snel en te makkelijk wanen we ons veilig.''

Zelf heeft Van Wijk de grilligheid inmiddels grotendeels uit zijn spel weten te bannen. Zelden nog raakt de 154-voudig international van de kook als gevolg van zijn eigen emoties. Plichtsbesef bepaalt tegenwoordig zijn houding in het veld. ,,Ik mag niet verzaken.Iemand met meer dan honderd interlands achter zijn naam moet presteren, zo simpel is het.''

Met negen doelpunten uit drie duels is Van Wijk de onbetwiste smaakmaker van de play-offs. Zijn glansrol verklaart de zelfbewuste spits deels door te wijzen op de rustpauze die hij tegen het einde van de reguliere competitie moest inlassen wegens een onwillige kuitspier. ,,Al weken was ik heel erg moe. In samenspraak met Bert (coach Bunnik, red.) had ik al een training laten schieten. Die spier begon op het juiste moment te zeuren, want toen de play-offs begonnen was ik zo scherp als een mes.''

Van Wijk kent de beperkingen van lijf en leden. Als manager van Newport Health Beach, een gezondheidscentrum in Huizen, wijdt hij zich dagelijks aan lichaam en geest. Van Wijk geeft kracht- en fitnesstrainingen, verstrekt voeding- en vitamine-adviezen en verzorgt sportmassages. ,,Stress leidt tot lichamelijke klachten en die bestrijd ik.''

Werden zijn werkzaamheden nog niet zo lang geleden afgedaan als `zweverig' en `à la Jomanda', tegenwoordig wordt zelfs binnen ,,het tamelijk conservatieve hockeywereldje'' steeds vaker een beroep gedaan op zijn expertise. ,,Maandag nog deed de vrouwenselectie van Laren mee aan een stretch-lesje. Gelukkig nemen steeds meer hockeyers het serieus.''

Zoals zijn mening ook serieus genomen wordt. Zeker bij Bloemendaal waar Van Wijk samen met collega-international Eric Jazet en aanvoerder Diederik van Weel de rol van mentor vervult. ,,Een paar jaar geleden deed ik wat de ouderen mij opdroegen. Nu sta ik zelf die jonge kerels allerlei dingen te leren en op te fokken. Die hierarchie heeft een ploeg nodig wil het functioneren. Soms kotsen ze me uit, maar dat vind ik prima. Als ze het echt niet trekken, gaan ze maar in heren-2 spelen.''

Maar al te goed herinnert Van Wijk zich de lessen van de oude garde toen hij als 17-jarige bij Bloemendaal belandde. ,,Het was meneer Kooijman, meneer Bovelander en meneer Diepeveen. Ballen mocht ik oprapen. Voor de rest was het: bek houden en hockeyen.''

Na het afscheid van de routiniers ging het langzaam bergafwaarts met de trotse familieclub. Van Wijk zag het verval met lede ogen aan. Vorig seizoen maakte hij zich sterk voor een cultuuromslag. ,,Te lang heeft het bestuur gedacht dat alles op zijn pootjes terecht zou komen. Dat was een grove misvatting, want goede jeugd heeft de club niet meer en met alleen drie internationals red je het niet. Het werd tijd dat Bloemendaal elders ging rondneuzen.''

Hockey ontwikkelt zich meer en meer tot een (semi-)professionele sport. Oranje Zwart vervult een voortrekkersrol, beseft Van Wijk. ,,Spelers betalen zal vroeg of laat de norm zijn. Mijn lichting zal het net niet meer meemaken. Maar ik ben ervan overtuigd dat over vijf, zes jaar er jongens zullen zijn die voor 50, 60 of 70.000 gulden naar een andere club gaan.''

In het geruchtencircuit is zijn naam de laatste weken herhaaldelijk in verband gebracht met Oranje Zwart. Heeft hij inmiddels een aanbod vanuit Eindhoven op zak? ,,Nee'', zegt Van Wijk zonder blikken of blozen. ,,Als het zo was, zou ik het zeggen.''

Mocht Oranje Zwart of een andere club aan de lijn hangen, wijst Van Wijk een eventuele aanbieding niet per definitie van de hand. ,,Maar het moet wel een vreselijk goed aanbod zijn. Neemt niet weg dat er grenzen zijn. Als er iemand op de stoep staat die zegt: `Hé Van Wijk, hier heb je een ton, een leuk autootje en een aardig huisje.' Ja, dan zijn we er snel uit.''

Van Wijk juicht verdere professionalisering toe. ,,Al dat gelul van hockey moet blijven zoals het is, want de charme en de gezelligheid gaat eraf – dat soort verhalen zijn niet aan mij besteed. Ik hou van dat studentikoze sfeertje, begrijp me niet verkeerd. Maar wat is er tegen om van hockey een echt grote sport te maken? Met grote stadions, veel publiek, noem maar op.''

Zoals Van Wijk ook een voorstander is van het aanpassen van de regels om hockey voor een breder publiek toegankelijk te maken. Zijn aanbevelingen: ,,Je moet de de tv-kijker tegemoet komen. Schieten vanaf de 23-meterlijn zou in mijn ogen toegestaan moeten worden. Sommigen vinden dat gevaarlijk, ik wil het nog wel eens zien. Verder moet er minder snel gefloten worden. Stick hakken of een duwtje, moet kunnen. Er mag best wat meer power in. Hockey moet geen ouwe-wijvensport blijven.''