Het uitlach-standbeeld

Een standbeeld dat iemand voorstelt veroorzaakt vaak een probleem in Nederland. Voor het wordt opgericht is men het er niet over eens of de juiste mens wordt geëerd. Anderen weten iemand die het meer verdient. Als het kunstwerk er eenmaal staat, krijgt men ruzie over het mooi of lelijk en of het lijkt of niet. Het is niet denkbeeldig dat het tenslotte wordt weggetakeld. (Denk aan Wim Kan en Corry Vonk). W.F. Hermans heeft er lang geleden een essay over geschreven, De lange broek als mijlpaal in de cultuur. Daarin verdedigde hij de stelling dat de moeilijkheden zijn begonnen toen de kunstenaars de kleren van de gebeelhouwde in de skulptuur opnamen. Thorbecke naakt op zijn plein was beter geweest.

De gemeente Groningen is voorlopig blijven steken in het eerste deel van de problematiek. Het kan geen toeval zijn dat het om W.F. Hermans gaat. De Rijksuniversiteit wilde hem eren. Hij heeft er twintig jaar gedoceerd en literatuur geschreven. Die combinatie vindt je niet veel. Vandaar het beeld. Maar niet iedere Groningse professor wordt in de boeken van Hermans even eervol vermeld, en Groningen zelf trouwens ook niet. Hij vergeleek de stad met een omgekeerde punaise – het prikgedeelte was de Martinitoren. Het heeft lang geduurd voor de gekwetste geleerdheid iets terug kon doen. Toen kwam het plan voor een beeld. Ik citeer het bericht in deze krant. De decaan van de letterenfaculteit, prof.dr.H.Hermans (geen familie), die de aanvraag voor het beeld zou indienen, zei: ,,Ik ben een beetje geschrokken van de fervente voor- en tegenstanders.'

Hij had er een beetje op voorbereid kunnen zijn. In Amsterdam hebben we ook al zo'n ruzie gehad die pas onlangs met excuses van de hoofdstad is beslecht. Voorzover ik het heb begrepen is men in Groningen nu bezig een compromis te treffen: er zal wel een beeld voor de schrijver komen, maar het beeld zal niet op de schrijver lijken. Het zal namelijk abstract zijn. En wat je ook van Hermans kunt beweren, niet dat zijn aanwezigheid abstract was. Sim Salabim! zou hij zelf over deze oplossing hebben gezegd.

De schrijver van dit stukje staan nu twee wegen open. Hij kan er grapjes over maken of de kwestie ernstig opvatten. Hij kiest voor optie twee want het is een serieuze zaak. Om te beginnen hebben we het Gronings verzet: zorgwekkend. Onder professoren, in Groningen het meest gewraakte boek – buiten deze stad niet – is verschenen in 1975. Nu, een kwart eeuw en vier jaar later, wonen in deze stad blijkbaar nog mensen die de aanblik van de auteur in brons of steen niet zullen kunnen verdragen. Ze moeten een blok om lopen, aan hun belastingcenten denken, of aan zichzelf op een manier die ze liever hadden willen vermijden. Ja, iedereen kan zijn mening hebben, maar dat is een particuliere mening. Een standbeeld is de meest openbare, duurzame afbeelding van de mens, drie dimensies, solider dan een schilderij, vuurbestendig, enz. Het standbeeld is meer dan andere beeltenissen bestemd voor het nageslacht. Hieruit volgt de voorlopige conclusie, dat het Gronings verzet het Groningse nageslacht de aanblik van W.F.Hermans niet gunt. Het doet een poging, de oud-stadgenoot zo vlug mogelijk in de vergetelheid te dringen. Dat is intens belachelijk, en wie dit niet begrijpt valt het ook niet uit te leggen.

Dan komen we op het compromis: een of andere abstracte voorstelling. Daarmee kunnen we twee kanten op. Er zijn abstracte voorstellingen die niets anders voorstellen dan zichzelf: Mondriaans Victory Boogie Woogie, het Ei van Brancusi. Wordt in Groningen zo'n oplossing bereikt, bijvoorbeeld een systeem van drie palen met uitgekiende gaten op een sokkel aan de Ossemarkt bij de Spilsluizen 17a (waar de schrijver heeft gewoond, nu kantoor van een filmmaatschappijtje), dan zullen de voorbijgangers niet vragen: wie is dat, maar wat moet dat voorstellen? In het compromis is het doel bereikt. De schrijver is in de geschiedenis als het ware geannihileerd, zoals Trotski in de Sovjet-encyclopedie. En als de toeristen dan bij een rondleiding wordt verteld: deze drie palen met gaten zijn W.F.Hermans (want zo gaat het dan), beginnen ze te lachen. Een schrijver? Kunnen ze niet geloven. Maar de Groningers van de oppositie die beter weten, zijn tevreden.

Er vallen nog meer variaties te bedenken. Maar daar gaat het niet om. Ik roep de Groningse oppositie toe: Keert op uw schreden terug! Zoals ik al liet merken: terwijl u dit standbeeld verhindert, richt u voor zichzelf een standbeeld op waardoor men tot in lengte van jaren om u zal lachen.