Gods eigen vuilnisman

Iggy Pop stond dertig jaar geleden bekend als een archetypische angry young man. Tijdens concerten van zijn band The Stooges eind jaren zestig rolde hij door glasscherven, goot kokende was over zijn borstkast, vernielde geluidsapparatuur en maakte publiek en bandleden uit voor rotte vis en erger.

Toen Pop in 1986 in Nederland was voor een concertreeks maakte de VPRO de documentaire Lust for Life, die vanavond wordt uitgezonden. Aan de hand van interviews, archiefbeelden en concertfragmenten wordt een portret geschetst van de man die zichzelf eens `Gods eigen vuilnisman' en `een briljant genie' noemde.

In de documentaire vertelt de nu 52-jarige rockster hoe hij werd geïnspireerd door het machinegedreun in een Ford-fabriek waar hij als negenjarige James Newell Osterberg een rondleiding kreeg. En hoe het klassieke nummer No Fun gemodelleerd was naar Johnny Cash' I walk the Line. Het enige andere lid van The Stooges dat in de documentaire verschijnt, gitarist Ron Asheton, weidt uit over de befaamde drievingerakkoorden, die de basis vormden van het gruizige geluid van de band, en geeft een rondleiding langs de oefenruimtes van weleer.

Pop wordt in de documentaire neergezet als de peetvader van de punk, die eind jaren zestig al de rauwe muzikale energie tentoonspreidde die The Sex Pistols vijf jaar later onsterfelijk zou maken. In vlekkerige zwart-wit beelden uit zijn beginperiode staat Pop als een tanig slangenmens uit alle macht boven de ronkende bassen, piepende gitaren en stampende basdrums uit te gillen. De motorisch gestoorde dansjes van de in superstrakke spijkerbroek gehesen zanger zijn later door velen geïmiteerd maar nooit overtroffen.

Naarmate de documentaire vordert maken de terugblikken en interviewflarden met Pop plaats voor steeds langere fragmenten van het concert in Utrecht dertien jaar geleden. Een nog steeds energieke Pop stelt het woord voor woord meezingende publiek tevreden door alle klassiekers van twintig jaar geleden nog eens van stal te halen. Maar ondanks Pops nog steeds indrukwekkend gespierd lichaam en soepel draaiende heupen, ziet het concert er maar mak uit. De drie-akkoordenrock wil maar niet knallen, het geluid is vlak en de beelden zijn simpelweg saai.

En op het moment dat Pop de cameralens volspuugt, wordt duidelijk wat deze documentaire mist. Gedurende de volle veertig minuten is nergens een spatje bloed, splintertje glas of vervaarlijk blikkerend scheermesje te bekennen, niet in de archiefbeelden en evenmin in de concertregistratie uit 1986. Uit Lust for Life blijkt nergens de enorme dreiging die van Pop en zijn band moet hebben uitgegaan eind jaren zestig.

De kijker van nu kan niet anders dan net als Iggy zelf nostalgisch in de verte kijken, als de interviewer No Fun op een blikkerig klinkende cassetterecorder afspeelt. ,,Ik heb het kind in mezelf nu onder controle'', zegt de rocker even verderop. Inderdaad, zelfs Iggy Pop, protopunker en eeuwig podiumbeest, wordt oud. Van peetvader is hij verworden tot grootvader.

Weerzien op 3: Lust for life. Ned. 3, 00.50-01.32u.