Gloedvolle Händel-aria's en zinderend spel op de cello

Beter dan enig ander componist begreep Händel hoe hij met muziek de gewenste effecten kon bereiken. Dat vond niet alleen Mozart, maar ook concertorganisator Fred Luiten, die Händels muziek koos als hoofdthema van zijn Internationaal Barok Festival Amsterdam.

Voor een countertenor zijn de opera-aria's van Händel ijzeren repertoire. Michael Chance soleerde zondagavond in een Händel-programma met sopraan Emma Kirkby, en werd gisteravond in een vergelijkbaar programma geflankeerd door sopraan Lynne Dawson. Getuige de nauwelijks halfgevulde Grote Zaal van het Concertgebouw is een dergelijke Händel-vloed binnen één week misschien wat overdadig, maar inhoudelijk zijn Chances vertolkingen van dit repertoire zodanig dat de maat niet vol genoeg kan zijn.

Vooral in Händels lyrische aria's overtuigde Chance met beeldende tekstexpressie en gloedvolle toon. Voor de meer virtuoze aria Venti, turbini uit de opera Rinaldo ontbeerde hij de vereiste souplesse, waardoor het door dirigent Paul Goodwin hoekig ingezette ijltempo ten kostte ging van zuiverheid en frasering. Heel anders dan het ongepolijste geluid van Emma Kirkby klonk de warme sopraan van Lynne Dawson. Het timbre van Dawson herinnert bij vlagen aan Kathleen Ferrier en zij paart daaraan de gave voor strelende bijna-stilte. Haar aria V'adoro vormde een hoogtepunt van beheersing en kwetsbaarheid, en hierin trof ook The Academy of Ancient Music even de magie die tijdens de instrumentale stukken ondanks genuanceerd en eensgezind spel uit bleef.

De twaalf variaties die Beethoven schreef op See the conqu'ring hero comes uit Händels oratorium Judas Maccabaeus voor cello en piano, waren het enige werk dat nog raakte aan de opzet van het festival. Cellist Pieter Wispelwey wijdde zich met zijn vaste kamermuziekpartner Paolo Giacometti (op een pianoforte uit 1815) aan de Cello-sonates nrs. 2, 3 en 5 van Beethoven. Ook hier was weer, ten onrechte, gebrek aan belangstelling, waardoor werd uitgeweken van de grote Yakult Zaal naar de kleine AGA Zaal van de Beurs van Berlage.

`Een warm aquarium,' vond Wispelwey tijdens de signeersessie na afloop, maar van broeierigheid was tijdens zijn recital slechts in positieve zin sprake. Als `uitgesprokenheid' een kwaliteitskeur is, staat Wispelwey aan de wereldtop. Coherente interpretaties liggen ten grondslag aan een ad-hoc benadering van de muziek, en wie kwaad wil, zou hem van effectbejag of een te fragmentarische aanpak betichten. Nazinnen klonken niet zelden met een expressieve vertraging, elke frase met dramatisch potentieel werd als zodanig ook belicht. Maar Wispelwey's grilligheden zijn steeds uitingen van een intensiteit die past bij de muziek van Beethoven en goed bleek voor zinderende vertolkingen.

`Houdt U het nog vol? Het wordt nu dodelijk,` waarschuwde hij voor aanvang van het langzame deel van Beethovens Vijfde sonate voor cello en pianoforte. En het werd ook dodelijk, omdat Wispelwey zijn barokcello (een Barak Norman uit 1710) op één streek liet verkleuren in een scala van intensiteiten en in vurige passages imponeerde met gewelddadig spel vol krakende snaren, ketsende huppelfiguren en schurende streken. Zowel lyriek als dramatiek zijn Wispelwey ernst, en de directe expressiviteit die hij nastreeft werd hier indrukwekkend bewaarheid. Naar de integrale opname van Beethovens sonates voor cello en pianoforte die Wispelwey en Giacometti in de nabije toekomst willen maken, mag reikhalzend worden uitgezien.

Int.Barok Festival Amsterdam. T/m 9/5. Res. 0900-0191.