G8: grabbelton voor diplomaten

Het Westen en Rusland zijn het gisteren eens geworden over uitgangspunten voor de oplossing van de Kosovo-crisis. Maar hoe structureel is deze eensgezindheid?

Het was een af en toe surrealistisch tafereel gistermiddag in de Banketzaal van slot Petersberg in Königswinter bij Bonn, waar de ministers van Buitenlandse Zaken van de zeven rijkste industrielanden en Rusland op een verhoginkje de uitslag van hun Kosovo-beraad meedeelden. De Servische genocidecampagne in Kosovo was nog steeds aan de gang, maar die kwam nauwelijks ter sprake. De Westerse bewindslieden waren vooral in de weer met knuffelingen voor Rusland, en daarin pasten geen nieuwe polarisaties.

Bovendien, wie vandaag als wereldgemeenschap, NAVO of Westen de moordpartijen zelf niet acuut te lijf wil met alle mogelijke wapens (lees: grondtroepen), begint vanzelf naar de dag van morgen te kijken, en naar het alternatieve en zachtere middel van de diplomatie te grijpen. De bewindslieden van de G-8 verkeerden gistermiddag al even in de ban van het post-genocide-tijdperk in Kosovo.

Zij keken tijdens hun persconferentie tevreden de zaal in, opgelucht als ze waren over de overeengekomen algemene uitgangspunten voor een politieke oplossing van de Kosovo-crisis. Na tweeëneenhalf uur vergaderen hadden de ministers over en weer alle mogelijke scherpe randjes van hun lijstje principes afgevijld. En dat alles in een volgens diplomaten goede sfeer die niet te vergelijken was met de animositeit tijdens de vergaderingen van de zogeheten contactgroep in het afgelopen jaar. ,,De Russen zien immers ook wel in dat de NAVO gewoon doorgaat met bombarderen'', zei een Westerse deelnemer na afloop.

Al te gedetaillleerd zijn de overeengekomen principes niet: beëindiging van het geweld, terugtrekking van de Joegoslavische troepen, terugkeer van vluchtelingen, legering van een internationale troepenmacht met steun van de VN, een overgangsbestuur voor Kosovo eveneens met VN-steun, een politiek proces voor zelfbestuur van Kosovo binnen Joegoslavië; en voorbereiding van een VN-resolutie.

Hoe ruim ook geformuleerd, één belangrijk compromis bevat dit lijstje zeker: Rusland en de G7 zijn het eens geworden over de stationering van een internationale troepenmacht in Kosovo, gesteund door een nu nog op te stellen resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Niemand weet weliswaar wanneer die stationering een feit zal worden, omdat troepen legeren in een vijandige omgeving voor de wereldgemeenschap immers uit den boze is. Maar gegeven de zware verdeeldheid tussen Rusland en het Westen tot nu toe over een buitenlandse vredesmacht in Kosovo is de eensgezindheid van gisteren ,,een belangrijke stap vooruit'', zei de Duitse gastheer Joschka Fischer. Zijn Amerikaanse collega Madeleine Albright gooide er een diplomatieke Balkan-klassieker uit: ,,De Russen zijn aan boord.'' En haar Britse collega Cook was ook al opgetogen: ,,Miloševic is nu geïsoleerd.''

In welke mate de Russen werkelijk aan boord zijn en of de Joegoslavische leider Miloševic werkelijk geïsoleerd is, zal snel blijken. De Veiligheidsraad-resolutie moet de komende dagen aan First Avenue in New York in elkaar worden getimmerd. En een nieuwe missie van de Russische gezant Tsjernomyrdin naar Belgrado, om de G8-lijst te bespreken, zal evenmin lang op zich laten wachten.

De G8-lijst met uitgangspunten is zowel voor het Westen als voor Rusland een diplomatieke grabbelton waaruit beide partijen positieve elementen kunnen opdissen, en waarmee zij zich rijk kunnen rekenen. Het Westen heeft op papier zijn troepenmacht binnengesleept bij de Russen, die overigens daarmee niet alleen de vluchtelingen willen laten terugkeren maar ook het Kosovaarse bevrijdingsleger willen ontwapenen. Maar over de aard en samenstelling van die macht kunnen de Russen thuis vertellen dat ze niets hebben weggegeven, en zich niet hebben uitgeleverd aan de NAVO, die die vredestroepen wil leiden. De naam NAVO komt in de sleutelpassage over ,,veiligheidsaanwezigheid'' niet voor. De Amerikanen en de Britten hadden tijdens de vergadering nog geprobeerd het woordje militair in de tekst te frommelen, maar ook dat ging de Russen te ver.

De Russische minister Ivanov sprake na afloop zuinigjes van een ,,beweging vooruit'', maar onderstreepte dat een troepenmacht geen NAVO-troepen kan bevatten, als Belgrado dat niet wil. En Belgrado wil dat inderdaad niet. ,,Wij hebben in de uitgangspunten geschreven dat we de soevereiniteit van Joegoslavië verzekeren. Zonder de instemming van die staat is niets mogelijk'', zei Ivanov resoluut. Door de plaats van de NAVO in een vredesmacht afhankelijk te maken van het oordeel van Belgrado, heeft Rusland indirect ook de inzet van zijn eigen bemiddeling verhoogd: als Tsjernomyrdin de Joegoslaven niet meekrijgt, dreigt voor Rusland weer een vergroting van de kloof met het Westen.

Ivanov legde de uitkomst gisteren uit als een overwinning voor de Russische diplomatie omdat de hele kwestie-Kosovo, zoals Moskou wilde, nu weer terug is bij de VN, die door de NAVO waren gepasseerd bij de bombardementen.

Tussen het Westen en Rusland volgen nog lastige gesprekken over het einde van de NAVO-bombardementen en de aard van de troepenmacht, waarvan de uitkomst niet goed te voorspellen is. De G8 slaagden er gisteren ook niet in te beslissen in welke mate Belgrado zijn troepen moet terugtrekken uit Kosovo. Nu de V-raad weer op het toneel is verschenen, dreigt ook het gevaar van versnippering van de diplomatie en dus van vertraging van de besluitvorming.

Binnenskamers hebben de ministers en diplomaten van de G8 afgesproken haast te zetten achter de V-raadsresolutie. De medewerking van Rusland en Miloševic is daarvoor beslissend. ,,Eerst zien dan geloven, dat blijft natuurlijk de houding'', zei een Westerse diplomaat gisteren. ,,Maar je kunt niet ontkennen dat we de druk nu hebben opgevoerd. Dit was het eerste vertoon van eensgezindheid sinds weken, en dat is een stap in goede richting. Dit is een proces dat we langzaam moeten opbouwen.'' Bovenop de Petersberg in Bonn leek de grens tussen surrealisme en Realpolitik gistermiddag even vliesdun.