Fransen hebben nooit tijd

Onlangs publiceerde Andreï Makine zijn vijfde boek. ,,Ik wilde een in ieder opzicht onacceptabele roman schrijven.''

Met grote, verende passen loopt de Russische reus langs de caroussel op het hellende pleintje van Montmartre. Andreï Makine is energiek en vastberaden – een imposante verschijning. De lusteloos bij de metro rondhangende jongeren kijken hem wat verbaasd na. Zijn stralend blauwe ogen doen denken aan de Siberische voorjaarsluchten uit zijn romans. Hij lijkt vrolijk, vertelt dat hij de dag erop vertrekt voor een reis naar Australië en Libanon.

Sinds Makine in 1995 de Prix Goncourt ontving voor zijn vierde roman, Het Franse testament, is hij miljonair. Twaalf jaar geleden kwam hij, zonder een cent op zak, naar Frankrijk en woonde hij een tijdje tussen de graftombes op Père Lachaise. Ook nu is hij in luxe niet geïnteresseerd: ,,Het minimum is mij genoeg. Ik wil schrijven, mezelf verwezenlijken, iets van de wereld zien.'' Het succes is hem niet komen aanwaaien. Tien jaar geleden toonde niemand zich bereid zijn eerste roman, Olga, uit te geven. ,,Ik heb dat ook dom aangepakt'', zegt Makine nu, ,,ik bezocht alle uitgevers met mijn manuscript onder mijn arm. In Rusland is het belangrijk om mensen in de ogen te kijken, maar hier niet. Ze vielen meteen over mijn Russische accent. Een Rus die in het Frans schrijft, dat kon gewoon niet. Na honderd keer nul op het rekest, heb ik mijn boek als Franse vertaling uit het Russisch aangeboden en dat lukte. De uitgever wilde dat ik het origineel meenam, om de vertaling te controleren, maar dat bestond helemaal niet! Ik nam een heel andere Russische tekst mee en deed alsof dat het oorspronkelijke boek was. Verschrikkelijk, maar voor mij was het een kwestie van leven of dood.''

Andreï Makine is een bodemloze put vol verhalen. Het ene na het andere verhaal borrelt naar boven, zijn hele lijf vertelt mee. ,,Ik praat toch niet teveel?'' vraagt hij af en toe in de drie uur, die hij op één espresso doorbrengt. ,,Als schrijver ben ik ambitieus. Ik probeer altijd het geheim van iemand te raden, een geheim dat die persoon vaak zelf ook niet kent. Wij denken – typisch westers – dat we onszelf kennen, maar dat is niet zo. Als romanschrijver is het je plicht het mysterie van de ander te doorzien. Je hebt een goddelijke pretentie. Je steelt karakters.''

Verliefd

In zijn boeken schildert Makine een immens fresco van het leven in Rusland in de twintigste eeuw. De revoluties, het stalinistische tijdperk, de moordpartijen en de goelags, de vele oorlogen, de periode van ontspanning en de emigratie vormen de dramatische achtergrond van het lot van individuen – mannen, vrouwen en kinderen, die door Makine nauwgezet, met warmte en tederheid worden neergezet. Elk personage lijkt hij persoonlijk te kennen. Ieder staat hem even na. Hij kijkt over de schouder van Olga (1990), de jonge vrouw uit zijn eerste roman die, als dochter van een Held van de Sovjet-Unie, tijdens de Olympische Spelen verliefd wordt op een Franse atleet en onder druk van de KGB een professionele prostituée wordt. Hij ziet hoe de jonge, onstuimige hoornblazer uit Bekentenis van een afvallige vaandeldrager (1992) tegen het zinloze marcheren rebelleert en hoe hij innerlijk versteent tijdens de Afghaanse oorlog. Hij voelt, in de huid van Pjotr, hoe het is om beide benen te verliezen en daarna als schoenmaker de kost te verdienen. En hij loopt in Een Siberische lente (1994) zeventien keer tweeëndertig kilometer door de winterse taiga, samen met zijn drie jonge hoofdpersonen, om steeds weer diezelfde Franse film met Jean-Paul Belmondo te gaan zien.

Ook de hoofdpersoon uit zijn onlangs vertaalde, vijfde roman, De misdaad van Olga Arbélina, is zo'n vrouw die in iedere volgende fase van de Russische geschiedenis weer nieuwe klappen heeft opgelopen. Als kind doolde zij verdwaasd door de decadente, orgiastische verkleedpartijen van de aristocratie, die bij het begin van de Revolutie werd vermoord of overhaast vertrok. Haar leven was daarna een aaneenschakeling van vlucht, vernedering, aanranding, haat en zinloos geweld. Met haar zoon, een hemofilie-patiënt, belandt Olga in een klein dorpje in Frankrijk. Daar brengt zij als Russische prinses in ballingschap veel nieuwsgierige en boze tongen in beweging. Op een dag wordt zij, aan de oever van de rivier, halfnaakt en doorweekt aangetroffen naast een dode boer uit de omgeving. Moord of een ongeluk? Daarover verhaalt Makine in zijn prachtig proustiaanse, beeldende taal, die ook in Het Franse testament al zo indrukwekkend was. De misdaad van Olga Arbélina is een verinnerlijkt Russisch drama met de proporties van een Griekse tragedie, een verhaal over de verboden liefde bij uitstek: die tussen een moeder en haar zoon.

,,Ik wilde een in ieder opzicht onacceptabele roman schrijven'', zegt Makine, ,,Mijn boek gaat niet over incest, maar over het overstijgen daarvan. Het gaat om die onacceptabele, absolute liefde. Dostojevski schiep personages die tot op de grens gaan, die spelen met moord of zelfmoord. To be or not to be, dat is het genie van Dostojevski. Maar hij heeft nooit de vraag beantwoord hoe je verder moet leven, als je die absolute grens eenmaal hebt overschreden. Hij verliest zich in vage verwijzingen naar God, naar het hogere, het eeuwige. Ik wilde me voorstellen hoe je daarna verder moet, praktisch, in het dagelijks leven.

,,Russische emigranten hadden mij fluisterend de geruchten verteld, die er over een zekere prinses Arbélina de ronde deden. De rest heb ik geraden. Toen ik het boek schreef ben ik bijna gek geworden. Ik dacht dat ik stikte, dat ik er nooit uit zou komen. Ik begon hallucinaties te krijgen tijdens het schrijven. Uiteindelijk ben ik die vrouw gewórden. Ik ben in haar herboren. De Franse roman is erg cerebraal en rationeel. Ook Racine en Voltaire streefden naar het benoemen der dingen, naar een begrijpelijke uitleg. Zelfs Proust hield erg van formuleren. De Russische literatuur moet je voelen, mee-beleven! Ze wil ontroeren. Als ik, schrijver, in de huid van die vrouw kan kruipen, kunt u dat ook. Je houdt van de Russische literatuur of je verafschuwt haar. Je moet niet bang zijn voor die états existentiels, die grote gevoelens, maar de meeste mensen beschermen zich daartegen. Ze zetten een masker op.''

Bal masqué

Het masker is een geliefd thema van Makine. In zijn laatste boek dwalen Olga en haar vriendin Li, als kleine meisjes, verrukt door de droomwereld van het bal masqué: ,,Je weet niet meer wie wie is''. Later, in Parijs, maakt Li schilderijen, waar op de plaats van het hoofd een gat zit. De Parijzenaars kunnen zich zo laten fotograferen in het gezelschap van Tolstoi of andere geschilderde grootheden. ,,Hoe kun je tegenwoordig, in dit harde sociale en professionele klimaat overleven zonder een masker te dragen?'', zegt Makine, ,,Zeg eens iets diepzinnigs, iets gevoeligs en men denkt onmiddellijk dat je gek bent. Ons leven bestaat voor tachtig procent uit dromen en angsten, die nooit werkelijkheid zullen worden.

,,Kijk naar de angst die afstraalt van de gezichten in de metro. Mensen dragen zoveel maskers dat ze vergeten hoe hun ware gezicht eruit ziet. Ze kijken in de spiegel en vragen zich af: wie ben ik? Soms geven mensen zich bloot, in momenten van passie, van gevaar, van revolutie, van oorlog. Dan scheurt dat masker en duikt het echte beeld op. Die momenten zoek ik. Zelf draag ik een masker van humor, van ironie. Vaak denkt men dat ik vrolijk ben en gelukkig, terwijl ik dat dan helemaal niet ben. Het is een knipoog naar de ander, waarmee ik wil zeggen, dat ik niet ben wat ik lijk. Als de ander dat oppakt, kan er een echte gedachtenwisseling ontstaan. Het heeft niets met lachen te maken, maar met het vermogen op een naïeve manier schoonheid te zien. Een vrolijke blik is een aanslag op de totalitaire realiteit om ons heen.''

Zoals Makine in Het Franse Testament beschrijft, kwam hij naar Frankrijk als groot bewonderaar van dat land. Sindsdien is hij niet meer in Rusland teruggeweest. Wel is Het Franse testament er in vertaling verschenen. ,,De reacties waren nogal divers'', zegt Makine, ,,Men vroeg zich af waarom ik niet in het Russisch schreef. Verder hadden de critici nog dezelfde houding als bij de literaire processen in de stalinistische periode.'' `Kameraden!', roept Makine hard door het café, `Ik heb zijn boek niet gelezen, maar ik denk dat het slecht is!'

Het gaat misschien wat ver te zeggen dat Makine inmiddels de schellen van de ogen zijn gevallen, maar enige kritiek op het zo door hem geliefde land is er toch wel te bespeuren. Hij geniet er nog steeds van dat je hier gewoon in een café kunt gaan zitten – dat wordt in Moskou beschouwd als een onzalige westerse gewoonte. Wat hem teleurstelde is ,,de wanverhouding tussen de mogelijkheden die er zijn en het genot dat men eraan ontleent. Je kunt hier in vrijheid scheppend bezig zijn, genieten, liefhebben en toch heerst er een soort droogte. Iedereen hier is bang voor morgen, bang het dan minder goed te hebben. De jongeren denken alleen maar aan werk. Feesten staat gelijk aan zuiperij, zonder enig gevoel voor schoonheid. De eerste keer dat ik hier oudjaar meemaakte, dacht ik dat het om een begrafenis ging. Iedereen zat daar maar. (Met getuite lippen:) Waar heeft u die zalm gekocht? Wat een ver-ruk-ku-luk-ke champagne. Diable! Ik ben naar buiten gegaan, de frisse lucht in. Ik geloof niet dat een emigrant volledig kan integreren in het land dat hem opneemt. Hij kan doen alsof, hij kan de anderen naäpen, maar het blijft op zijn best een goede imitatie.''

Makine woont in een kleine studio in Parijs, maar bouwde ook een huisje aan de Atlantische kust. Wat hij mist is niet zozeer het Russische landschap, maar de sneeuw – de sneeuw die in elk van zijn boeken als een alomvattend personage aanwezig is. ,,In Rusland heeft zij bijna een spirituele betekenis. Zij maakt het leven magnifique, verandert alle proporties, neemt de tegenstelling weg tussen hemel en aarde. Kort geleden sneeuwde het hevig in Parijs. Ik ben onder iedere lantarenpaal tien minuten blijven staan. Ze zullen wel gedacht hebben dat ik gek was. In Frankrijk is sneeuw een consumptiegoed. Je kunt erop skiën, ervan profiteren – een woord waar de Fransen dol op zijn. Voor Russen is dat eerder negatief, ze denken meteen aan `vuile profiteur'. Russen willen niet profiteren, integendeel. De tijd voorbij zien gaan, rust hebben tot nadenken, dàt is voor hen luxe. Een Rus kan uren met iemand praten. Dat zal een Fransman nooit begrijpen, want die heeft nooit tijd. Het is een beetje zoals die Italiaan die lekker, met zijn sigaretje, in het zonnetje zit te soezen. Op de vraag van een Amerikaanse of hij haar, voor een paar stuivers, wil helpen haar koffers te dragen, antwoordt hij: ach nee, ik heb al gegeten... Dat had een Rus kunnen zijn.''

Vuur

Als Makine over het mentaliteitsverschil tussen oost en west spreekt, schieten zijn ogen vuur en verheft hij zijn stem. ,,De westerse instelling is dat je geld moet verdienen, meer, meer en nog meer. Produceren, jusqu'à la folie. Als het om materiële zaken gaat, is het nooit genoeg. Dat is de beschaving die u hier in het westen tot stand heeft gebracht. De Hollanders weten er ook wat van. U heeft moeten strijden tegen het water. Dat zou je min of meer uw ongeluk kunnen noemen. En kijk eens hoe de Amerikanen hun continent hebben veroverd: ze hebben de Indianen volledig uitgeroeid. Siberië is veroverd door vijfhonderd kozakken, die langzaam vorderden en de lokale manier van leven overnamen. Het land was zo groot, iedereen kon er zijn plaats vinden.''

Sprekend over zijn geboorteland, doet de schrijver zijn uiterste best om zijn masker van ironische vrolijkheid niet te laten rimpelen. Met de quasi-onderkoelde, kosmische blik, die we herkennen als een karaktertrek van Olga Arbélina, beziet Makine de toekomst van Rusland als het ware vanuit de eeuwigheid, vanaf een verre planeet uit het universum. ,,Alles wat nu een catastrofe lijkt, is in wezen maar een klein incident op de weg die het land aflegt. Het is zoals wanneer er iemand struikelt. Dat is geen ramp, hij staat gewoon weer op.''

Maar als het woord Stalin valt, verdwijnt zijn glimlach. Zijn gezichtsuitdrukking krijgt iets verbetens, iets verbitterds. Fel legt hij uit: ,,De dood van Stalin, in 1953, was voor de één de dood van God, voor de ander de dood van een monster. Bij zijn begrafenis vertrapten de mensen elkaar, zo druk was het. De paarden van de bereden politie begonnen te steigeren en kwamen boven op de mensen neer. De mensen tilden de paarden op, vrachtwagens reden dwars door huizen heen, maar de bewoners merkten het niet, want ze huilden om de dood van Stalin. Het was alsof de zon niet meer opkwam. Een paar dagen later drong het nieuws door in de goelags. Daar werd zijn dood gevierd als dat van een monster. Wie in de jaren daarna kind was (Makine zelf werd in 1958 geboren - MD), heeft nog steeds de verminkten op zijn netvlies staan. Smerige mensen zonder armen, zonder benen, voortdurend dronken. Dat was de realiteit. In de jaren zestig zag ik voor het eerst een Amerikaanse pianist. Ik had zo'n verschrikkelijk verlangen die man aan te raken, de man die die onneembare Russische grens had overgestoken, met die uitkijkposten, dat prikkeldraad en die honden. Dat valt niet uit te leggen.''

Tweeënveertig vergeten oorlogen voerde Rusland in haar bestaan, vertelt Makine en hij ratelt ze op, van Angola tot Nicaragua. In Bekentenis van een afvallige vaandeldrager verliest de jonge hoornblazer, als soldaat in de oorlog in Afghanistan, zijn illusies. ,,Het was een oorlog om niets. Er werden een miljoen Afghanen bij gedood. We zaten in een geblindeerde tank. Ik zal het nooit vergeten. De chauffeur draaide zich om om iemand een vuurtje te geven, tikte per ongeluk tegen zijn stuur en er verdwenen twee kinderen onder de rupsbanden, kinderen die naar de colonne stonden te kijken. Hoe kan de man die dat op zijn geweten heeft, verder leven? Dat vergeet je nooit, alle wodka ten spijt.''

De misdaad van Olga Arbélina is verschenen bij uitgeverij de Geus. Vertaling Jan Versteeg. Prijs ƒ49,90. Ook de andere boeken van Andreï Makine zijn bij deze uitgeverij verschenen.