Euro veert op na overleg van G8

De overeenstemming die de zeven grote industrielanden en Rusland in het kader van de bijeenkomst van de G8 gisteren hebben bereikt over voorwaarden voor de aanwezigheid van een veiligheidsmacht in Kosovo heeft gezorgd voor een fors koersherstel van de ene Europese munt, de euro.

De koers van de munt, die vorige week vrijdag nog een dieptepunt bereikte van 1,0545 dollar per euro, veerde gisteren op tot 1,0825 euro, voordat de euro weer licht terugzakte naar een niveau van 1,0805 vanmorgen.

President Duisenberg van de Europese Centrale Bank verwelkomde gisteren op de maandelijkse persconferentie van de ECB het koersherstel van de euro. Op de valutamarkt is de euro-koers sinds het begin van de acties in Kosovo beschouwd als een graadmeter voor het verloop van het conflict. Hoewel Duisenberg geen directe invloed van de Kosovo-crisis zag, zei hij wel dat het nieuws over het conflict de beweeglijkheid van de euro op de financiële markten heeft vergroot.

Duisenberg zei dat de ECB de gevolgen van de Kosovo-crisis op de begrotingen van de euro-landen bestudeert, maar vooralsnog van mening is dat er geen invloed is op het begrotingsbeleid van de elf eurolanden. Wel kunnen zich binnen de begrotingen verschuivingen voordoen.

Hij voegde daar aan toe dat het conflict niet beëindigd is, zodat het moeilijk is om er de budgettaire gevolgen van in te schatten. Duisenberg herhaalde dat de begrotingsdiscipline van de euro-landen te wensen overlaat. Ook de lange-termijnplannen voor de begrotingen, die zijn vastgelegd in 'stabiliteitsprogramma's' die het beleid tot en met 2001 uitstippelen, zijn hem niet ambitieus genoeg omdat vrijwel geen van de landen een begrotingsevenwicht plant. Dat evenwicht is wel voorgeschreven in het door de euro-landen gesloten stabiliteitspact.

Duisenberg deed gisteren alle moeite om de indruk weg te nemen dat de ECB geen boodschap heeft aan de koers van de euro. Die houding van 'negeren' werd Duisenberg aangerekend na een discussie met een commissie van het Europese Parlement. ,,De euro is een van onze belangrijkste beleidsindicatoren'', aldus Duisenberg gisteren. Hij ontkende dat de Europese centrale banken steunaankopen hadden gedaan op de valutamarkt om de koers van de euro op te schroeven.

Zoals op de financiële markten werd verwacht, hield de ECB gisteren zijn rentetarieven onveranderd. De basis-herfinancieringsrente, het belangrijkste tarief op de geldmarkt, blijft staan op 2,5 procent. Het planfondtarief in de geldmarkt, de marginale beleningsrente, blijft op 3,5 procent, en het bodemtarief, de depositofaciliteit, blijft op 1,5 procent.

Vorige maand verraste de ECB de markten door in een grote stap de rente met een half procentpunt te verlagen, op basis van het uitblijven van inflatiedruk in de eurozone en de magere vooruitzichten voor de economische groei. Gevraagd of de renteverlaging van vorige maand de laatste is geweest, en er nu een bodem is bereikt met de Europese rentetarieven, zei Duisenberg dat het standpunt van de ECB niet ten faveure is van verlaging of verhoging van de rente, maar neutraal is.

Duisenberg kon gisteren weinig nieuws melden over de economische vooruitzichten in het eurogebied. Wel zag hij wereldwijd tekenen van oplevende groei, maar die zijn ongelijk verdeeld tussen robuuste activiteit in de Verenigde Staten en blijvende zwakte in Japan.

Over de euro-economie zijn er gemengde signalen. Het periodieke onderzoek van de Europese Commissie laat een verbetering zien van de stemming van ondernemers over de economie, maar het consumentenvertrouwen dat juist hoog was, is licht teruggevallen.

Volgens Duisenberg lijkt het er op dat het vertrouwen van consumenten zijn piek begin dit jaar heeft bereikt. De jongste cijfers van Duitsland over maart laten een lichte, maar voortdurende, daling zien van de industriële activiteit.

Duisenberg wees er op dat de inflatie, gemeten als een euro-wijde geharmoniseerde inidex van de consumentenprijzen, in maart is gestegen van 0,8 procent naar 1 procent. Die stijging is vooral het gevolg van de oplopende olieprijs, en daarmee de kosten van energie voor huishoudens. De vooruitzichten voor prijsstabiliteit blijven volgens de ECB-president gunstig.

Volgens valuta-analisten is het verloop van het Kosovo-conflict van invloed op de eurokoers voor de korte termijn, maar is het verloop van de eurokoers voor de lange termijn afhankelijk van de verschillen in economische groei en rentevooruitzichten in Europa en de Verenigde Staten. Het dieptepunt van de eurokoers ten opzichte van de dollar werd vorige week vrijdag bereikt vlak nadat bekend werd dat ook in het eerste kwartaal van dit jaar de economische groei in de VS hoog is gebleven, met een kwartaalgroei op jaarbasis van 4,5 procent.