Devolutie

HET VERENIGD KONINKRIJK is sinds gisteren constitutioneel iets minder verenigd. Schotland heeft, voor het eerst sinds 1707, weer een eigen parlement en Wales heeft voor de eerste keer een volksvergadering gekozen. Hoewel de uitslagen niet wijzen op een radicaal nationalisme dat kan leiden tot (Schotse) onafhankelijkheid, is de devolutie een belangrijke stap in de hervorming van het Britse staatsbestel. De praktijk van het Europese en internationale voetbal – `nationale' elftallen voor Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland – krijgt een bestuurlijk vervolg in de verschuiving van politieke zeggenschap naar de regio's.

De vorige breuk in de politieke eenheid van Groot-Brittannië was in 1922, toen Ierland zich aan de machtige greep van Londen ontworstelde. Het proces is nu heel anders. De Labour-regering van Tony Blair had bij zijn aantreden devolutie tot één van zijn speerpunten van het binnenlandse beleid verklaard. Vorig jaar werden referenda gehouden waarbij in Schotland driekwart en in Wales een nipte meerderheid voor (beperkt) zelfbestuur stemden. Waarbij het herstelde Schotse parlement in Edinburgh meer bevoegdheden krijgt – eigen wetgeving op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, belastingheffing, handhaving van openbare orde – dan de volksvergadering in Cardiff die geen wetgevende bevoegdheid krijgt.

SCHOTLAND BELEEFDE in de achttiende eeuw een intellectuele glorietijd. De politieke filosofen van de Schotse Verlichting, David Hume en vooral Adam Smith, hebben een immense invloed gehad op de maatschappelijke ontwikkelingen in de Westerse wereld. In Schotland hoopt men dat grotere politieke zelfstandigheid zal leiden tot een nieuwe culturele, intellectuele en economische bloeiperiode. De olieboom in de Noordzee heeft Schotland in de jaren zeventig en tachtig slechts kortstondig welvaart opgeleverd. De ongelijkheid is in Schotland bovendien alleen maar toegenomen – tussen de sjiek van Edinburgh en de voortgaande industriële neergang van Glasgow, tussen de off shore-rijkdom van Aberdeen en de rurale armoede van de Highlands en de eilanden. Bij de aanpak hiervan zal het Schotse parlement niet langer naar Westminster kunnen verwijzen.

De verkiezingen in Schotland en Wales zetten een streep onder de decennialange centralisatie van de economische en politieke besluitvorming in Groot-Brittannië. Deze is vooral in de jaren van Margaret Thatcher extreem doorgevoerd. De Tory`s beschouwden Groot-Brittannië als Groter Londen en verwaarloosden de Labour-regio's. Mede uit het politiek geïnspireerde verzet hiertegen is het streven naar grotere zelfstandigheid opgekomen. Premier Blair heeft dat feilloos aangevoeld.

HET EXPERIMENT met devolutie betekent volgens Blair dat opnieuw wordt gedefinieerd wat het betekent `Brits' te zijn. Gordon Brown, Schot en minister van Financiën, meent dat Groot-Brittannië door devolutie het eerste `multi-culturele, multi-etnische en multi-nationale land' ter wereld wordt. Dat is schromelijk overdreven (Brown zou eens in India of zelfs in de federale Bondsrepubliek moeten kijken), maar een boeiend experiment binnen de Europese Unie is het wel. De voordelen voor Schotland, Wales en Engeland kunnen aanzienlijk zijn. Als Noord-Ierland zich met grotere politieke zeggenschap eindelijk aan de spiraal van geweld weet te onttrekken, staat Groot-Brittannië een periode van vernieuwde politieke stabiliteit te wachten. Geen slecht resultaat van een proces van machtsdeling.