Dansen tot de dood

`Hierbij bericht ik dat op 16 juni 1961 NOEREJEV Rudolf Hametovitsj geboren 1938, ongehuwd, Tartaar, geen partijlid, artiest van het Leningrad Kirov Theater, die lid was van het reizend gezelschap in Parijs, zijn moederland in Parijs heeft verraden.' Zo begint volgens Diane Solway het rapport dat, 48 uur na een van de beroemdste data in de hedendaagse balletgeschiedenis, werd geschreven door KGB-chef Aleksandr Sjelepin.

Met wat in de wereldpers werd bestempeld als zijn `sprong naar de vrijheid' was de Russische danser op het vliegveld Le Bourget tijdens een moment van onachtzaamheid van zijn begeleiders op twee Franse agenten toegestapt en had hij asiel aangevraagd.

Rudolf Noerejev gold in eigen land al als een ster. Geboren op 17 maart 1938 in een trein, ergens tussen het Baikalmeer en Irkoetsk, was hij opgegroeid in Oefa (Basjkirië), waar het gezin Noerejev na omzwervingen neerstreek. Klein, Tartaars, anders en eigengereid werd hij gepest door zijn schoolgenoten, ofschoon hij respect afdwong omdat hij excelleerde in volksdansen. Toen hij op Nieuwjaarsdag 1945 voor het eerst ballet zag, had `Rudik' zijn bestemming gevonden. Ondanks felle tegenstand van zijn vader maar met hulp van ex-dansers die naar het verre Oefa waren verbannen, zette hij door. Zeventien was hij toen hij bij de vooropleiding van het befaamde Kirov Ballet in Leningrad werd aangenomen. Te laat voor een danser, maar voor zo'n talent schoof men de toelatingsnorm opzij. Drie jaar later kon hij zich als solist bewijzen. Maar dan wel een die zich niet in het gareel liet houden.

Het Franse publiek kreeg hem pas op de vierde dag van de tournee van het Kirov te zien. Parijs was overdonderd. Net als een halve eeuw eerder, toen de zegetocht begon van Diaghilevs Ballets Russes. met Vaslav Nijinski. En vergelijkbaar met de overrompelende indruk die kort na de oorlog het New York City Ballet van de Rus George Balanchine maakte.

Opnieuw veroverde een Russische danser Parijs en daarna de wereld. En opnieuw verkoos een Rus de zelfbeschikking in het Westen boven een gereguleerd kunstleven in het land van herkomst, net als zijn voorgangers dat na de revolutie hadden gedaan. Ook deze Rus zou zijn Russische sporen in het westerse kunstleven trekken.

Hadden de sovjetpropagandisten zich een geslaagder infiltrant kunnen wensen? Men zag Noerejev al lang voor zijn vlucht als een `risico', maar liet hem mee op tournee gaan om met hem te pronken, zoals blijkt uit de documenten die Diane Solway heeft opgedoken voor haar biografie Nurejev.

Wegens zijn spectaculaire daad werd de verrader bij verstek veroordeeld tot zeven jaar gevangenschap. Noerejev groeide in veel kortere tijd uit tot de beroemdste balletdanser van de twintigste eeuw. Een megaster voordat die term in zwang kwam, met bijnamen variërend van de `Russische James Dean' tot `Tsaar Rudolf'.

Het sovjetbewind heeft nimmer oog of oor gehad voor de invloed van prominente overlopers. Regimes die veel tijd en geld steken in onderdrukking en propaganda en het instrueren van spionnen, kunnen de fantasie niet opbrengen om onafhankelijk optredende dwaalgeesten naar waarde te schatten. Net als de vluchtelingen van het tsaristische regime zwermde ook vanaf 1917 de ene na de andere `verrader' uit over de wereld om de op de befaamde Russische leest geschoeide boodschap uit te dragen. Ook in Nederland waar het Nationale Ballet werd gemodelleerd door Sonia Gaskell. Op jonge leeftijd onderging Hans van Manen de onweerstaanbare aantrekkingskracht van choreograaf Balanchine. Noerejev danste in werk van Rudi van Dantzig en hij inspireerde Nederlandse danspartners als Alexandra Radius.

Charisma

Noerejevs vlucht – een impulsieve daad die niet meer dan een paar ijzingwekkende seconden kostte – had grote gevolgen. Voor hemzelf, en voor iedereen die met hem geconfronteerd werd: het publiek, dat hem op handen droeg, de internationale jet-set die om zijn aandacht vocht, de gezelschappen en individuele dansers die met de charismatische danser in aanraking kwamen.

Maar ook voor de achterblijvers had het verraad implicaties, zoals Maija Plissetskaja vertelt in haar beklemmende autobiografie Ich Maija (1995). In een New-Yorkse hotelkamer, een jaar na de vlucht, staat de ballerina van het Bolsjoi Theater, op tournee in Amerika, een begeleider te woord. De man keurt de boeketten die fans haar hebben gestuurd. Terwijl hij zijn neus in een buitensporige bos oranje en violette rozen steekt, informeert hij of de danseres weet dat Rudolf Noerejev in New York is. Nogmaals de rozengeur opsnuivend, vraagt hij Maija Plissetskaja wat ze zou doen als ze van de verrader bloemen zou ontvangen. `Sommigen hebben een absoluut gehoor, de geheim agent bezat een absoluut reukvermogen', noteert de ballerina met gevoel voor het wrange absurdisme van de scène. Het boeket was inderdaad afkomstig van Noerejev, maar niemand in haar omgeving wist dat, dacht ze.

Noerejevs vlucht resulteerde in nog strakkere observatie en verbetener intimidatie van de achterblijvers. `Ik zou de twee Franse agenten niet om asiel hebben gevraagd', stelt Plissetskaja, `ik zou het uitgeschreeuwd hebben.' Die gelegenheid heeft ze niet gekregen. Anders dan Michael Barisnikov, Natalia Makarova en Valeri Panov, voor wie Noerejev wel de weg effende. Zijn roem in het westen was, ondanks het verbod in de Sovjet-Unie om zijn naam te noemen, genoegzaam bekend. Alleen al daardoor konden zij zich geen impulsieve actie veroorloven, zij moesten zich terdege voorbereiden.

Noerejev had een artistieke achterstand toen hij in het westen arriveerde en hij was zich daar bewust van. Fascinerend is de ontmoeting tussen George Balanchine en Rudolf Noerejev. De choreograaf, die al vlak na de revolutie de wijk nam, ziet dat Noerejev, die op vrijwel dezelfde manier is opgeleid als hij, vijftig jaar achterloopt: de twintigste eeuw ontmoet de negentiende. Pas aan het eind van zijn leven, toen hij eigenlijk al te ziek was om nog een meesterwerk aan zijn oeuvre toe te voegen, stond hij Noerejev toe met hem te werken. Voor de danser ging toen zijn grootste wens in vervulling. Het zal altijd een vraag blijven of de danser zich anders, in artistiek opzicht beter had ontwikkeld, als hij in het westen was opgeleid door Balanchine. Hoewel Noerejev veel beroemder is geworden, heeft Balanchine een grotere invloed gehad op de danskunst van deze eeuw.

Maar de vlucht van Noerejev was een `media-event', zoals niet eerder door een persoon was veroorzaakt. Het bepaalde de status die hij in het westen kreeg. Beroemde westerse dansers, onder wie Noerejevs grote voorbeeld en tevens grote liefde, de Deense sterdanser Erik Bruhn, werden verdrongen: tegen zoveel publiciteit was geen kunstenaar opgewassen. Wie hem zag, in vol ornaat op toneel of met zijn zwierige arrogantie over straat wandelend, zag onwillekeurig altijd het fenomeen. Noerejev had die adoratie nodig en tegelijkertijd leed hij er onder.

Partners

Solway meet het allemaal breed uit, feit na feit, detail na detail in His Life. Vanaf die lentedag in 1961 totdat hij op 6 januari 1993 stierf aan de gevolgen van aids. Van zijn fabelachtige partnerschap met de Engelse prima ballerina Margot Fonteyn tot zijn invloedrijke producties van de grote romantische Russische balletten bij gezelschappen over de hele wereld. Geen danser heeft zo veelvuldig opgetreden als Noerejev. Tussen training, repetities, voorstellingen en reizen over de hele wereld vond hij tijd om bewonderaars en vrienden te ontmoeten, zijn (kunst)collectie op te bouwen, huizen te kopen en in te richten, zijn muziekstudie voort te zetten, andere dansers te begeleiden, in films, televisieprogramma's en theaterproducties te verschijnen en er een enerverend erotisch leven vol korte en langere veroveringen op na te houden. Noerejev was tijdens zijn dansend leven in het Westen een van de meest geboekstaafde podiumkunstenaars.

Vandaar misschien dat de overvloedige detaillering die Solway aanbrengt in die westerse tropenjaren veel minder boeit dan de Russische jaren, de eerste negen hoofdstukken – nog geen kwart van het boek, culminerend in de vlucht. Vóór haar hebben andere biografen, alsook Noerejev zelf, die periode al beschreven, maar de Amerikaanse is kennelijk de eerste geweest die toegang kreeg tot documenten van de geheime dienst. Bovendien wist ze uit zijn land van herkomst getuigen aan het praten te krijgen die niet eerder in publicaties over de ster opdoken. Onder hen het jeugdvriendje Albert dat met hem op balletles zat in Oefa. Een eersteklas vondst natuurlijk, en dat buit ze uit, omdat Noerejev nooit over hem repte. Solway weet op die manier de gaten in Noerejevs Russische levensloop te vullen.

Noerejevs neiging om een rookscherm op te trekken en sommige gegevens uit zijn verleden te veranderen, verklaart ze vooral door de moeizame relatie met zijn strenge vader (een gretig partijlid), het ongeacheveerde Tartaarse milieu waarin hij opgroeide en zijn homoseksualiteit. Maar kan dat alles werkelijk die niets en niemand (ook zichzelf niet) ontziende gedrevenheid duiden? Die eindeloze, rusteloze drang om te dansen, waarvoor alles moest wijken, zelfs de hoge kwaliteit waarnaar hij streefde? Noerejev dreef zichzelf almaar voort, zwervend over de wereld als een nomade zonder vee.

De biografe biedt zo'n overstelpende hoeveelheid scrupuleus uitgewerkte feiten aan dat de dans, Noerejevs leven, er bekaaid afkomt. Ze heeft zich blijkbaar niet willen wagen aan analyses van de dansende Noerejev.

Maar was niet juist die vlucht op 16 juni 1961 de uiterste consequentie van hetgeen Plissetskaja, Noerejevs spiegelbeeld, in haar autobiografie vertelt: een danser leeft uiteindelijk alleen op het toneel in volledige vrijheid. Al lang voor zijn dood werd Noerejev beschouwd als een overlever: de kritieken logen er vaak niet om. Hij kon er beter mee stoppen, nu zijn lichaam niet langer gehoorzaamde aan zijn wil om de beste te zijn. Tijdens een tv-interview in 1990 ter gelegenheid van het afscheid van prima ballerina Alexandra Radius sprak Noerejev beminnelijk en liefdevol over haar. Hij prees haar durf zich volledig te geven en hij vond dat zij veel te vroeg ophield met dansen. Aan iedere vezel in zijn gezicht was te merken hoe hij er over dacht: een danser vlucht niet van het toneel, een danser danst tot de dood er op volgt.

Diane Solway: Nurejev. His Life. Weidenfeld & Nicolson, 627 blz. ƒ79,60