`China wil markt toch niet openen'

De Chinese regering heeft onder grote binnenlandse politieke druk beloften in verband met toetreding tot de Wereldhandelsorganistie (WTO) over verregaande ontsluiting van de Chinese markt terugggenomen.

China deed die beloften vorige maand in de Verenigde Staten in de hoop toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) te bespoedigen. Volgens sir Leon Brittan, de vice-voorzitter van de Europese Commissie, is het `momentum', waarvan in de Verenigde Staten sprake zou zijn geweest, voorbij. Gesprekken van de EU en China, die gisteren in Peking werden afgesloten, draaiden uit op teleurstelling.

De ommezwaai in het onderhandelingsklimaat toont aan dat de wil van China's autocratische leiding lang niet altijd wet is. Sinds het bezoek van de Chinese premier Zhu Rongji aan de Verenigde Staten vorige maand, doen geruchten de ronde dat binnen de communistische partij het verzet tegen de premier is toegenomen. Zhu kwam tijdens zijn tiendaags bezoek aan de VS tegemoet aan een groot aantal eisen van zijn gastheren en deed baanbrekende beloften die de toetreding van China tot de WTO mogelijk hadden moeten maken. Maar ondanks hooggespannen verwachtingen werd geen overeenkomst bereikt en keerde Zhu met lege handen huiswaarts.

China koestert al ruim dertien jaar de wens toe te treden tot de Wereldhandelsorganisatie. Het is daar tot dusver niet in geslaagd omdat het alleen wil toetreden onder verzachtende voorwaarden. Peking is van mening dat het als ontwikkelingsland kwetsbaar is en derhalve niet in staat is zijn markt volledig open te stellen voor het buitenland.

Het is met name dat laatste punt geweest waarover meningeen binnen de Chinese regering is gevallen. Concessies die Zhu en zijn onderhandelaars in de VS zouden hebben gedaan op het gebied van het bankwezen, verzekeringen, de textielindustrie en telecommunicatie zouden de afgelopen weken deels of geheel zijn teruggenomen.

Volgens Chinese waarnemers is de belangrijkste oorzaak voor het spaak lopen van de onderhandelingen een unilaterale publiciteitscampagne van de VS. Washington maakte direct na de onderhandelingen met Zhu de lijst van de door China gedane concessies openbaar. Het hoopte Peking daarmee te dwingen tot het nakomen van die beloften. Maar premier Zhu zou gerekend hebben op geheimhouding om vervolgens aan het thuisfront de besluiten uit te onderhandelen.

Terug in Peking evenwel, moet Zhu zeer veel weerstand hebben ondervonden. Zo is deze week in een onbevestigd bericht bekend geworden dat Wu Jichuan, de minister van het machtige ministerie voor Informatie industrie, zijn ontslag heeft ingediend. Wu, die in China geldt als een van 's lands doelmatigste ministers, zou zich gepasseerd hebben gevoeld door Zhu die zonder hem te betrekken in de VS de belofte deed China's strategische telecommarkt verregaand te openen. Vooraf zou zijn overeengekomen dat buitenlandse bedrijven een aandeel in de telecom-industrie konden krijgen van maximaal dertig procent. Eenmaal in de VS verhoogde Zhu dat percentage tot 49 procent.

Volgens Amerikaanse onderhandelaars deed Zhu ook de belofte het bankwezen volledig toegankelijk te maken voor buitenlandse bankiers. Dat gold als een revolutionaire concessie omdat het vrijwel het definitieve einde zou betekenen van een aanzienlijk deel van het Chinese bankwezen. Chinese economen menen dat wanneer buitenlandse banken de kans zouden krijgen, Chinese klanten de technisch bankroete staatsbanken massaal zullen verlaten.