ALEX ROEKA

Zeebonken, nachtkroegen en ongrijpbare vrouwen lijken het domein te vormen van de nog tamelijk onbekende liedjesmaker Alex Roeka. Met een nasaal en klaaglijk timbre bezingt hij de zelfkant bij een paar blues-akkoorden, waar soms een deinende accordeon doorheen speelt. Maar het zou ongepast zijn hem slechts in die cliché-termen te karakteriseren, want regelmatig doemen er in zijn liedjes zinnetjes, beelden en onnadrukkelijke binnenrijmen op die hem een eigen geluid geven – een soort ingebouwde ontnuchtering waardoor hij nooit verzuipt in een zee van zelfmedelijden. ,,Eenmaal buiten bleek het heelal alleen maar lucht,'' heet het ergens. En zelden werd dronkemansgemompel zo treffend verwoord als in: ,,Wat kwam ik hier gisteren ook alweer doen? / Er zat iets geks in m'n kop / Ik moest in één keer janken toen / en toen hield `t weer op.''

Roeka zingt zijn repertoire, waaronder ook een beeldend nummer over de kermis in zijn geboortedorp Ravenstein en een teer liedje over een vader op diens sterfbed, bij de muziek van een groepje bedreven begeleiders die zelfs het rudimentairste melodietje nog smeuïg en sfeervol kunnen maken. Af en toe zingt ook een verlokkend vrouwenstemmetje mee.

Alex Roeka: Wildernis. Willibrord WD 5074-3 (distr. Dureco)