Weer geen einde der tijden

Op 8 mei 1774 stonden de Maan, Mercurius, Venus, Mars en Jupiter vanaf de aarde gezien in hetzelfde sterrenbeeld aan de ochtendhemel. Zo'n samenstand of conjunctie komt niet zo vaak voor, maar is zeker niet uniek en in dit geval stonden de hemellichamen ook niet bijzonder dicht bij elkaar. Toch leidde het verschijnsel in het noorden van ons land tot grote paniek. Die was vooral het gevolg van sensationele berichtgeving. Voor de nuchtere wolkammer Eise Eisinga was deze gebeurtenis de aanleiding tot de bouw van zijn planetarium.

Op 19 februari was in de Leeuwarder Courant een bericht verschenen over de `gewigtige en in veele duizend Jaaren misschien niet weder voorkomende Conjunctie der vijf Planeeten'. Dat was in die dagen toch wel een mededeling om van te schrikken. Zou zo'n zeldzaam hemelverschijnsel geen teken van naderend onheil zijn, een voorteken van het vergaan van de wereld? Een geruststellend bericht in de krant van 12 maart bracht de gemoederen niet tot bedaren.

Op 9 april werd in een advertentie in de Leeuwarder Courant een boekje aangekondigd waarin werd voorspeld dat de conjunctie niet alleen invloed kon hebben op de aarde, `maar ook op het gantsche Zonne-stelzel, waar toe wy behooren, en een voorbereiding of een beginmaking van de Ontsloping of Vernieling van het zelve, ten deele of geheel zou kunnen zijn'. Nu was het toch wel duidelijk dat de wereld zou vergaan! De angst werd nog aangewakkerd door liedjeszangers, die het volk tot berouw en boete maanden.

De paniek werd zo groot dat de Gedeputeerde Staten van Friesland zich genoodzaakt zagen in te grijpen. De boekjes werden in beslag genomen, de zangers achter slot en grendel gezet en de uitgever werd gedwongen de naam bekend te maken van de auteur, die zich achter het pseudoniem `liefhebber der Waarheid' verschool. Het bleek een fanatieke predikant uit Bozum te zijn. In de krant van 16 april werd een `Contra Berigt' geplaatst, waarin de Franeker hoogleraar Nicolaas Ypey trachtte duidelijk te maken dat er niets te vrezen was.

De onrust ebde echter pas weg toen de achtste mei goed en wel voorbij was. Eise Eisinga, een wolkammer die zich door zelfstudie had bekwaamd in de wis- en sterrenkunde en het bouwen van instrumenten, betreurde de onkunde van het volk, dat blijkbaar geen idee had van de werkelijke bewegingen en afstanden van hemellichamen. Een samenstand is immers slechts schijn. De planeten beschrijven al sinds onheuglijke tijden hun banen, op verschillende afstanden van de zon, en lijken elkaar af en toe dicht te naderen.

Eisinga besloot een bewegend model van het zonnestelsel te maken, zodat de mensen met eigen ogen konden zien hoe de planeten bewogen. Zeven jaar lang was hij in zijn vrije tijd bezig met het ontwerpen, berekenen en bouwen van wat nu het oudste werkende planetarium ter wereld is. Het bevindt zich aan het plafond van de woonkamer van Eisinga's huis in Franeker. Boven het plafond kan men het ingewikkelde houten raderwerk zien dat de planeetbollen rond de zon laat draaien. Langs de wanden bevinden zich wijzerplaten die de dag, datum, op- en ondergang en verduistering van zon en maan aangeven.

Samenstanden zoals die van 1774 komen gemiddeld minstens enkele keren per eeuw voor. In mei volgend jaar zal er een plaatsvinden waarbij de planeten nog wat dichter bij elkaar staan en waarbij ook Saturnus van de partij zal zijn: de Grand Alignment. En opnieuw worden door sommigen wereldwijde rampen voorspeld. De eerste tekenen daarvan zouden de extreme weersituaties van de afgelopen jaren zijn en sommige wetenschappers zouden al `een duidelijke toename van het slingeren van de aarde onder invloed van de aantrekkingskracht van de planeten' hebben ontdekt.

Twee eeuwen na Eisinga zijn het weer de boekenschrijvers, doemdenkers en astrologen die op de onwetendheid van sommige mensen weten in te spelen. En het zijn weer de wetenschappers die met `Contra Berigten' het volk gerust moeten stellen (zie www.griffithobs.org/SkyAlignments.html).

Eisinga zou zich in zijn graf omdraaien als hij wist dat de mens ook twee eeuwen later nog zo gemakkelijk te bedotten is. Maar misschien zou hij alleen maar glimlachen, wetend dat zijn kunstwerk daardoor ten eeuwige dage zijn waarde blijft behouden.