Waterlelies in ruil voor verf en brandstof

Van impressionisme naar abstractie. Dat is de verbluffende route die Claude Monet in de laatste dertig jaar van zijn leven aflegde. Het onderwerp bleef hetzelfde: zijn vijver in Giverny, met waterlelies, een Japanse brug, een rozenstruik en treurwilgen. Het leverde 250 schilderijen op, waarvan er sinds vandaag zestig te zien zijn op een unieke overzichtstentoonstelling in het Parijse Orangerie-museum.

Claude Monet schreef in 1918 aan de toenmalige premier Georges Clémenceau dat hij overwoog `twee decoratieve doeken' aan de Franse staat te schenken ter gelegenheid van de aanstaande wapenstilstand. De Eerste Wereldoorlog was niet helemaal onzichtbaar gebleven op zijn idyllische landgoed ten westen van Parijs, waar hij de gewonden voorbij had zien trekken. Als gretig krantenlezer wist Monet er alles van. Hij voelde zich soms schuldig omdat hij niets anders had gedaan dan `onderzoekjes doen naar vorm en kleur', terwijl miljoenen omkwamen op het slagveld.

Monet was al jaren bezig met het grootste project van zijn vruchtbare leven: een serie die hij `Les nymphéas' noemde - waterlelies of witte Egyptische lotussen. Dankzij de vriendschap met Clémenceau had de schilder ondanks de rantsoenering een treinlading doeken, penselen en verf gekregen, en brandstof om zijn atelier te verwarmen. Inmiddels was overeengekomen dat de schenking aanzienlijk meer zou omvatten dan de twee schilderijen, die Monet eerst in gedachten had. En Clémenceau, `de Tijger', hield hem aan zijn woord. Tot Monet, die sinds 1912 leed aan staar, de moed steeds vaker in de schoenen zonk.

Toen de beloofde overdracht uitbleef, in april 1924 en later in februari 1925, schreef Clémenceau een vermanende brief. Maar Monet bleef tot het eind verbeteren. Tussen 1914 en 1926 heeft hij permanent aan allerlei doeken tegelijk gewerkt, sommige vernietigd, andere drastisch overgeschilderd. Na zijn dood in 1926 gingen de afgesproken 22 doeken met waterlelies naar de Franse staat om, zoals ook overeengekomen, opgehangen te worden in het speciaal aangepaste museum de Orangerie. Daar zijn zij samengevoegd tot acht immense schilderijen die permanent in twee ovalen zalen zijn bevestigd.

Sinds vandaag hangen er nog veertig bij uit de hele wereld. Die zeldzame samenkomst is het resultaat van de erbarmelijke staat waarin de Orangerie zich bevindt. Het classicistische gebouw op de zuidwestelijke hoek van de Tuilerieën-tuinen is het laatste onderdeel van het Louvre-complex dat aan een grote restauratie toe is. Na 2 augustus gaat het museum dicht tot 2001. De collectie impressionisten die er anders hangt gaat dan zwerven over de wereld,wat de Orangerie de kans gaf de komende drie maanden zo veel top-lelies uit openbare en particuliere collecties in Londen, Tokyo, Denver, Chicago, Los Angeles, Boston, München, Jeruzalem, Göteborg en elders te leen te krijgen.

De tentoonstelling is even geïnspireerd als de meester tussen zijn 55-ste en 85-ste voor deze serie moet zijn geweest. ,,Deze water- en lichtlandschappen zijn een obsessie geworden'', schreef hij aan een vriend. ,,Dit gaat de krachten van de oude man die ik ben te boven, maar ik wil tot uitdrukking brengen wat ik voel.'' Wie ooit wel eens een paar waterlelies in het Parijse Musée Marmottan, of onlangs in Londen heeft gezien, en denkt de rest ook wel te kennen, moet overwegen de voorspelbare drukte in de Orangerie te trotseren.

In een rustige, maar gelukkig gekozen verkorte cyclus wordt zichtbaar dat Monet niet bezig was met waterlelies maar met de essentie van zijn vak. Zijn verkenningen lopen vooruit tot ver in deze eeuw. Pollock, Rauschenberg en De Kooning worden aangekondigd. Eén Japanse brug is zo abstract, met een grofstoffelijk soort korrelstructuur, dat Tapiès en Dubuffet om de hoek kijken. In de laatste zaal vormt een omvangrijk leliedoek van twee bij zes meter (uit het Museum of Modern Art, New York) een soort etherische samenvatting van het voorgaande. Alles is licht, helder en oneindig diep. Monet heeft het vóór zijn dood niet losgelaten.

Monet, Le cycle des Nymphéas, Orangerie, métro Concorde, open: dagelijks behalve dinsdag van 10 tot 20 uur, 's maandags tot 21 uur. Reserveren o.a. bij FNAC-en Virgin-winkels, Office du Tourisme de Paris, 127 Avenue des Champs Elysées en op internet: www.fnac.fr. Catalogus is vertraagd en komt uit in 2001; een noodeditie wordt verwacht over drie weken.