Vijandige viervoeters

Over de glooiende heuvels denderden ooit pantservoertuigen en tanks. Veel van de nu lieflijke dorpen werden ruïnes. Maar in de bossen van de Belgische Ardennen verwijst niets meer naar de bloedige strijd die hier ruim vijftig jaar geleden woedde. Deel 1 van een serie over wandelen in Europa.

Onder een rots en aan een meander ligt La Roche-en-Ardennes er mooi bij. Helaas ook onder een koud, maarts wolkendek waar een venijnig soort motregen uitkomt. Dat is wel de beste omstandigheid waaronder je het museum over de Tweede Wereldoorlog kunt bezichtigen. Alles wat je altijd over het Ardennen-offensief hebt willen zien, staat in dit kleine museum.

December '44 trachtten de Duitsers hier, in een wanhoopsoffensief, de weke flank van het oprukkende Amerikaanse leger te doorboren. Zeventigduizend bommen en granaten legden het grootste deel van La Roche in puin. Meer dan honderd inwoners verloren het leven, leert het bordje bij de uitgang. Buiten ben je blij dat je niet in een wit camoeflage pak in een Zundapp KS 750 met een Mauser MG 34 van 12 kilo door de sneeuw hoeft te ploeteren en in het hotel krijg ik sappig hielbeen in roomsaus met gecarameliseerde lof.

De motregen is overgegaan in een wolkbreuk wanneer ik me op weg naar Sprimont begeef. In het hotel heb ik de kaarten met routebeschrijving gekregen. Je kunt natuurlijk thuis op de bonnefooi je bivakzak pakken, de trein richting Ardennen nemen en kijken waar je terechtkomt. Dat is uiteraard het echte werk. Je kunt ook, zoals ik heb gedaan, kiezen voor een `wandelarrangement' en geheel verzekerd van natje en droogje aan de leiband van gemarkeerde paden van hotel naar hotel lopen. De echte luiaard kan op zo'n traject zelfs zijn bagage laten vervoeren. Zo'n arrangement is voor watjes, maar wel lekker makkelijk.

Het gidsje `De Transardense Route' leert me de buitengewoon tragische, middeleeuwse legende van La Roche en vraagt mijn aandacht voor de bolvormige klokkentoren van Cens tussen La Roche en Sorimont. Een authentiek boerengehucht, schijnbaar onbewoond, maar met een loslopende rottweiler die mij dreigend, in een nauwe steeg, de weg verspert. In de Transardense Route lees ik onder het hoofdstuk: `Hoe voorkom ik de meest frequente problemen?' dat de zwerfhond ,,het reëelste gevaar is voor de wandelaar''.

Deze Belgische rottweiler heeft niet gerekend op het effect van mijn dazer. Het ultrasone gesnerp uit dit handzame apparaatje doet hem verbaasd terugdeinzen en de geheven wandelstok houdt hem op eerbiedige afstand. Fluitend vervolg ik mijn weg. De hoteleigenaar in Sprimont – waar ik twee zalige kwartels krijg voorgeschoteld – noemt eveneens zwerf- en erfhonden een probleem.

De volgende ochtend kruipen honderden kleine naaktslakken over het natte wegdek. Sommigen doen zich tegoed aan dode regenwormen. Soms kun je beter niet kijken waar je loopt. Vlak voor een tot een rivier aangezwollen beek moet ik wel echt uitkijken, twee herders en een boxer komen woest blaffend op me af gerend. En later in het woud van Freyr weer een herder en tussendoor nog een vuilnisbakkenras met haaientanden.

De stadsmens denkt vaak dat de hele wereld is geplaveid. Hier hebben stormen bomen geknakt of ontworteld en over de weg gelegd. Tractoren van de houtophaaldienst hebben sommige paden tot pudding gereden. De stok geeft houvast in deze glibberige wereld en thuis zal de Witte Reus of een van zijn verwanten weer wonderen moeten verrichten, want de modder kruipt tot kruishoogte op.

In Lavacherie vraagt een boer waarheen ik ga, hoeveel kilometer ik zo loop op een dag en waar ik ga slapen. Saint Hubert, antwoord ik, zo rond de vijfentwintig kilometer is de etappe en in een hotel wordt geslapen. ,,Ik ken mensen die wandelden ook in de winter en sliepen buiten'', zegt de boer. ,,Met een goede uitrusting kan alles'', zeg ik en denk aan mijn fleecevest, thinsulate voering, goretex jas en thermarest slaapmatje. ,,Ik praat over dertig jaar terug'', zegt de boer. ,,Chaque époque a son propre équipage'', voegt hij er fijntjes aan toe.

Dat was een tijd zonder uitgebreide route markeringen, doordachte culinaire arrangementen en overal gîtes d'étapes. De tijd van canvasrugzakken, soldaten kistjes en katoenen kleding, zonder goed isolerende en sneldrogende kunststoffen. Gesticht richt ik mijn passen op Saint Hubert en zijn basiliek. Iedere tijd kent zijn eigen helden.

Hier in deze wouden moet Hubertus, ,,een welgestelde prins van lichte zeden'', aldus het routeboekje, het bekende hert met de crucifix tussen de geweien hebben gezien. Kort daarop werd hij de beschermheilige van jagers en slagers. In een vitrine in de aan hem gewijde basiliek liggen amuletten te koop. Onder meer voor mensen lijdend aan nervositeit, zo leert de tekst en niet eens zo duur. Gedrieën vormen stok, dazer en amulet het totale anti-hondensysteem.

De Transardense Route van La Roche tot Bouillon beslaat 160 km en duurt 9 dagen. Een wandelarrangement, met inbegrip van hotels en de mogelijkheid bagage te laten vervoeren, is o.m. bij De Wandelwaaier te boeken. Totale tocht 582,5 euro, circa ƒ1.290. Wandelwaaier, Singel 395 1, 1012 WN Amsterdam. Inl 020-6226990. De tocht kan desgewenst ook in etappes worden opgesplitst.