Verstrikt psychiater

Zijn ontslag in 1989 als directeur-psychiater van het orthopedagogisch en jeugdpsychiatrisch centrum van de Heldring Stichtingen in Zetten kon hij billijken. Het was immers bekend geworden dat hij buitenechtelijke kinderen had verwekt, onder wie een bij een ex-pupil, en dat maakt het functioneren van een behandelend geneesheer-directeur nu eenmaal niet eenvoudiger.

Maar voor zijn veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf (plus een beroepsverbod van elf jaar) wegens seksueel misbruik van pupillen heeft de vorige week overleden drs. H.O.Th. (Theo) Finkensieper nooit enig begrip kunnen opbrengen. ,,Ik zeg niet dat ze hun aangiften hebben verzonnen. Maar het is niet gegaan zoals zij zeggen. Het is een net geweest waarin we verstrikt zijn geraakt. Ik noem het een botsing van geheugens, van reconstructies'', zei hij in november 1995 tegen Trouw toen zijn celstraf erop zat.

Jarenlang waren Zetten en Finkensieper synoniem. Zijn vader was er in 1939 dominee-directeur van de Heldring Stichtingen geworden, en hijzelf trad er in 1965 in dienst als consulterend psychiater. De eerste berichten dat het in Zetten onder het bewind van Finkensieper jr. niet pluis was, kwamen in het voorjaar van 1974 naar buiten via het zwartboek `Zetten, zat, gezeten' van de Belangenvereniging Minderjarigen. Daarin stond niet alleen kritiek op het isoleren en platspuiten van de `moeilijk opvoedbare meisjes', maar werd ook voor het eerst gewag gemaakt van Finkensiepers seksuele aberraties. Een externe commissie velde een tamelijk vernietigend oordeel over het beleid in Zetten, dat destijds gold als `eindstation in de kinderbescherming'. Maar de directeur van de jeugd-psychiatrische afdeling mocht blijven en promoveerde tien jaar later, in april 1985, tot algemeen behandelingsdirecteur.

Eind jaren tachtig raakte Finkensieper opnieuw in opspraak. Voor het eerst dienden ex-pupillen, onder aanvoering van Annie Bijnoord die de herinneringen aan haar verblijf in Zetten bundelde in `Krassen', aanklachten in tegen de psychiater die hem voor de rechter brachten. Het Arnhemse hof achtte uiteindelijk bewezen dat Finkensieper ,,frequent, zeer regelmatig en gedurende een lange periode zeer kwetsbare meisjes seksueel heeft misbruikt''.

Finkensieper ,,huiverde'' voor de slachtofferrol. ,,Ik wil niet verworden tot een oude, zeurende man die nog maar één gespreksonderwerp heeft: het onrecht dat hem is aangedaan. Daar pas ik voor.'' Hij ging zich, tijdens en na zijn detentie, wijden filosofie en schilderkunst.