Telmachines en androïdes

Robots boezemen ontzag in en jagen de mens tegelijk angst aan. In de robot weerspiegelt zich ons technisch kunnen en omdat we zo knap zijn zou het wel eens kunnen dat we hem niet alleen sterker maar ook knapper maken dan wijzelf zijn. Liever wagen we ons daarom niet te dicht bij een bedrijvige robotarm in een autofabriek. Overigens bood het toneelstuk RUR van Karel Capek al in 1921 het doemscenario: geperfectioneerde robots die de mens als minderwaardig gaan beschouwen en in opstand komen. Aan dit stuk ontleent de robot zijn naam: robotnik is Tsjechisch voor arbeider.

In de zomertentoonstelling Boerhaavomatic geeft Museum Boerhaave een levendig en verhelderend overzicht van 400 jaar automaten en robots. Daarvoor zijn de fraaiste exemplaren bijeengebracht, van een trommelende aap uit 1699 die in opgewonden toestand eens de paters in het Oostenrijkse benedictijner klooster Kremsmünster vermaakte, tot de voetballende robotwagentjes van de TU Eindhoven die vorig jaar aan een internationaal toernooi meededen – en faalden omdat de tv-lampen van de Franse zender M6 de Eindhovense sensoren verblindden zodat de robots op het speelveld geen lijnen meer zagen.

Gekozen is voor een lineaire opstelling die de toeschouwer langs drie thematische presentaties voert: `vernuftig vermaak', `automatisch rekenen' en `automatische arbeiders'. Daaraan vooraf gaat een `inleiding' waarin Descartes opduikt. Zijn mechanistische denken vormde de voedingsbodem voor de idee van de mens als machine, in 1747 culminerend in L'homme machine van de extreme rationalist Julien Offray de la Mettrie die stelde dat de mens niet meer was dan een ingenieus uurwerk. Op basis van dit gedachtengoed stelde tijdgenoot Vaucanson in salons automaten op, waaronder een eend die kon eten, drinken, fladderen en poepen. Boerhaavomatic presenteert een androïde (mensachtige automaat): een mandolinespeelster met onder haar ruime kleding een vernuftig mechaniek van tandwielen en trekstangen dat de voetjes doet trippelen, de hand tokkelen en het hoofdje draaien en knikken.

Vermaak boden vooral de speeldozen, die werkten met een speelcilinder met pinnen, lipjes of gaatjes – fijnmechanische hoogstandjes die de voorhoede van de toenmalige techniek vormden. Ook op de tentoonstelling is een Bimbobox uit 1960, bekend uit warenhuizen en dierentuinen. Na inworp van een kwartje sloeg een gezelschap apen geestdriftig aan het musiceren, soms ook verschafte de automaat snoep. Veel luider klinkt Arburo, een compleet dansorkest verborgen in een mahoniehouten kast. Voor een gulden las hij een papieren muziekrol om los te barsten in jaren dertig-tophits als Heb meêlij Jet (wals) of Marie die vrijt met een Huzaar (one-step).

Van een heel andere orde zijn de automaten die het denken van de mens in een serie radertjes – later vervangen door elektronische schakelingen – vatten. De eerste telmachientjes stammen uit de zeventiende eeuw en waren eerder een curiositeit dan dat de geleerde er veel mee kon. In de negentiende eeuw lag dat anders. Te zien op Boerhaavomatic is de Zwitserse rekenmachine Millionär uit 1899, de eerste die direct kon vermenigvuldigen. Inmiddels is hij een pietsje verroest, maar aan het begin van de eeuw nam hij de astronomen van de Leidse Sterrewacht duf rekenwerk uit handen. Maar het indrukwekkendst is de Bull Gamma 3, een elektronische rekenmachine van Franse makelij uit de jaren vijftig. In Leiden is ook het inwendige van het metaalgrijze gevaarte te bewonderen: vacuümbuizen, dioden, weerstanden en heel veel draadjes die eens TNO dienden. Ze verlaten de Bull Gamma 3 in stofzuigerslangen uitmondend in enorme contactdozen.

Het minst uit de verf komen de automatische arbeiders. Er is onder meer een groot handweefgetouw te zien van Jacquard dat op basis van geperforeerde kaarten automatisch patronen kon weven. Maar het aanbod aan industriële robots is mager, misschien omdat er nog te weinig zijn afgedankt.

Naast de ruimten waar de deelonderwerpen staan uitgestald, loopt een pad met gangbare ideeën over robots. Het blijkt dat filmmakers en speelgoedfabrikanten robots altijd zien als mannetjes van blik. In films staan robots er in de regel niet best op, een traditie die in 1926 inzette met Metropolis van Fritz Lang. Robocop – eigenlijk geen echte robot – is een uitzondering, maar je houdt je hart vast dat hij overloopt naar de tegenpartij. Hoop biedt het affiche van Planète interdite. Ongetwijfeld is de afgebeelde robot een schurk maar de wijze waarop hij de zojuist in katzwijm gevallen filmster in de armen heeft genomen verraadt affectie.

Boerhaavomatic: automaten en robots in Museum Boerhaave. Lange St. Agnietenstraat 10, Leiden. Volw ƒ8, MJK gratis. Open di t/m za 10-17u, zo- en feestdagen 12-17u. Catalogus: ƒ15