Tekeningen uit Goethe's collectie in Rembrandthuis

`De natuur in de kunst te zien, was voor mij een ware passie', schrijft Johann Wolfgang von Goethe, en hij voegt eraan toe dat `de voortreffelijke werken van de Nederlanders' daaraan bij uitstek tegemoetkwamen. In werk van Adriaen van Ostade, Jacob van Ruisdael en vooral Rembrandt zag hij de anekdotische eenvoud en natuurgetrouwheid die hij zocht in de kunst.

Sommige tekeningen die de dichter zelf maakte, spreken echter een andere taal. Een daarvan, nu te zien in het Rembrandthuis, is duidelijk geïnspireerd op de ets Landschap met schuitje van Rembrandt (1650). Goethe heeft de compositie in grote lijnen overgenomen, maar zag af van Rembrandts karakteristieke licht-donkerwerking en vlotte, krasserige arceringen. Rembrandts Hollandse landschap met een stompe kerktoren in de achtergrond, is vervangen door een mediterraan, glooiend heuvellandschap. Goethe heeft bovendien goed gekeken naar de uitgebalanceerde landschappen van een schilder als Claude Lorrain: het vergezicht is opgebouwd uit afwisselend lichte en donkere stroken die het geheel een kalme waardigheid verlenen.

Goethe maakte deze tekening tijdens zijn verblijf in Rome, van 1786 tot 1788. Daar raakte hij onder de indruk van het werk van kunstenaars die zich, meer dan door de alledaagse werkelijkheid, lieten inspireren door de cultuur van de klassieke oudheid. In een brief aan zijn vriend en broodheer, hertog Carl August von Sachsen-Weimar-Eisenach, schrijft Goethe naar aanleiding van Rembrandts etsen: `In het bijzonder voel ik hier in Rome hoeveel interessanter toch de zuiverheid van de vorm en al haar duidelijkheid zijn en blijven dan al die karakteristieke ruwheid en zweverige vaagheid'. Opvallend genoeg is Goethe in zijn kunstaankopen niet erg strikt geweest in deze academische denkbeelden. Na zijn terugkeer uit Italië bleef hij prenten en tekeningen van Hollandse meesters verzamelen en ook hertog Carl August nam op Goethe's advies werken van Nederlanders in zijn collectie op.

Het Rembrandthuis exposeert een keuze van ruim vijftig tekeningen uit deze twee verzamelingen, nu in het Schlossmuseum en het Goethe-Nationalmuseum in Weimar. De tentoonstelling biedt een staalkaart van de verschillende stijlen en thema's die de Nederlandse Gouden Eeuw te bieden heeft: van de maniërist Abraham Bloemaert tot de Italianisant Jan Baptist Weenix, en van een karikaturaal geleerdenportret van Govert Flinck tot een botanische studie van Herman Saftleven. Het, al of niet ogenschijnlijk, alledaagse speelt een rol in tekeningen van bijvoorbeeld Gerrit Berckheyde, Cornelis Dusart en Rembrandt. Die laatste moet Goethe zeer hebben gewaardeerd, want hij voorzag zeven tekeningen die destijds aan de meester werden toegeschreven van zijn persoonlijk collectioneursstempel. De getoonde Rembrandts zijn veelal vlot geschetste pentekeningen. Maar Goethe, in wiens kunsttheorie de kleurenleer een belangrijke plaats inneemt, blijkt ook gecharmeerd te zijn geweest van fraai uitgewerkte, gekleurde tekeningen. Voorbeelden daarvan zijn een Rijngezicht van Lambert Doomer en het Slot aan het water van Allert van Everdingen.

Wat Goethe nu precies aantrok in deze afzonderlijke tekeningen en of hij ze, voor zichzelf of voor Carl August, verwierf vóór of na zijn Italië-reis, blijft onduidelijk. De tentoonstelling geeft vooral een mooi beeld van de vaak uitstekende kwaliteit van de Hollandse tekeningen die Goethe – en zijn opvolgers, want een derde van de getoonde werken is pas verworven na zijn dood – bijeen hebben weten te brengen.

Zijn ontboezeming over de waardering die hij, in zijn jonge jaren, koesterde voor de natuurgetrouwheid van de `voortreffelijke Nederlanders', deed Goethe in zijn autobiografie Dichtung und Wahrheit uit 1811. Inmiddels had hij een nieuwe, objectieve en in zijn optiek daarom hogere graad van natuurlijkheid en natuurgetrouwheid leren kennen in de kunst van de klassieke oudheid en van de Italiaanse renaissance. Maar zomin als de dan 62-jarige dichter de voorkeuren van zijn jeugd vergeten was, had hij de werken van de Hollandse meesters zelf verloochend.

Tentoonstelling: Goethe en Rembrandt. Tekeningen uit Weimar. Museum Rembrandthuis, Jodenbreestraat 4, Amsterdam. T/m 18/7. Catalogus (Uitg. Amsterdam University Press), 128 blz., ƒ49,50. Tel. (020) 5200400.