Relatief rustig

HET EINDE VAN de Koude Oorlog had grote gevolgen voor het Midden-Oosten. De supermachten stookten niet langer de regionale vijanden in het Midden-Oosten tegen elkaar op, en deze konden de supermachten niet langer tegen elkaar uitspelen. Daardoor werd het naar verhouding rustig. Toch is het traditionele conflict tussen Israel en de Arabieren maar gedeeltelijk opgelost. Dat blijkt uit de zeer beperkte oorlog tussen Israel en Syrië, die in Zuid-Libanon wordt uitgevochten. Daar strijdt de fundamentalistisch-shi'itische beweging, krachtig gesteund door Iran en Syrië, tegen de Israelische troepen die een `veiligheidszone' bezet houden. Er vallen doden, maar het strijdniveau is laag.

Niemand verwacht dat het Israelisch-Arabische conflict tot een nieuwe, grote uitbarsting komt, zoals in de interstatelijke oorlogen van 1948, 1956, 1967 en 1973 of de oorlog van 1982-'83 tussen Israel en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO). Want alle partijen in het Midden-Oosten, uitgezonderd de zich op God baserende extremisten, zijn tot het inzicht gekomen dat zij elkaar niet op korte termijn kunnen vernietigen, en dus op zijn minst tot een langdurig bestand met de vijand gedwongen zijn. Zo'n bestand kan dan maar het best vrede worden genoemd.

Natuurlijk is Israel nog steeds niemands échte vriend. Maar de Arabische wereld – afgezien van sommige moslim-extremistische groepen – is aan het bestaan van de joodse staat gewend geraakt. De veelal rampzalige economische situatie heeft nu prioriteit. En dat vergt rust. Daarom zorgen de Assads en de Mubaraks ervoor dat de toestand niet uit de hand kan lopen.

De Akkoorden van Oslo van 1994, waarbij Israel en de PLO elkaar erkenden en afspraken maakten om vrede met elkaar te sluiten, hebben de angel uit het grote conflict gehaald. Wat overblijft, is de verdeling van de boedel en de omgangsregeling. Wie krijgt welke stukken van het vroegere Britse mandaatgebied Palestina? En welke afspraken worden er gemaakt over hun toekomstige relaties? Dat zijn buitengewoon moeilijke kwesties. Maar zij zullen, onder druk van de VS en Europa, die rust in de tent willen, zonder enige twijfel worden geregeld.

Min of meer hetzelfde geldt voor de betrekkingen tussen enerzijds Israel en anderzijds Syrië en Libanon. Is Israel bereid de in 1967 veroverde Golan-hoogvlakte aan Syrië terug te geven? Of toch niet helemaal? En wil de Syrische president Hafez al-Assad wel een formele vrede met Israel sluiten? Of denkt hij dat hij meer van de buitenwereld gedaan krijgt, als hij wegens zijn staat van oorlog met Israel te vriend moet worden gehouden? Libanon, dat in feite door Syrië wordt bestuurd, is uiteindelijk geen probleem. Het zal vijf minuten ná Syrië vrede met Israel sluiten.

Ook in het overwegend Koerdische zuidoosten van Turkije, die andere brandhaard, is het betrekkelijk rustig. Niet zozeer omdat de partijen in deze burgeroorlog zijn uitgevochten, maar omdat de separatisten van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) vorig jaar na 15 jaar oorlog een beslissende klap kregen toegebracht. Dat gebeurde nadat Turkije Syrië met oorlog had gedreigd als het zijn steun aan de PKK niet staakte. Syrië wilde onder geen beding oorlog (zie boven) en boog dus voor Turkije. PKK-leider Öcalan zit nu in een Turkse gevangenis, en zijn aanhangers zijn in verwarring. Zij weten nauwelijks wat te doen: doorvechten of Öcalans oproep tot een bestand navolgen.

Aangezien de Turkse overheid niet van zins is de Koerden in hun eisen – culturele autonomie – tegemoet te komen, is het Koerdische probleem politiek allerminst opgelost. Maar militair heeft het Turkse opperbevel de oorlog zo goed als gewonnen. Daarmee is de Turks-Koerdische burgeroorlog voorlopig in de eindfase gekomen.

Dat geldt bepaald niet voor dat andere doorzeurende conflict, waarin Irak centraal staat. De geallieerde campagne om Irak uit Koeweit te verdrijven eindigde na de bevrijding van het emiraat in 1991 in een bestand, dat onder andere de ontmanteling van de Iraakse massavernietigingswapens eist en zolang het internationaal handelsembargo continueert. Sindsdien wordt Irak met enige regelmaat door de overgebleven geallieerden, de VS en Groot-Brittannië, gebombardeerd, om Bagdad bij de les te houden.

De Amerikanen hebben bij herhaling duidelijk gemaakt dat zij pas zullen instemmen met opheffing van het handelsembargo als het gewelddadige regime van president Saddam Hussein is verdwenen. Een voor het Westen `betrouwbare' opvolger van Saddam is echter nog niet gevonden. Als hij er uiteindelijk is, mogelijk even slim en nóg harder dan Saddam, kan híj dan het verdeelde Irak, met zijn shi'ieten, sunnieten en Koerden, bijeenhouden? Want de buren van Irak (Turkije, Iran en Syrië) bemoeien zich voortdurend met de onderling vechtende Koerden in het noorden. En de shi'ieten in het zuiden mogen op zeer grote belangstelling rekenen van Iran. Niet het minst omdat zowel Koerden als shi'ieten bovenop enorme voorraden olie leven. Irak is immers na Saoedi-Arabië het grootste olieland ter wereld.