Kok: mogelijk meer Kosovaren hier opnemen

Minister-president Kok bespreekt morgen in het kabinet de mogelijkheid om in totaal drie- à vierduizend vluchtelingen uit Kosovo op te vangen, in plaats van de afgesproken tweeduizend. Dat zegde hij gistermiddag toe tijdens een werkbezoek aan het tentenkamp bij Ermelo, waar 700 Kosovaren verblijven.

Kok had eind april al toegezegd dat Nederland meer dan tweeduizend Kosovaren zou opnemen, maar deed verder geen uitspraken over aantallen. Eerst wilde hij van staatssecretaris Cohen (Justitie) weten of andere Europese landen hun toezeggingen wel nakwamen.

Er verblijven nu 1.789 Kosovaarse vluchtelingen in opvangcentra in Ermelo, Ter Apel en Raamsdonksveer. Die centra kunnen in totaal 2.800 mensen huisvesten; volgende week wordt nog een opvangcentrum bij Arnhem geopend dat plaats biedt aan 500 vluchtellingen.

De opvang van Kosovaarse vluchtelingen in Nederland is traag op gang gekomen. Begin april was er nog sprake van dat Nederland helemaal geen Kosovaren zou opnemen, omdat `opvang in de regio' de voorkeur had.

Als Europese landen de vluchtelingen zouden opvangen, zou dat president Miloševic en zijn etnische zuiveringen in de kaart spelen, was de opvatting van staatssecretaris Cohen en de ministers Van Aartsen (Buitenlandse zaken) en Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking).

Al snel werd echter duidelijk dat de UNHCR, de mensenrechtenorganisatie van de Verenigde Naties, de opvang ter plekke niet aankan. In de Tweede Kamer, met name bij de fracties van CDA, D66 en GroenLinks, nam de kritiek toe op de in hun ogen afwachtende houding van Nederland en de Europese en NAVO-partners. De PvdA-fractie vond dat Nederland minimaal vijfduizend Kosovaren moest opnemen.

In Ermelo werd half april alvast begonnen met de bouw van een tentenkamp. Daarop kondigde minister Korthals (Justitie) aan dat Nederland voorlopig geen vluchtelingen uit Kosovo zou opnemen. Maar een week later was volgens Justitie de situatie op de Balkan ernstig verslechterd, en werd alsog een delegatie naar Macedonië gezonden om duizend Kosovaarse vluchtelingen op te halen, met een uitloop naar tweeduizend. De eerste groep arriveerde op 25 april.

Voordat Kok kwam, waren verscheidene prominenten al in Ermelo geweest. Staatssecretaris Cohen van justitie legde een informeel werkbezoek af, prinses Margriet kwam kijken, diverse Kamerleden liepen er al rond.

De minister-president had gisteren pas tijd voor een bezoek van een uurtje, ,,om ook een beetje in de ogen van de mensen te kijken''. Wel heeft hij een cadeautje meegenomen – de toezegging om met het kabinet te overleggen over verdubbeling van het aantal in Nederland op te vangen Kosovaren. Maar opvang in de regio blijft belangrijk, zegt hij. ,,Wat hier centraal staat is toch de wens snel terug te keren.''

Glimlachend en omstuwd door zo'n veertig journalisten en fotografen, beweegt Kok zich tussen de vluchtelingen.

,,Mijn naam is Wim, hoe heten jullie?'' vraagt hij via een tolk aan een groepje kinderen in een geïmproviseerd schoolklasje. ,,En hoe oud zijn jullie? Zeven, acht, negen?'' De kinderen zijn twaalf en dertien.

Het is de bedoeling dat u ook nog een blik op de tekeningen werpt, instrueert een medewerker van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers. ,,O ja, eigenlijk moeten ze ze zelf aanwijzen'', herinnert Kok zich het script voor zulke gebeurtenissen. Maar daar is geen tijd voor; de stoet moet weer verder. ,,Where do you know English from?'' vraagt Kok onderweg aan Fortesa Syla, een opgewekte elfjarige die iedereen met `how are you?' begroet. Dat heeft ze op school geleerd.

In de kantine wordt Kok met applaus ontvangen. ,,Dat is geen waardering voor mijn persoon, maar voor Nederland'', zegt hij later. Fotografen verdringen zich weer om de minster-president. Kunt u dat jongetje even knuffelen, vraagt er één, maar Kok heeft zijn grenzen: ,,Dat doe ik niet hoor!'' Een fotograaf valt plotseling van een stoel, bijna stort een semi-permanent tussenwandje in.

Terwijl haar man de formaliteiten voor zijn rekening neemt, spreekt Rita Kok met de burgemeester van Ermelo en enkele Kosovaren over praktische zaken. ,,Ik vind het fantastisch dat de mensen uit Kosovo hier zelf de boel schoonhouden'', zegt ze. ,,Ik roep altijd: er is toch niets prettigers dan 's avonds je bed instappen met het gevoel dat je iets nuttigs hebt gedaan.''

De plaatselijke afdelingen van het Rode Kruis in Ermelo en Harderwijk hebben toevallig deze dag uitgekozen om te onderzoeken wat hun bijdrage in het vluchtelingenkamp zou kunnen zijn. Maar ze zijn al iets aan het doen hoor, zegt P. Bakker, voorzitter van de afdeling Harderwijk, haastig. Tracing, mensen in contact brengen met familieleden elders, dat is hun specialiteit. Hoe dat in zijn werk gaat? ,,In het algemeen hebben ze wel een telefoonnummer. Wij verstrekken dan telefoonkaarten.'' En is er al een contact gelegd? ,,Nee. De telefoon was kapot.''