Gergjev laat Brahms eventjes swingen

Hector Berlioz' Benvenuto Cellini, de opera over de Florentijnse beeldhouwer en diens triomf als eigenzinnig renaissance-kunstenaar, wordt vanaf volgende week drie keer concertant uitgevoerd in Amsterdam, Rotterdam en Londen door het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van chef-dirigent Valery Gergjev. Het wordt een groots project met tien solisten. Het Groot Omroepkoor van 79 leden wordt nog aangevuld met twintig koorzangers uit Roemenië. De ouverture Benvenuto Cellini vormt deze week al de inleiding van concerten met eigenzinnige muziek van Richard Strauss en Johannes Brahms.

De ouverture kan her en der zwevender en glanzender klinken, helderder in de tutti-passages ook, maar sprankelde gisteravond soms al spectaculair. Meer repetitietijd was kennelijk besteed aan de zelden te horen Burleske voor piano en orkest (1885-'86) van Richard Strauss. De pauken hadden niet in de titel mogen ontbreken, want Randy Max heeft een bijna even prominente solistische rol als de pianist Sergei Edelmann, in 1983 laureaat van het Brusselse Elisabeth Concours, met wie hij een intensieve dialoog onderhoudt.

Achteraf is de Burleske te beluisteren als een vormtechnische en thematische oefening in het schrijven voor orkest: de 21- en 22-jarige Strauss probeerde alles uit, behalve de klassieke concertvorm. Het telkens zo variabele geheel doet daarom nu te weinig strak en veel te eclectisch aan, maar destijds moeten het stoutmoedige experimenten zijn geweest. De virtuoze pianopartij past niet in het Straussiaanse klankbeeld dat we nu kennen en was in de handen van Edelmann eerder imponerend dan muzikaal echt dankbaar. Verder is er al veel van de latere Strauss te herkennen: zo staat hier de wieg van de burleske baron Ochs von Lerchenau uit Der Rosenkavalier (1913).

In de Vierde symfonie van de hier door Bach geïnspireerde neo-klassieke Brahms verkende Gergjev de tussengelegen stijlperiode van de Sturm und Drang. Hier klonken in het eerste deel geen weldadige kabbelingen, maar onstuimige golfbewegingen die elkaar telkens bruisend overspoelden. Al kwamen ze uiteindelijk even tot ruisende rust, daarna ging alles weer door in kolkend geschuim. Ook de andere delen kregen, mede dankzij pregnante blazersbijdragen en de retoriek van het clair-obscur, een krachtig en karaktervol profiel.

Gergjev trekt zich niets aan van het bedaagde imago van Brahms, die bij hem zelfs even mag swingen. De dirigent, wiens vingers steeds losser lijken te zitten, zodat hij zijn orkest bespeelt als een piano, projecteert zich op eigenzinnige wijze op Brahms. Die rijst hier op als vitaal, energiek en opwindend.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. Sergei Edelmann (piano). Programma: H. Berlioz: ouverture Benvenuto Cellini; R. Strauss: Burleske voor piano en orkest; J. Brahms: Vierde symfonie. Gehoord: 5/5 De Doelen Rotterdam. Herh.: 6, 7/5. Radio: 7/5 20.15 uur Radio 4.