Geen eer te behalen

DE BEROEMDSTE EN BLOEDIGSTE slagvelden van de Koude Oorlog lagen in Azië. Maar de Vietnamese oorlog is al bijna vergeten en de Koreaanse is bevroren – op een enkele Noord-Koreaanse provocatie na, met een onderzeeboot die op de Zuid-Koreaanse kust strandde of een raket die over Japans grondgebied heenvloog.

De oorlogen die in Azië zijn overgebleven – het zijn er niet veel – zijn oorlogen waarbij voor geen van de deelnemende partijen nog eer valt te behalen. Het zijn burgeroorlogen die al zo lang duren, zo uitzichtloos zijn geworden, dat niemand zich er eigenlijk nog mee wil bemoeien. Het soort ingewikkelde en soms tegelijkertijd ook zo eenvoudige, maar altijd wrede oorlogen, die de internationale gemeenschap graag overlaat aan de strijdende partijen zelf, en aan humanitaire hulporganisaties.

Misschien is het geen toeval dat de belangrijkste oorlogshandelingen zich afspelen in de periferie van de Aziatische regio: de burgeroorlog in Afghanistan, de guerrillastrijd van de Tamils in Sri Lanka en de strijd om Kashmir op het Indiase subcontinent.

Ook de kleinere conflicten worden uitgevochten op plaatsen die ver verwijderd liggen van de centra van het echte, zelfbewuste Azië, het Azië dat zich de afgelopen decennia in hoog tempo heeft ontwikkeld. Deze conflicten – de af en toe nog oplaaiende onafhankelijkheidsstrijd van moslims op het Filippijnse eiland Mindanao en de dreigende heropleving van de burgeroorlog op Oost-Timor – hebben plaats in gebieden die niet te lijden hebben gehad van de recente economische terugslag, eenvoudigweg omdat daar ook nooit een boom was voor het uitbreken van de financiële crisis.

In het verwoeste, zelfs door hulpverleners van de Verenigde Naties verlaten Afghanistan – het land van de Mujahedeen waar in de jaren '80 het Sovjet-leger zijn grote trauma's opliep – gehoorzaamt de burgeroorlog nog steeds aan de wetten van de natuur. Nu het lente is geworden en de sneeuw in de bergen smelt, maken de strijdende partijen zich op voor nieuwe offensieven.

De regerende Talibaan – de streng-islamitische geloofsstrijders die tweederde van Afghanistan onder controle hebben en op meedogenloze wijze naleving van hun fundamentalistische wetten afdwingen – lieten twee maanden geleden weten dat ze bereid waren tot een bestand met hun tegenstanders, de Noordelijke Alliantie van oppositiepartijen. Beide partijen kondigden zelfs de vorming aan van een gezamenlijke ,,representatieve'' regering voor Afghanistan. Maar zo'n regering komt er niet. De berichten van de afgelopen weken duiden slechts op hervatting van de strijd aan frontlinies in het noorden van het land.

Op Sri Lanka, het eiland dat sinds 1983 wordt verscheurd door een onverzoenlijke strijd tussen regeringsleger en guerrillatroepen van de Tamil Tijgers die een eigen staat willen, is de berichtgeving over de burgeroorlog de afgelopen maanden verschraald. Dat komt niet omdat de strijd zou zijn geluwd, maar omdat de regering de media censuur heeft opgelegd, nadat een vorig jaar als ultiem aangeduid offensief in het noorden van het land vastliep. De bloedige oorlog op Sri Lanka is er bij uitstek een die door geen van de partijen kan worden gewonnen. Maar noch de Sri Lankese regering, noch oppositie, noch de leiders van de Tamil-onafhankelijkheidsbeweging tonen zich bereid toegevingen te doen.

Het oudste en ook gevaarlijkste conflict in de regio betreft Kashmir, de Himalaya-staat waarover India en Pakistan al drie keer een echte oorlog voerden: in 1948, 1965 en 1971. `Kashmir' is niet alleen een verstilde oorlog tussen Pakistan en India, waarbij grenstroepen rond de bestandslijn elkaar nog bijna dagelijks beschieten, het is ook een burgeroorlog tussen het Indiase leger en islamitische onafhankelijkheidsstrijders in Indiaas Kashmir. Juist die burgeroorlog verhindert dat die andere `oorlog' een stap dichter bij een oplossing komt: India wil uit gevoel van eigenwaarde niet het risico nemen Kashmir te verliezen door het houden van een referendum, zoals Pakistan nastreeft.

`Kashmir' is de gevaarlijkste oorlog omdat hier twee regionale grootmachten, zoals India en Pakistan zich graag profileren, tegenover elkaar staan. Een jaar geleden waren beide rivalen best bereid dat nog eens op overtuigende wijze aan elkaar en aan de buitenwereld te tonen door vlak na elkaar een serie kernproeven te nemen. Daarmee hebben zij wereldwijd de bezorgdheid over proliferatie weer doen oplaaien. Afgelopen maand vervolgden ze hun regionale wapenwedloop met het lanceren van een aantal middellange-afstandsraketten.

Toch zeggen de regeringen van India en Pakistan, die beide in eigen land moeten overleven in een politiek instabiel klimaat, dat ze ondanks hun beleid van wederzijdse afschrikking niet uit zijn op escalatie. Er is zelfs sprake van enige toenadering: zo werd althans de opvallende busreis uitgelegd die de inmiddels alweer demissionaire Indiase premier Vajpayee in februari ondernam naar Lahore. Maar concrete resultaten hebben de recente Indiase/Pakistaanse gesprekken nog niet opgeleverd.