Eten op de gang

De wetten van Michelin zijn streng. Het restaurant dat zijn sterren inlevert, verdwijnt uit in de rode gids, zelfs een lagere classificatie is hem niet vergund. Zo is het Antwerpse Sir Anthony van Dijck voor Michelin van de aardbodem verdwenen sinds patron-cuisinier Marc Paesbrugge een jaar of acht geleden zijn twee sterren retour stuurde, de prijzen halveerde en zijn zaak op een minder ambitieus, maar toch zeer behoorlijk, niveau voortzette.

Toch wordt het vast druk de komende drie maanden in Sir Anthony van Dijck. Antwerpen begint volgende week met de herdenking van een van zijn grote zonen. De geboorte in 1599 van Antoon van Dyck wordt gevierd met verschillende tentoonstellingen en manifestaties. Op grote banieren en affiches overal in de stad is zijn beeltenis al maanden te zien. Hij poseert naast een zonnebloem, als ware hij de wegbereider van Van Gogh. Onder de verwachte tienduizenden belangstellenden is er ongetwijfeld een aantal dat, in het streven naar zingevende dwarsverbanden, het tentoonstellingsbezoek combineert met een lunch of diner in het gelijknamige restaurant.

Ze zullen wel even moeten zoeken. De ingang van het restaurant is in de Vlaaikensgang, waarvan de toegang achter een poortje aan de Oude Koornmarkt verscholen ligt. De erfenis van het twee-sterrenverleden is een enigszins plechtig ontvangstritueel. Om binnen te komen moet je aanbellen, daarna wordt de reservering gecontroleerd, vervolgens worden de jassen aangenomen en dan pas begeleidt men je naar de tafel.

Sir Anthony van Dijck werkt in twee tranches, voor negen uur moet de eerste lichting gasten weer zijn vertrokken. Als deelnemers aan de eerste ronde zijn we zeer tijdig aanwezig. Aan het enige tafeltje dat al bezet is, zitten twee Bekende Nederlanders, we hadden net zo goed naar het hoofdstedelijke Le Garage kunnen gaan. Het is alsof we in een Rotterdams restaurant Willy Claes en Kristien Hemmerechts de vriendschap zien bezegelen.

In de hoge gaanderijen om de koer staan de tafels opgesteld. Een opmerkelijk inrichtingsconcept, je eet hier op de gang. De meer dan manshoge schouw en een lange, houten tafel met grote boerenbroden geven een Breugeliaanse sfeer. Het meubilair is van licht hout, de stoelen hebben kleurige overtrekken. Het zou een interieur van Jan des Bouvrie kunnen zijn, maar dan getekend door Marten Toonder. Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates lijkt een plaatsje te zijn tussen andere borstbeelden en bloempotten op de koer. Maar het is waarschijnlijk toch Homerus die ons versteend toegrijnst.

De zaak vult zich snel. Binnen drie kwartier zit het vol met een vriendinnenclubje, dat kennelijk hier een vast eetadres heeft, wat Nederlandse zakenmensen die de dag in Antwerpen afsluiten met een vroeg diner en vooral veel theaterbezoekers die hier voorafgaand aan de voorstelling een hapje eten. De sfeer is wat onrustig, de gasten komen gehaast (file, file) en gaan gehaast (de show begint). De bediening, op de aanvoerder na in vrouwelijke handen, is bekwaam en een tikje routineus.

We kiezen voor het menu van 1500 frank, ongeveer 82,50 in Nederlands geld. Het menu start met een krabmousse en groene kruiden, vervolgt met een lichte waterzooi van tongfilet en witte en groene asperges, komt tot een hoogtepunt met lamscarré op `groentjes' en mosterdsaus en eindigt met een millefeuille voorzien van honingijs en gebakken nectarines. Op advies van de bediening komt daarbij een halfje Mâcon Lugny van Louis Latour en een halfje Pauillac Grand Canyon, voor samen nog geen 65 gulden.

Uit zo'n menu blijkt al dat Paesbrugge geen vertegenwoordiger is van de vernieuwende en creatieve keuken. Gerechten op de rest van de kaart als kalfsnier met dragon en kabeljauw met prei en kappertjes bevestigen dat. Het is degelijk, klassiek kookwerk, met per gerecht een beperkt aantal smaken en zonder poespas. De vier soorten suiker bij de koffie vallen in dit concept als overdreven uit de toon.

In Nederland zeggen zuinige gastronomen wel eens dat je in Sir Anthony van Dijck voor de helft van de prijs van een maaltijd op twee sterrenniveau geniet. Dat getuigt niet van realiteitszin, maar je eet er goed voor naar Nederlandse begrippen niet echt weinig geld. Dineren in de eerste tranche is voor ons Nederlanders wel handig, de terugreis kan immers weer op tijd worden aanvaard.