Einde kasreserve galmt na

Het einde van de derde kasreserveperiode galmde in de afgelopen week nog na in de weekstaat. Dit was terug te zien in een afname van de post `marginale beleningen' met ruim 5 miljard euro, die een week eerder nog met hetzelfde bedrag toenam. In die week, die eindigde op 23 april, liep de derde kasreserveperiode af, wat wil zeggen dat de gezamenlijke banken op dat moment aan hun gemiddelde kasreserveverplichting bij het Eurosysteem moesten voldoen.

Bij het naderende einde van de reserveperiode lag de gemiddelde aanhouding van het gezamenlijke bankwezen licht boven de verplichting. Grote problemen leken zich dan ook niet voor te gaan doen. Dat het toch niet geheel gladjes verliep lag kennelijk aan de verdeling tussen de banken onderling. Daardoor had een aantal banken toch moeite om aan de gemiddelde reserveverplichting te voldoen. Deze frictie kan te maken hebben gehad met onjuiste inschattingen omtrent inkomende en uitgaande geldstromen. Hoe dan ook, enkele of meerdere banken waren genoodzaakt om voor ruim 5 miljard euro gebruik te maken van de marginale beleningsfaciliteit. Deze transactie is dus nu weer teruggedraaid en heeft een verkrappend effect gehad op de geldmarkt, evenals de toename van de post `bankbiljetten in omloop' met 3 miljard euro.

Tegenover deze verkrappende mutaties stonden enkele omvangrijkere geldmarktverruimende transacties. Zo zorgden overheidsuitgaven voor een daling van het tegoed van overheden met 12 miljard euro. Dit is een gebruikelijk patroon voor de overgang naar een nieuwe maand. Verder verviel er een oude herfinancieringfaciliteit van 67 miljard euro en werd een nieuwe faciliteit van 78 miljard euro aan het bankwezen toegewezen, waardoor er per saldo een kleine 11 miljard euro aan liquiditeiten door het Eurosysteem aan de markt werd toegevoegd. Tezamen met nog enkele andere kleine mutaties resulteerde dit in een toename van de aanhouding op de kasreserve. De post `rekeningen courant' steeg dan ook met bijna 15 miljard euro, wat aangeeft dat de geldmarkt per saldo is verruimd. De daggeldrente kwam nauwelijks van zijn plaats en daalde met een basispunt tot 2,52 procent.

Bron: ING Economisch Bureau