Duitse alarmbel

DUITSLAND IS HARD op weg een schuldenstaat te worden. Aldus de nieuw aangetreden minister van Financiën, Hans Eichel. Vorige maand kwam Eichel naar Bonn als opvolger van de opgestapte Oskar Lafontaine. En wat hij in de boekhouding van de Bondsrepubliek aantrof, was dramatisch. De rentebetalingen, 82 miljard D-mark, slokken een kwart van de federale begroting op (in Nederland, na jaren van saneren: 31,2 miljard gulden, 13 procent van de rijksuitgaven). Er zit maar één ding op om de `opmars van de schuldenstaat' te stoppen: ombuigen.

Dit is een nieuw geluid voor de rood-groene coalitie van kanselier Schröder. Lafontaine, de rode partijtijger uit Saarbrücken, was voorstander van hogere bestedingen. Hij wilde Duitsland uit zijn stagnatie trekken met uitgavenimpulsen. Dat heeft hem zijn politieke nek gekost. Eichel heeft snel ontdekt dat voor extra uitgaven geen geld is. Duitsland moet in zijn visie bezuinigen om het almaar oplopende beslag dat rentebetalingen doen op de begroting te kunnen verminderen. Dat wordt nog slikken voor de regeringsfracties in de Bondsdag.

Het is de hoogste tijd. Kostbare jaren zijn verloren gegaan, eerst in de nadagen van het tijdperk-Kohl/Waigel en vervolgens in het eerste jaar van Schröder. En Duitsland heeft nu nog het geluk van een historisch lage rente. Wat de begrotingsgevolgen zijn als de rente vroeg of laat gaat stijgen, laat zich raden. In de Europese Unie zijn overigens voldoende voorbeelden waarnaar Eichel kan verwijzen: Nederland kampte in de jaren tachtig met hetzelfde probleem, Italië in de jaren negentig. Als ombuigingen aanslaan, nemen de rentelasten spectaculair af.

IN HET DUITSE geval is er een bijzondere omstandigheid: de kosten van de financiering van de hereniging. Duizend miljard D-mark zijn inmiddels in de failliete boedel van de voormalige Genossen- und Bauernstaat gepompt, met als voornaamste resultaat niet de opbloei van het Oost-Duitse landschap, maar de opgelopen Duitse staatschuld.

De erkenning van deze financiële ontsporing heeft een actuele betekenis. Nu er in verschillende internationale fora gesproken wordt over de politieke en economische noodzaak van een `Marshallplan' voor de Balkan na de Kosovo-oorlog, kan het geen kwaad de Duitse ervaringen met de DDR ter harte te nemen. Ten eerste heeft Duitsland geen geld om veel bij te dragen aan een Balkan-Marshallplan, ten tweede moet erkend worden dat er meer nodig is dan financiële hulp om een bodemloze put te dempen.