`Drastische afname kunstenaars in bijstand'

Na acht jaar vertrekt VVD-gemeenteraadslid Geert Dales als directeur van het Amsterdamse kunstfonds, dat onder meer kunstenaars van startstipendia en andere subsidies voorziet. ,,Beginnende kunstenaars verlaten de academies niet meer wereldvreemd,'' zegt hij.

,,Half kunstenland denkt dat ik al benoemd ben bij de Rietveld Academie'', zegt Geert Dales, die deze zomer vertrekt als directeur van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst in Amsterdam. Maar verleden week heeft hij laten weten ,,om redenen van persoonlijke aard'' de vertrekkende directeur van de Rietveld, Simon den Hartog, niet te willen opvolgen. ,,Ik ga mijn culturele profiel een beetje loslaten'', zegt hij. ,,Na acht jaar Fonds vond ik het genoeg. De rek is eruit, het wordt tijd voor iets anders.''

Sinds vorig jaar is Dales lid van de Amsterdamse Gemeenteraad voor de VVD, en sinds kort fractievoorzitter, met financiën, havens, sport en mediabeleid in zijn portefeuille. Dat is geen baan voor hele dagen. ,,De beslissing niet naar de Rietveld te gaan is nog heel vers. Ik weet nog niet hoe ik de rest van de tijd en mijn portemonnee zal gaan vullen. Ik had ook nog enkele andere opties, een paar projecten op tijdelijke basis. Ik zie wel wat er komt.''

De instelling of organisatie die Mr.dr. G.D. Dales (47) op projectmatige basis binnenhaalt, krijgt te maken met een veelzijdig man. Hij promoveerde in 1982 aan de Universiteit van Groningen op een onderwerp op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking, begon zijn carrière in de buitenlandse dienst, werkte voor de minister van ontwikkelingssamenwerking en voor de Europese Commissie. Midden jaren tachtig werd hij als diplomaat in Boedapest gestationeerd, waar hij pers- en culturele zaken deed. Door een cultureel uitwisselingsprogramma tussen Hongarije en Nederland en een Nederlandse culturele manifestatie in Boedapest kwam hij in 1986 in aanraking met de wereld van kunst en cultuur en `bleef er hangen'.

Terug in Nederland vroeg de toenmalige artistiek directeur van het Holland Festival, Ad 's Gravesande, hem als zakelijk leider, met als taak het Festival financieel weer op orde te krijgen, ,,een heel ingewikkelde managementsklus''. Sindsdien zit hij in allerlei besturen (onder andere van de VPRO) en in 1991 volgde de stap naar het Fonds voor Beeldende Kunsten. In de acht jaar van zijn directeurschap heeft het Fonds vele duizenden kunstenaars, vormgevers en architecten (start)subsidies gegeven, van reis- en werkbeurzen voorzien, publicaties tot stand helpen komen of hen anderszins geholpen, voor een bedrag van rond de 48 miljoen gulden per jaar. Op de KunstRai van 1 tot en met 6 juni aanstaande, presenteert het Fonds weer een kleine 150 kunstenaars die in 1997 en 1998 een startstipendium hebben ontvangen. Van alle proefballonnen die staatssecretaris van OCW Rick van der Ploeg (PvdA) sinds zijn aantreden heeft opgelaten, bevalt diens nadruk op `cultureel ondernemerschap' Dales het meest. ,,Het Fonds krijgt al enige tijd minder aanvragen voor startstipendia. Er is een trend onder beginnende kunstenaars om het eerst zelf proberen te rooien. Ze hebben bijbaantjes, zijn handig in het aantrekken van sponsors. Ze verlaten de academies niet meer wereldvreemd. Er is ook een drastische afname van het aantal kunstenaars dat van de bijstand leeft. Maar het moet ook niet doorslaan naar alleen maar economisch denken, het is goed dat de Raad voor Cultuur daar in zijn onlangs uitgebrachte advies op wijst.''

Voor het overige heeft hij zorgen over Van der Ploegs ideeën. Op de opiniepagina van deze krant schreef Dales in mei 1998 dat een bewindspersoon voor cultuur niet moet doen of cultuurpolitiek een hogere doelstelling dient, of het volk moet verheffen. ,,Er is nu een veel gevarieerder en toegankelijker cultureel leven dan ten tijde van de grote socialistische denkers'', zegt Dales. ,,Sinds minister Brinkman is er consensus ontstaan over de kernthema's van het cultuurbeleid: kwaliteit, pluriformiteit, een zo groot mogelijke deelneming van alle bevolkingsgroepen en een afstandelijke rol van de overheid. Van der Ploeg is het cultuurbeleid sterk aan het politiseren, terwijl daar geen enkele aanleiding voor is, het werkt allemaal uitstekend. Buitenlanders die hier komen, zijn altijd jaloers op ons systeem van decentralisatie en rechtstreekse betrokkenheid van het kunstenveld. Van der Ploeg doet heel oude wijn in nieuwe zakken.''

In een afgelopen donderdag aan de Tweede Kamer gezonden brief over de Fondsen meldt Van der Ploeg dat hij ieder fonds afzonderlijk een `aanschrijving' zal zenden, met daarin het expliciete verzoek een concreet actieplan te maken, waarin zijn prioriteiten en aandachtspunten (nadruk op jongeren, allochtonen en cultureel ondernemerschap) nader worden uitgewerkt. Dales: ,,Hij perkt de vrije beleidsruimte in die de fondsen de afgelopen tien jaar hadden. Het wordt wezenlijk anders, dat gaat een enorme onrust veroorzaken.'' Om er aan toe te voegen: ,,Anderzijds is het voor de kunstwereld misschien ook niet slecht eens wakkergeschud te worden, er heerst ook wel zelfgenoegzaamheid. Nadenken over de manier van omgaan met overheidsgeld hoeft niet negatief uit te pakken.''

Een VVD'er in kunstenland vinden sommigen vreemd. Dales: ,,Ik vind het eerder vreemd dat er niet meer kunstenaars op de VVD stemmen. De kunstwereld is doordrongen van het liberale gedachtengoed: de overheid die op afstand moet blijven, het nemen van je eigen verantwoordelijkheid.''

Dales lanceerde verleden jaar een tienpunten-plan voor kunst en cultuur, dat werd opgenomen in het programakkoord van VVD, PvdA, Groen Links en D66.

,,Daar is al veel van uitgevoerd. Er zijn investeringsbeslissingen genomen overhet Centrum voor nieuwe muziek, over de nieuwbouw van het Stedelijk Museum. Binnenkort over de Stadsschouwburg en het Instituut voor Beeldcultuur, als de keuze op Amsterdam valt. Ook voor het `opkrikken' van de Beurs van Berlage ligt een groot bedrag klaar en de nieuwbouw van de Openbare Bibliotheek kan worden uitgevoerd. We doen wat we de kiezer beloofd hebben. Je zult zien, dat levert in 2002 massaal stemmen van kunstenaars op.''