Dingen die u en ik niet gedaan zouden hebben

Het Amerikaanse Reliant Energy kocht het Utrechtse elektriciteitsbedrijf Una. De lokale politici waren blij met al het geld dat de verkoop opbracht. Later bekoelde dat wat, toen bleek dat Reliant misschien toch niet zo'n goede nieuwe baas zou zijn. Hoe denken ze op de thuismarkt van Reliant – Houston, Texas – over de handel en wandel van dit bedrijf?

`Wij verzamelen als donor jaarlijks 7.000 pints of blood. Dat is de grootste hoeveelheid bloed van werknemers uit een bedrijf in de hele Verenigde Staten.' Nog voor hem ook maar iets gevraagd is gaat Don Jordan (66), chairman van Reliant Energy, al in de aanval: ,,Ik denk dat wij het bedrijf zijn dat het meeste doet voor deze stad.''

Jordan (66) is getergd. Een opsomming van `goede werken' vanaf de 47ste verdieping van de Reliant-wolkenkrabber downtown Houston, moet aantonen dat het elektriciteitsbedrijf in de vierde stad van de Verenigde Staten een puike reputatie heeft. Reliant is in ieder geval zichtbaar in de stad: het Houston International Festival dat dezer dagen swingt in de prachtige parken rond de wolkenkrabbers in het centrum wordt nadrukkelijk door het bedrijf gesponsord. En stroom is van levensbelang voor de 4,5 miljoen inwoners van de loeiwarme stad, die leven van airco naar airco, en ondergronds zelfs tunnels hebben gegraven om de hitte te kunnen ontlopen.

Een paar blokken verder in het stadhuis levert burgemeester Lee Brown nog wat aanvullende bewijsvoering. Hoe de elektriciteitsvoorziening in zijn stad is geregeld, ontgaat hem volkomen, maar: ,,Reliant is een van de beste corporate citizens van deze stad.'' Bestuurders als Jordan zijn prominente leden van diverse sociale organisaties in de stad, zo laat de burgervader weten.

In de Verenigde Staten is reputatie alles. De provincies en steden in Noord-Holland en Utrecht die in maart hun elektriceitsproducent Una voor een recordbedrag van 4,5 miljard gulden aan de Texanen verkochten, spraken vol lof over het bedrijf waarmee ze in zee waren gegaan. Zonder dat de politici zelf diepgravend onderzoek hebben gedaan, waren ze ervan overtuigd dat ze de stroomproductie in beide provincies gerust aan Reliant konden overlaten. Zelfs de ondernemingsraad van Una keerde na een reisje richting Houston laaiend enthousiast terug, de werknemers van Reliant bleken erg tevreden.

Hoe zuur was het dan ook om vervolgens die naam te grabbel gegooid te zien worden door één enkele Amerikaan, de econonoom Greg Palast. Die kwam in Nederland over zijn slechte ervaringen met Reliant vertellen en de pers luisterde. Reliant zou vanuit het publieke standpunt gezien een van de slechtst geleide bedrijven in de VS zijn. ,,Dat hebben we in onze honderdjarige geschiedenis nog nooit meegemaakt'', zegt Jordan. En alles komt uit de kast om de geloofwaardigheid van `getuige' Palast aan te tasten: een rapportje van de juridische afdeling van Reliant maakt zelfs melding van vermeende seksuele uitspattingen van Palast tijdens een conferentie vorig jaar in Londen. Jordan: ,,Ik ben hier president sinds 1974 en wat er qua reputatie altijd uitspringt, is dat het bedrijf gezien wordt als eerzaam en vertrouwenwekkend.''

Toch is er in Texas wel degelijk ook kritiek op Reliant te horen bij toezichthouders, consumentenorganisaties en de pers. Zo was een kerncentrale, het South Texas Project (STP), het mikpunt van ernstige beschuldigingen. Reliant nam voor ruim 30 procent deel in deze centrale in de buurt van Bay City en voerde het management. In 1986 oordeelde de Public Utility Commission (PUC) die in Texas toezicht houdt op de nutsbedrijven dat een deel (ruim een miljard dollar) van de grootscheepse kostenoverschrijdingen toegeschreven moesten worden aan ,,onvoorzichtigheid van het management''.

Jordan is fel: ,,Het was een buitengewoon moeilijk project, er is in die periode geen dag geweest dat ik er niet aan heb gedacht. Na de oliecrisis mochten er een tijdlang geen centrales op gas meer gebouwd worden en moesten producenten wel op kolen of kernenergie overstappen. Vervolgens stegen inflatie en rente tot recordhoogte, waardoor het steeds duurder werd te financieren. Bovendien veranderden de toezichthouders tijdens de constructie de regels, zodat de bouw opnieuw moest beginnen.''

Toen de centrale eenmaal functioneerde, bleken de problemen niet verdwenen: in 1992 werden twee veiligheidsfunctionarissen ontslagen. Volgens Reliant als onderdeel van een grotere reorganisatie, volgens de twee mannen omdat ze hun zorgen hadden geuit over de veiligheid van de kerncentrale. Een arbeidsrechter stelde de twee werknemers in het gelijk: hun ontslag ,,was ingegeven door een verlangen een eind te maken aan hun zorgen over, en kritiek op [...] managementsbeslissingen'', aldus de rechter. Reliant geeft toe deze civiele zaak verloren te hebben, maar strafrechtelijk is er nooit een vervolg aan gegeven. De veiligheidsproblemen bij het South Texas Project culmineerden in 1993 toen de kerncentrale op last van de Federale nucleaire toezichthouder NRC voor 14 maanden gesloten werd. ,,Dat gebeurt wel vaker'', zegt Steve Letbetter, die op 1 juni Don Jordan als hoogste baas zal opvolgen. Hoewel Letbetter ontkent dat er van echte veiligheidsproblemen sprake was, concludeerde de NRC dat ze van dien aard waren dat er een risico bestond van vrijkomen van radioactief materiaal. Inmiddels, in 1997, heeft Reliant het bewind over de kerncentrale overgedragen aan een onafhankelijk management. ,,Ze zijn er vanaf gehaald'', luidt de versie van mede-eigenaars. ,,Niets van waar'', zegt Jordan, ,,wij voerden het management, terwijl de andere eigenaars achterover konden leunen en kritiek leveren. I didn't like that.''

Drie uur rijden van Houston ligt in een fraai heuvellandschap de Texaanse hoofdstad Austin. Behalve de regering, zijn hier ook alle toezichthouders gevestigd. Ondanks de woorden van Letbetter en Jordan denkt Steve Neinast, beleidsdirecteur bij toezichthouder PUC, dat er meer aan de hand is geweest: ,,Ik twijfel er niet aan dat er niet alleen verkeerde beslissingen genomen zijn, maar ook kwalijke beslissingen. Dingen die u en ik niet gedaan zouden hebben.''

Neinast heeft er wel een verklaring voor: ,,Waarschijnlijk is men op enig moment tot de conclusie gekomen dat de centrale veel te veel gekost had om nog rendabel te kunnen draaien. Dan kun je twee dingen doen: of je sluit de centrale of je gaat door, maar tegen zo laag mogelijke kosten. Als je dat laatste doet dan roep je veiligheidsproblemen over je af.''

Waar de reputatie van Reliant met betrekking tot kernenergie op zijn minst twijfelachtig genoemd kan worden, op het gebied van milieu presteert het bedrijf goed. De emissie van giftige stoffen door de centrales van Reliant is in absolute cijfers wel hoog, relatief valt het mee. Zo heeft het bedrijf nauwelijks last van grandfathered plants, verouderde centrales die niet meer aan de milieunormen voldoen en daarvoor dispensatie krijgen.

Dan Eden van de Texas Natural Resource Conservation Commission (TNRCC), de milieutoezichthouder, noemt Reliant zelfs ,,pro-actief'' in de bestrijding van het milieuprobleem. ,,Houston heeft wel een groot ozonprobleem, maar dat is slechts voor een deel veroorzaakt door de centrales. Houston is een grote stad met veel chemische industrie'', aldus Eden.

Wie in Houston op straat vraagt naar Reliant, ontmoet vooral onverschilligheid. Wel herinnert iedereen zich de hittegolf vorige zomer, toen een maand lang extreem hoge temperaturen werden gemeten. In de meeste huizen stond de airco vol te blazen, waardoor de elektriciteitsrekeningen soms verdrievoudigden. Carol Biedrzycki van een consumentenorganisatie in Austin kan nu nog kwaad worden: ,,Terwijl er beloofd was dat mensen met lage inkomens die niet konden betalen niet afgesloten zouden worden, stuurden ze wel nota's waarin met afsluiting werd gedreigd. Ik ben twee weken lang dag en nacht bezig geweest dat tegen te houden. They're real tough!'' Ook collega Janee Briesemeister van de Consumers Union vindt Reliant ,,minder consumentvriendelijk'' dan andere grote elektriciteitsbedrijven in Texas, zoals Texas Utilities. Dat is het moederbedrijf van het Britse Eastern dat in Nederland ook in de race was om Una, maar net te kort kwam.

Reliant erkent tijdens de hittegolf in de fout te zijn gegaan: ,,We dachten dat mensen voldoende geïnformeerd zouden zijn over financiële hulpprogramma's van de overheid waarmee ze hun rekeningen konden betalen'', zegt communicatiedirecteur Bob Waldrop. ,,Dat bleek echter niet zo te zijn. We hebben mensen bang gemaakt.'' Reliant trok de nota's in en zorgde voor een mogelijkheid tot gespreide betaling. Voor de klanten met de laagste inkomens werd een emergency relief fonds van 5 miljoen dollar in het leven geroepen, een actie waarvoor ze een goede pers kregen. ,,So clever'', zegt Steve Neinast van toezichthouder PUC in Austin: ,,Die 5 miljoen betalen ze niet uit eigen zak. Die tellen ze gewoon op bij hun onrendabele investeringen en komen uiteindelijk weer bij de betalers van elektriciteitsrekeningen terecht.''