De wereld volgens Huntington

In de Volkskrant van 20 maart jl. stond een artikel van de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington, die met zijn theorie over de `Clash of Civilizations' brede bekendheid heeft verworven. Dit stuk, dat kennelijk is gebaseerd op een bijdrage van Huntington aan Foreign Affairs (Vol. 78, Nr. 2), draagt als titel `De vereenzaming van de supermacht' en gaat over de veranderende plaats van de Verenigde Staten in de wereldpolitiek. Het bevat zowel analyses als aanbevelingen en, zoals het hoort, gaan de eerste aan de laatste vooraf.

Huntingtons stuk begint als volgt: ,,Er is op dit moment één supermacht. Maar dit wil niet zeggen dat we in een unipolaire wereld leven. Een unipolair systeem kent één supermacht, geen andere grote machten en een groot aantal kleine machten.'' Wie dit leest, zal zich afvragen: heeft zo'n wereld ooit bestaan? Wanneer kenden wij een wereld zonder enige andere grote macht dan die ene supermacht? Daar kan men zich niet direct iets bij voorstellen, maar volgens Huntington bestond die situatie zelfs kort geleden nog. ,,Aan het einde van de Koude Oorlog'', zo schrijft hij, ,,bestond er een unipolaire situatie.'' Dat is dus een situatie zonder andere `grote machten' dan de supermacht Amerika. Aangezien landen als Rusland, China en Japan ook toen al bestonden, moeten wij aannemen dat dit volgens Huntington geen grote machten zijn of, althans, dat zij dat toen niet waren. Dat het laatste bedoeld is, blijkt uit het vervolg.

In de wereldpolitiek, zo lezen wij verder, konden tot nu toe drie modellen worden onderscheiden: 1) het al genoemde unipolaire systeem aan het eind van de Koude Oorlog; 2) het bipolaire systeem tijdens de Koude Oorlog en 3) het sinds eeuwen uit de Europese politiek bekende multipolaire systeem. De huidige situatie past in geen van deze modellen en om haar te typeren introduceert Huntington daarom het begrip `uni-multipolair systeem'. Dit systeem is `een mengvorm' met aan de top één supermacht en op het tweede niveau enkele `grote machten'. Deze grote machten worden elders ook wel `grote regionale machten' genoemd. Hiernaast bestaat nog een derde niveau met `secundaire regionale machten'. Dat het tertiaire niveau bestaat uit secundaire machten, klinkt een beetje vreemd, maar laten wij ons niet overgeven aan linguïstische fijnslijperij en bezien wie die `grote (regionale) machten van het tweede niveau' zijn. Dat zijn: ,,het Duits-Franse condominium in Europa, Rusland in Eurazië, China en (in potentie) Japan in Oost-Azië, India in Zuid-Azië, Iran in Zuid-West-Azië, Brazilië in Latijns-Amerika en Zuid-Afrika en Nigeria in Afrika.''

Daar kijk je wel even van op! Bestaat er inderdaad een `Duits-Frans condominium?' En, als het al bestaat, kun je zo'n samenwerkingsverband dan vergelijken met soevereine staten, zoals die andere machten? Waarom is Japan alleen `in potentie' een regionale macht en zijn India en Iran dat in de praktijk? Kan men aan een indeling in wereldmachten die China, Japan en Rusland in dezelfde categorie plaatst als Iran en Nigeria überhaupt enige betekenis toekennen? Nog vreemder wordt het als men Japan vervolgens ook weer aantreft onder de `secundaire regionale machten', nu dus niet op het tweede maar op het derde niveau, maar dan alleen `in combinatie met' – bedoeld zal wel zijn `in relatie tot', zoals ook in het stuk in Foreign Affairs staat – China!

Deze indeling van de wereldmachten lijkt enigszins op de indeling van het dierenrijk volgens een Chinese encyclopedie, die de dieren onderscheidde in: ,,a. dieren van de keizer, b. gebalsemde dieren, c. tamme dieren, d. speenvarkens, e. sirenen, f. fabelachtige dieren, g. honden die in vrijheid leven, h. dieren die zijn opgenomen in deze indeling, i. dieren die als gekken tekeer gaan, j. ontelbare dieren, k. dieren die met een zeer fijn penseel van kameelhaar zijn getekend, l. et cetera, m. dieren die net een kruik hebben gebroken, n. dieren die van verre op vliegen lijken.'' Minstens even eigenaardig is de gedachte dat volgens Huntington deze situatie ,,aan het eind van de Koude Oorlog'' niet bestond, want toen was er immers een `unipolaire situatie', dus een systeem zonder andere grote machten dan de supermacht Amerika. Aangezien Japan, China, India, Brazilië et cetera toen ook al bestonden, moeten wij wel aannemen dat zij toen minder machtig waren? Maar wat is er dan de laatste tien jaar in die landen gebeurd, dat dit verschil kan verklaren?

Inmiddels zijn wij volgens Huntington na het kortstondige unipolaire systeem van 1989 en het kennelijk al even kortstondige uni-multipolaire systeem van nu, al weer op weg naar een andere en in zekere zin een meer vertrouwde situatie, namelijk naar een multipolaire wereld. In deze wereld zal Amerika geen supermacht meer zijn, maar slechts een uit een aantal grote machten. In die nieuwe situatie zal Amerika het moeten hebben van samenwerking met andere, liefst cultureel verwante landen. Dat wil in de praktijk dus zeggen: met Europa. Dat is een verstandig, zij het bepaald geen origineel advies. Wel kan men zich afvragen hoe het precies met de rol van de cultuur in deze zit. Groot-Brittannië en Frankrijk delen immers ook volgens Huntington hetzelfde cultuurgoed als Amerika. Toch zijn zij, alweer volgens Huntington, respectievelijk pro- en anti-Amerikaans. Zij hebben dus dezelfde cultuur, maar voeren een tegengestelde politiek. Evenmin is duidelijk waarom Frankrijk en Rusland op grond van hun culturele verschillen, zoals Huntington zegt, ,,geen doeltreffende coalitie'' kunnen vormen. De Frans-Russische alliantie heeft meer dan twintig jaar bestaan, namelijk van 1894 tot 1917, toen Rusland in elkaar stortte, en wat je er verder ook van kunt denken, cultuurverschil heeft die alliantie niet ten onder doen gaan. De Franse en Duitse cultuur waren meer met elkaar verwant dan de Franse en de Russische, maar dat heeft niet verhinderd dat Frankrijk en Rusland tot twee keer toe samen oorlog voerden tegen Duitsland.

Waar Huntington voor waarschuwt, is een overschatting van de Amerikaanse macht en de neiging de rol van wereldpolitieagent te willen spelen. Dat is natuurlijk een wijs advies, maar in de praktijk is het moeilijk de juiste middenweg te kiezen. Als Amerika te weinig doet, krijgt het het verwijt van isolationisme; als het zich met te veel dingen bemoeit, van interventionisme. Vroeger werd dit laatste wel aangeduid als het streven naar een Pax Americana, een begrip dat een verwijzing inhoudt naar de Pax Britannica van de negentiende eeuw.

Deze Pax Britannica, de Engelse dominantie dus, werd gerealiseerd in een multipolaire wereld met Groot-Brittannië als de sterkste, maar beslist niet als de enige grote macht. Het voorbeeld van de Pax Britannica laat zien dat ook in een multipolaire wereld de sterkste zijn wil aan de andere machten kan opleggen. Het illustreert daarmee tevens de beperkte betekenis van Huntingtons modellenbouw.