De Scholle

Ooit lag er tussen Hardenberg en Almelo een groot hoogveengebied. Er is nog een klein stukje van over dat enigzins een indruk kan geven hoe het er vroeger uitzag, de Engberdijksvenen. Het afgraven van het veen heeft een kleine honderd jaar geduurd en ook mijn grootvader van moeders kant heeft een groot deel van zijn leven in `het veld' gewerkt.

De turf die men hier won werd door turfschippers afgevoerd via het Overijsselsch Kanaal. Op dit kanaal kwam een aantal zijkanalen uit, de zogenaamde wijken, wiek'ng in het plaatselijke dialect, die uitsluitend voor de ontginning van het veen waren gegraven. In mijn jeugd waren er nog enkele van deze wijken over. De meeste half dichtgegroeid, elzen- en wilgenbosjes langs de kant. In een van deze wijken, de Fortwieke, heeft vader mij en mijn broers leren zwemmen. We moesten over het land van boer Ehrens om bij dat paradijselijke plekje te komen. Ik voel nog mijn voeten wegzakken in de zachte, warme modder. `Kom, wees maar niet bang, ik vang je wel op.'

De meeste zijkanaaltjes waren al afgedamd maar in sommige lag nog een `scholle' als oeververbinding. Een drijvende houten brug die, wanneer er een schip door moest, opzij werd gevaren.

Het vlotgedeelte scharnierde aan één kant met een ring rond een paal. Ook in het Overijsselsch Kanaal lag nog een scholle vlakbij `Het Punt' en verder een in het Zwolse Kanaal bij de Twist, even voorbij Sluis Vijf waar de boerderij van mijn grootvader stond. Deze laatste brug lag vrij diep en het was spannend om te zien hoe zo'n ouderwetse boerenkiepkar met een paard ervoor, luid roffelend, de overkant probeerde te bereiken. Vaak renden er mannen mee, het paard aan het hoofdstel meevoerend, om het hele zaakje weer op de zandweg te krijgen.

Ergens in de jaren vijftig zijn al deze schollen vervangen door dammen of bruggen. Ik heb verschillende beheerders van vaarwegen gesproken maar niet kunnen achterhalen of er ergens nog een vlotbrug van dit type bewaard is gebleven. Misschien zijn er lezers die nog ergens in een doodlopend zijkanaal een vergeten exemplaar weten te liggen.

Er zijn nog wel enkele drijvende bruggen te vinden in het Noord-Hollandsch Kanaal: Sint Maartensvlotbrug, Burgervlotbrug en een vlotbrug bij Koedijk even boven Alkmaar. De laatste is zoveel mogelijk in oude staat hersteld en is alleen voor fietsers en voetgangers bestemd. De andere twee zijn van extra drijfvermogen voorzien en ook geschikt voor het autoverkeer. Ze vormen het restant van zestien van deze bruggen die in het begin van de vorige eeuw in het Noord-Hollandsch Kanaal zijn gebouwd. Het zijn geen scharnierende vlotten maar elke brug bestaat uit twee `landhoofden', op elke oever een, twee scharnierende koebruggen om verschillen in waterhoogte op te vangen, twee kleppen, zoals we die ook bij een veerpont kennen en daaronder twee vlotten. Deze vlotten werden vroeger door middel van lieren naar en van elkaar gevaren. Het is opmerkelijk dat deze erfstukken uit een ver verleden nog steeds in de vaart zijn. Ze worden echter niet meer door twee brugwachters bediend maar elektrisch vanuit een centraal punt en met behulp van camera's.