De Euro-parlementariërs wilden niet met zich laten sollen

De afwijzing door het Europees Parlement van een nieuw salarissysteem was niet alleen een kwestie van geld, maar vooral van zelfbewustzijn.

Het Europees Parlement had gisteren nog maar amper een nieuwe salarisregeling onmogelijk gemaakt, of de leden spuwden hun gal in de gangen van het Straatsburgse parlementsgebouw. Hun ergernis gold vooral de ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten van de Europese Unie. ,,Die poogden een machtsgreep te doen'', oordeelde de PvdA-Europarlementariër Alman Metten.

De afwijzing, gisteren, door het Europees Parlement van een nieuw salaris- en onkostensysteem waarbij iedereen ƒ12.500 bruto per maand verdient, ging dan ook niet alleen over geld. Het zelfbewustzijn van het parlement, dat eerder de Europese Commissie tot aftreden dwong, stond op het spel. Dat de 15 ministers van de Europese Unie twee weken geleden een salarisvoorstel hadden gedaan dat sterk afweek van een eigen parlementair voorstel; dat diezelfde ministers hun voorstel vlak voor de Europese verkiezingen aangenomen wilden krijgen; en dat ze ook nog eens dreigden dat bij afwijzing van hun plan de reputatie van het parlement schade zou oplopen; dat alles was voor de meeste parlementsleden onverteerbaar.

De delegatieleidster van de PvdA in het parlement, Hedy d'Ancona, dacht er gisteren dan ook niet anders over dan Metten. Ze verweet de ministers maanden te hebben verdaan met het opstellen van een salarisregeling, en vervolgens te willen dat het resultaat ,,op het laatste moment door het parlement wordt gejast''. De PvdA-ers wilden met name de overgangsregeling terug die de ministers uit het parlementaire voorstel hadden geschrapt. Die moest voorkomen dat de huidige parlementariërs die na de verkiezingen van juni terugkeren, een inkomensverlies van soms duizenden guldens per maand moeten incasseren.

,,De Raad van Ministers heeft geen respect getoond voor verworven rechten door geen overgangsregeling te aanvaarden'', zei ook de leidster van de Nederlandse CDA-delegatie Hanja Maij-Weggen. Daarnaast was ze verontwaardigd over de bureaukosten die volgens het ministerieel voorstel met bonnetjes gedeclareerd moeten worden. De christen-democratische verontwaardiging was groter dan bij de Nederlandse socialisten, die naar een compromis hadden gezocht. Maar die vormden een minderheid binnen de Europese socialistische fractie.

Zo schoven gistermiddag kort na de stemming Franse socialistische Europarlementariërs aan voor de dis in een zaaltje in het clubgebouw van de Association des Parlementaires. Tussen een hap en een slok vlogen de verontwaardigde uitroepen door de lucht. Waar de Raad van Ministers de brutaliteit vandaan haalde om parlementariërs te dwingen zich te verantwoorden voor de kosten van iedere paperclip! ,,Het wordt onleefbaar als we iedere postzegel moeten declareren'', zei Europarlementariër Pervenche Berès die vast wilde houden aan een forfaitaire vergoeding voor bureaukosten.

Hoe kwamen de ministers erbij om te proberen de waardigheid van de Europarlementariër aan te tasten door een regeling op te dringen die afweek van wat het Europees Parlement zelf wenste, vroeg de Waalse socialist Claude Desama zich af. Hij begreep dat zijn Nederlandse collega's zich achtervolgd voelden door journalisten. ,,Ze denken dat de pers hun het hoofd afhakt. Maar dat is geen reden om deze regeling van de ministers te aanvaarden'', betoogde hij.

De Italiaanse socialist Roberto Barzanti, lid van de juridische commissie die als eerste het voorstel van de ministers met kritiek had overladen, maakte duidelijk dat het voor hem geen probleem was om er in salaris op achteruit te gaan. ,,Maar er moet een gelijke behandeling van alle parlementsleden worden bereikt en een absolute duidelijkheid'', voegde hij eraan toe.

Hij doelde op de mogelijkheid die de nationale lidstaten willen openlaten voor extra nationale belastingen op de salarissen van de parlementariërs. Deze regeling hadden de EU-ministers bedacht om aan het Deense bezwaar tegemoet te komen dat Deense Europarlementariërs netto meer zouden gaan verdienen dan hun collega's in het Deense parlement. Vervolgens toonden ook de Zweden en de Finnen belangstelling voor deze uitzonderingsregel. Daarna wilden Groot-Brittannië en Frankrijk niet achterblijven. Vervolgens dreigde Duitsland het akkoord van de ministers te torpederen wegens al die uitzonderingen.

Over de gevolgen voor de Europese verkiezingen van juni maakten maar weinig Europarlementariërs zich druk. In Nederland en Scandinavië mogen de inkomens- en onkostenvergoedingen van de Europarlementariërs dan een zeer actueel thema zijn, in andere landen leidt het tot weinig opwinding.

Ook de Nederlandse CDAster Maij-Weggen zei gisteren de Europese verkiezingen niet te vrezen. Ze is niet bezorgd of de opkomst van kiezers laag zal zijn. ,,Ik kijk daar niet naar. Ik kijk alleen naar de opkomst van CDA-ers'', zei zij. ,,Ik laat mij niet vlak voor de verkiezingen door de Raad van Ministers chanteren om met een regeling akkoord te gaan.'' Ze zei ook een soberder salaris en onkostenregeling voor uitsluitend Nederlandse Europarlementariërs niet te willen overwegen. De PvdA en GroenLinks hebben al een eigen regeling die soberder is dan het systeem van het Europees Parlement.

In koor betoogden gisteren Europarlementariërs dat zij de deur voor de Raad van Ministers niet dichtgegooid hebben. Als de ministers dat willen, dan is het parlement bereid om snel over een compromis te praten en desnoods nog voor de verkiezingen een extra plenaire vergadering te beleggen om daarover te stemmen. Maar of het nu Maij-Weggen was of de socialistische fractievoorzitster Pauline Green, allen maakten duidelijk dat de Europarlementariërs zich niet de les willen laten lezen.

Alleen kleinere fracties als de liberalen en de groenen betreurden het ronduit dat de zaak voorlopig is vastgelopen. Jan-Kees Wiebenga (VVD), was teleurgesteld dat een liberaal/groen compromisvoorstel dat voorzag in een overgangsregeling én extra nationale belastingen, gisteren niet eens in stemming was gekomen. Joost Lagendijk (GroenLinks) zei dat het voor het parlement kiezen was geweest tussen een half ei en een lege dop. ,,Er is gekozen voor een lege dop.''