De boel bij elkaar houden

Wijlen PvdA-leider Den Uyl en zijn partijgenoot H. Vredeling (beiden kinderen van de Doleantie, 1886) mochten graag een wedstrijd `wie kent de meeste psalmen uit het hoofd' houden. Het onlangs overleden oud-VVD-Kamerlid T. Joekes citeerde Shakespeare dat het een lieve lust was. Zij waren een verademing temidden van Kamerleden die doorgaans maar een enkele dichtregel kennen: Want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren (Elsschot). Historisch inzicht en daar lering uittreken, blijkt evenmin gemeengoed onder politici. Neem CDA-fractievoorzitter J. de Hoop Scheffer die in Elsevier zegt: ,,Het CDA moet een actiepartij worden.'' Begin jaren '70 lanceerde toenmalig PvdA-voorzitter A. van der Louw het idee van de `partij-in-actie'. Actiegroepen verdrongen zich voor de poorten van de Amsterdamse Tesselschadestraat waar het partijbureau toen was gevestigd, en vonden steevast een gewillig oor bij de aanhangers van de actiepartij. Ogenschijnlijk legde dit de PvdA geen windeieren maar er gebeurde ook wat anders: ,,de PvdA bleek in de jaren zestig en zeventig weliswaar bij machte om al deze nieuwe `bewegingen' in ieder geval ten dele een politiek onderdak te bieden, maar (was) niet in staat hun eisen te integreren tot een samenhangend geheel. Organisatorisch werd de PvdA aldus steeds meer tot een verzameling van deelgroepen (...)'', aldus Bart Tromp in de bundel `Tekens in de Tijd' (1984). De Hoop Scheffer zij gewaarschuwd. In het interview veegt hij de vloer aan met het ooit door het CDA geadoreerde middenveld en wil hij af van het primaat van de politiek. ,,We leven in de moderne netwerksamenleving, en niemand mag meer denken dat je iets definitiefs kunt regelen door de Tweede Kamer een wet te laten aannemen.'' Voor hen die geen deel uitmaken van enig netwerk (veel ouderen, bijstandsmoeders, werklozen) heeft de voorman der christen-democraten bar weinig in petto.

Zijn partijgenoot en scheidend directeur van het wetenschappelijk instituut van het CDA, J. van Gennip, kondigt in HP/De Tijd een debat aan over de vraag hoe in de hedendaagse geërodeerde samenleving ,,gezamenlijke waarden worden geaccepteerd en doorleefd'' – om met Den Uyl te spreken: ,,hoe houd je de boel bij elkaar.'' Van Gennip ontwaart in de samenleving ,,een soort verlamming, waarin bijvorbeeld wordt geaccepteerd dat staatssecretaris Van der Ploeg het hele omroepbestel op z'n kop zet (...)'' Dat haalt je de koekoek: de verlamming waarover Van Gennip spreekt is niet in de laatste plaats het gevolg van het feit dat in het door velen zo bejubelde poldermodel kritek niet meer gehoord wordt, danwel meesmuilend wordt afgedaan. Politici zeggen `sorry' en gaan over tot de orde van de dag. Waar deze CDA-wetenschapper zich zorgen over zou moeten maken is het moment waarop niet alleen de toch al minder bedeelden (die zich al steeds minder vertegenwoordigd voelen) maar ook het weldenkend deel der natie in groten getale zegt `dit pikken wij niet meer' en en masse wegblijft bij verkiezingen.

De boel bij elkaar houden - de partijleiding van de Duitse Groenen mag dat volgende week proberen wanneer het partijcongres bijeenkomt om zich te buigen over Kosovo. Joschka Fischer zal alle wapenen in de strijd moeten gooien om de pacifisten binnenboord te houden en de afdeling Noord-Hessen (,,Fischer moet binnen tien dagen de aanvallen beëindigen'') te apaiseren, aldus HP/De Tijd.

De Groene Amsterdammer laat het oud-CPN Kamerlid Marcus Bakker uitgebreid aan het woord. Die hield op zijn manier jarenlang de boel bijelkaar, waarbij de elementaire regels van fatsoen duchtig werden geschonden. Sinds 1989 heeft Bakker ,,diepe minachting voor al die lieden die daarginds aan het bewind geweest waren en deze smerige streken hadden uitgehaald'', zo zegt hij. Op hun manier hebben `die lieden' veertig jaar de boel bijelkaar gehouden – en op zijn manier heeft Marcus Bakker daar een forse steen aan bijgedragen.