Congres VS stuurloos in Kosovo-crisis

De luchtoorlog tegen Joegoslavië zaait verwarring in het Amerikaanse Congres. Republikeinen distantiëren zich van `Clintons oorlog'.

Verdeeld, stuurloos en handenwringend volgt het Amerikaanse Congres de luchtoorlog van de NAVO tegen Joegoslavië. De eerste twee Amerikaanse militairen zijn dinsdag gesneuveld, de luchtaanvallen worden verder opgevoerd en de roep om een diplomatieke uitweg uit het conflict groeit. Maar Capitol Hill staat langs de lijn, al sinds de luchtaanvallen op 24 maart begonnen.

Voor veel Republikeinse Congresleden die een paar maanden geleden nog ijverden voor de afzetting van Bill Clinton, is het moeilijk om de president nu in een oorlog te volgen. Ze vertrouwen hem niet, ze hebben geen respect voor hem, ze betwijfelen of er in Kosovo een nationaal belang op het spel staat.

Neem Trent Lott, die als leider van de Republikeinse meerderheid in de Senaat een belangrijke rol had kunnen spelen in het Amerikaanse beleid. Maar Lott wil zo min mogelijk te maken hebben met het deze oorlog. De verantwoordelijkheid daarvoor laat hij graag aan de president, zodat hij altijd kan zeggen dat het `Clintons oorlog' was als het verkeerd afloopt. Een klein jaar geleden nog zei Lott ferm dat Amerika en de NAVO ,,niet lijdzaam kunnen toezien terwijl er etnische zuivering en slachtpartijen aan de gang zijn''. Nu is hij tegen de bombardementen, omdat ,,de vrede een kans moet krijgen''.

Niet dat Lott zijn positie benut om zich werkelijk in te spannen voor stopzetting van de oorlog. Liever dan zijn nek uit te steken, beperkt hij zich ertoe om omstreden resoluties en stemmingen over de oorlog buiten de Senaat te houden. Deze week voorkwam hij dat hij en zijn collega's zich moesten uitspreken over een voorstel – van het Republikeinse buitenbeentje John McCain – om de president ,,alle noodzakelijke middelen'' te geven, dus ook grondtroepen, om de oorlog te winnen.

Lott en zijn geestverwanten betalen wel een prijs voor hun opstelling. Commentatoren en critici, ook binnen hun eigen partij, verwijten hen lafheid, appeasement-politiek en isolationanisme. De Republikeinse leiders zouden hun verantwoordelijkheid uit de weg gaan en meer aandacht hebben voor de Amerikaanse verkiezingen in het jaar 2000 dan voor de humanitaire nachtmerrie die zich voltrekt in Joegoslavië.

Maar opiniepeilingen geven aan dat er bij de conservatieve achterban van de Republikeinen ook grote weerstand tegen de oorlog bestaat. Niet voor niets ontpopten enkele van de meest rechtse Republikeinen, onder wie Afgevaardigde Tom Delay, tweede man in het Huis van Afgevaardigden, zich dit weekeinde tot supporters van Jesse Jackson Jr. toen deze onderhandelingen met Miloševic bepleitte.

De kleine groep Republikeinen die vergeefs probeert om in het Congres steun te winnen voor de oorlog van de NAVO, wordt aangevoerd door John McCain. Bitter beklaagt McCain zich niet alleen over president Clinton, die de oorlog naar zijn smaak veel te halfhartig voert, maar ook over zijn partijgenoten, die de president maar laten aanmodderen. De voormalig piloot van de marine, die in de Vietnam-oorlog bijna zes jaar in een Noordvietnamese gevangenis zat, verwijt zijn collega's dat ze ,,Amerikaanse piloten hun leven op het spel laten zetten voor een zaak waarvoor wij onze carrière niet willen riskeren''. Overigens is McCain met zijn uitgesproken opvattingen voortdurend in het nieuws, wat zijn carrière geen kwaad doet: hij is kandidaat voor de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen in 2000.

McCains pleidooi om de oorlog intensiever te voeren, eventueel met grondtroepen, kreeg in de Senaat steun van de Democraat Joe Biden en door Republikeinse internationalisten als Richard Lugar en Chuck Hagel. Maar het verzet in beide partijen was te groot. De Democratische senator Barbara Boxer waarschuwde zelfs dat ,,alle noodzakelijke middelen'' betekende dat Clinton ook chemische, biologische en nucleaire wapens zou kunnen inzetten. En verschillende Republikeinen zeiden dat ze Clinton geen ,,blanko cheque'' wilden geven. Een grote meerderheid besloot het voorstel maar helemaal niet in stemming te brengen.

In het Huis van Afgevaardigden, waar de Republikeinen ook de meerderheid hebben, zijn de bedenkingen tegen de oorlog nog groter. Vorige week haalde zelfs een symbolische motie van steun voor de luchtaanvallen het niet: de stemmen staakten. Maar ook een voorstel om een eind te maken aan de Amerikaanse deelname kreeg geen meerderheid. ,,Ze zijn niet voor terugtrekking, maar ze willen ook niet de verantwoordelijkheid dragen voor blijven'', hoonde een Democraat. En ondanks alle bezwaren tegen de oorlog zal het Huis vandaag naar verwachting wel weer een extra bedrag van enkele miljarden dollars voor de operatie uittrekken. Op die manier kunnen de Republikeinse Afgevaardigden achteraf zowel voorstander als tegenstanders van de oorlog zijn geweest.

De verwarring en stuurloosheid wordt versterkt doordat de voorzitter van het Huis geen krachtige figuur is. Dennis Hastert, die vorig jaar Newt Gingrich opvolgde toen diens beoogde plaatsvervanger Livingstone plotseling opstapte wegens een seksschandaal, laat wel erg veel op zijn beloop. Hij stemde voor steun aan de luchtaanvallen, maar deed geen moeite anderen voor zijn standpunt te winnen.

President Clinton heeft op zijn beurt weinig moeite gedaan om het Congres achter zich te krijgen. Gisteren nog toonde hij dat de minachting wederzijds is. Tegenover NBC News verklaarde hij dat het ontbreken van steun van het Congres voor de oorlog hem koud laat. Het Amerikaanse volk zou beter dan het Congres begrijpen waarom de NAVO en de VS in Kosovo niet afzijdig kunnen blijven.

Peilingen geven inderdaad aan dat een meerderheid van de Amerikanen (zo'n zestig procent) de luchtaanvallen steunt, al bestaat voor de inzet van grondtroepen geen meerderheid. Toch is de opstelling van het Congres voor Clinton een reden tot grote zorg. De opstelling van het Huis van Afgevaardigden komt dicht in de buurt van een motie van wantrouwen. En als de oorlog nog lang duurt, zal de president alle steun kunnen gebruiken om zijn geloofwaardigheid tegenover zijn NAVO-partners en Miloševic niet te verliezen.

De echte vraag in het Congres is niet of interventionisten dan wel isolationisten de overhand hebben, stelde deze week de conservatieve columnist William Safire in The New York Times. ,,De centrale vraag is: vertrouwen we deze president om met alle noodzakelijke militaire macht om het beginsel veilig te stellen dat geen land een ongewenst volk kan verdrijven? Het antwoord is nee.'' De terughoudendheid van de Republikeinen om zich achter de oorlog te scharen, komt volgens Safire voort uit de overtuiging dat Clinton niet oorlog voert om te winnen, maar alleen om Miloševic met Russische hulp tot een schikking te bewegen. Om ,,een compromis met misdadigheid'' te sluiten.