Canadese banken thuismarkt ontgroeid

De Canadese regering verbood eind vorig jaar fusieplannen van grote Canadese banken. Intussen wordt de buitenlandse concurrentie steeds sterker. Maar in Canada is `heulen' met bankdirecteuren nu eenmaal politieke zelfmoord.

Langzaam aan proberen de Canadese commerciële banken de draad weer op te pakken. Eind vorig jaar werden twee voorgenomen mammoetfusies tussen vier van de `Grote Vijf' banken in Canada door de regering verboden – tegen de internationale trend in. Sindsdien zitten de meeste van hen er wat bedrukt bij, en weet niemand precies hoe het verder moet.

De banken zijn Canada ontgroeid, maar blijven te klein voor de internationale markt. De meeste banken in Canada hebben een flinke klap gehad door de gedwongen verbreking van hun verlovingen. Ze zagen hun marktwaarde twintig tot veertig procent teruglopen sinds recordhoogtes in april vorig jaar. Toen hadden de Toronto-Dominion Bank en de Canadian Imperial Bank of Commerce (CIBC) net hun fusieplan aangekondigd, in navolging van de Royal Bank of Canada en de Bank van Montréal. Alleen de Bank van Nova Scotia was buiten de paringsdans gebleven.

Op herstel van aandelenprijzen valt volgens analisten voorlopig niet te rekenen, want zonder samen te gaan hebben de banken geen uitzicht op verbetering van hun winstmarges. De fusies hadden schaalvoordelen moeten opleveren, die de banken in staat hadden moeten stellen het tempo bij te houden van hun grotere rivalen in het buitenland. Daar gaat de consolidatiegolf in het bankwezen onverminderd verder, zodat Canadese banken te maken krijgen met steeds efficiëntere en kapitaalkrachtigere concurrenten.

,,De Canadese banken zijn gedegradeerd tot toeschouwers van de bankconsolidatie in de wereld'', zegt Nigel Heath, analist bij Dominion Bond Rating Service in Toronto. ,,Terwijl banken overal ter wereld fuseren en groter worden, worden de Canadese banken relatief kleiner.'' Heath vindt het ,,zorgwekkend'' dat de `Grote Vijf' in toenemende mate zijn aangewezen op de verzadigde financiële markt in Canada, die drie procent van de wereldwijde kapitaalmarkt omvat. Het fusieverbod heeft volgens hem ,,een negatieve invloed op de vitaliteit van de Canadese banken.''

De bankpresidenten hebben daar lange tijd voor gewaarschuwd. De Royal Bank en CIBC, nummer een en twee in Canada, behoorden in de jaren zeventig tot de twintig grootste banken ter wereld. Wegens de vorming van reuzenbanken in met name Europa, de Verenigde Staten en Japan vallen beide nu buiten de top-50. Fusies waren wenselijk, zo werd betoogd, om de thuismarkt te verdedigen tegen offensieven van reusachtige financiële instellingen uit het buitenland, en om te kunnen concurreren op de internationale markt.

Maar Paul Martin, de Canadese minister van Financiën, haalde een streep door de fusieplannen. Ze zouden hebben geleid tot te veel concentratie in binnenlands verband; zeventig procent van alle banktegoeden zou in handen zijn gekomen van twee instellingen. Dat ging in tegen het belang van de Canadese bevolking, oordeelde Martin. Zijn besluit viel over het algemeen in goede aarde, want Canadezen hebben het niet zo op hun banken. Ze worden gezien als grote en rijke geldwolven, die weinig trek hebben in leningen aan de gewone man.

De bankiers beraden zich sindsdien op de vraag hoe ze nu verder moeten. Hoe ze, met hun huidige formaat en in hun huidige vorm, kunnen concurreren met financiële reuzen uit het buitenland die in een handomdraai investeren in nieuwe vormen van bankieren, bijvoorbeeld via telefoon en Internet. ,,We moeten ervoor zorgen dat het Canadese bankwezen in staat blijft om massale investeringen te doen die nodig zijn om technologieën bij te houden'', aldus Ray Protti, voorzitter van de Vereniging van Canadese Bankiers.

Als bedreiging wordt vaak de Nederlandse ING Groep genoemd, die twee jaar geleden een `virtuele' bank opende in Canada. ING Direct is een telebank zonder filialen, die wegens lage kosten spaarrekeningen kan bieden met hoge rentetarieven. Zo heeft ING tot dusverre 150.000 Canadese klanten getrokken, en tegoeden binnengehaald van 1,5 miljard Canadese dollar (ruim twee miljard gulden). In vergelijking zitten de Canadese banken te veel vast aan duur en ouderwets baksteen. Bij elkaar hebben ze bijna 7.000 filialen in Canada, een van de meest uitgestrekte netwerken ter wereld. Fusies zouden hebben geleid tot het schrappen van grote aantallen vestigingen – en banen.

Zonder fusies hopen de banken nu op een troostprijs: de bevoegdheid om via hun filialen verzekeringen te verkopen en auto's te leasen. Dat zou het rendement van het baksteen en cement verhogen. Tegenstanders vrezen echter dat de banken met ruimere bevoegdheden te veel greep krijgen op de financiële branche in Canada. Zij lijken Martin aan hun kant te hebben. De verzekerings- en leasekwestie was drie jaar geleden al aan de orde; destijds kreeg Martin een staande ovatie in het Canadese parlement toen hij aankondigde dat de banken hun zin niet kregen. Ook op lastenverlichting, een andere prioriteit op het verlanglijstje van de banken, kunnen de bankiers bij Martin nauwelijks rekenen.

Martin heeft volgens waarnemers zijn eigen agenda bij zijn verhoudingen met de banken. Hij is de voornaamste kanshebber op het Canadese premierschap, dat vrijkomt als de 65-jarige Jean Chrétien met pensioen gaat. Heulen met hebberige bankdirecteuren zou politieke zelfmoord betekenen. Hoewel Martin deze maand voor het eerst sinds zijn veto over de fusies een onderhoud had met de topbankiers, onderstreepte hij dat het belang van de consument doorslaggevend is bij de hervorming van de banksector. Hervormingsplannen worden in juni verwacht.

Volgens Heath kunnen de banken onder de huidige omstandigheden echter nauwelijks een kant op binnen Canada. ,,Ze zouden het meer in het buitenland moeten zoeken, zoals de Nederlandse banken dat hebben gedaan'', is zijn conclusie. ,,De Nederlandse banken hebben op een geweldige manier uitgebreid over de hele wereld toen ze hun kleine thuismarkt waren ontgroeid. De Canadese banken zouden dat voorbeeld moeten volgen.''

Maar Heath voegt er direct aan toe dat de Canadese bevolking niet op buitenlandse bankavonturen zit te wachten. En de minister van Financiën daarom ook niet. Dat staat de benodigde versterking van de banken in de weg. ,,De consument is alleen geïnteresseerd in wat de banken op de thuismarkt voor hem betekenen'', zegt Heath. ,,Wat ze in het buitenland doen kan hem niet schelen. Bank bashing is heel populair in Canada. Zolang Martin ervoor zorgt dat hij in de gunst blijft bij de critici van de banken, kan hij rekenen op de sympathie van de kiezers.''